Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Instituut voor Strafrecht en Criminologie presenteert onderzoek naar voorlopige hechtenis

De praktijk van de toepassing van de voorlopige hechtenis in Nederland roept in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de nodige vragen op en zou moeten worden aangepast.

De praktijk van de toepassing van de voorlopige hechtenis in Nederland roept in het licht van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de nodige vragen op en zou moeten worden aangepast; dat is de conclusie die onderzoekers Jan Crijns, Bas Leeuw en Hilde Wermink van het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden trekken na een onderzoek naar de voorlopige hechtenis in Nederland.

De afgelopen periode heeft het Instituut voor Strafrecht en Criminologie als partner meegewerkt aan een groot Europees onderzoek naar de toepassing van de voorlopige hechtenis in tien lidstaten van de Europese Unie. Dit onderzoek – dat is gefinancierd door de Europese Commissie – wordt gecoördineerd door de Britse NGO Fair Trials. Doel van het onderzoek is het verzamelen van informatie over de wettelijke regeling en de toepassing van de voorlopige hechtenis in de praktijk van de tien lidstaten en daarmee het debat over de noodzakelijkheid van EU-wetgeving op dit terrein te informeren. Het eindrapport van dit overkoepelende onderzoek wordt eind mei gepresenteerd op een bijeenkomst in het Europees Parlement in Brussel, maar het Nederlandse rapport is inmiddels openbaar gemaakt.

Het rapport is tot stand gekomen door middel van het houden van een enquête onder advocaten, het bijwonen van raadkamerzittingen en voorgeleidingen, het bestuderen van afgesloten zaakdossiers en het interviewen van rechters en officieren van justitie.

De voornaamste conclusie van het onderzoek is dat de Nederlandse wetgeving op het gebied van de voorlopige hechtenis over het algemeen aan de Europese standaarden voldoet. De feitelijke toepassing van de voorlopige hechtenis in de praktijk is echter minder in lijn met deze standaarden; vooral het hoge percentage voorlopige gehechten in Nederland, de beperkte motivering van beslissingen en het beperkte gebruik van alternatieven voor de voorlopige hechtenis vallen op. De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen aan de wetgever, de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie om deze praktijk meer in lijn te brengen met de Europese standaarden. 

Het Nederlandse rapport zal binnenkort in boekvorm verschijnen bij Boom Juridische uitgevers, maar is nu reeds digitaal beschikbaar. Klik hier voor het rapport

Klik hier voor meer informatie over het overkoepelende project.