Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De Islamitische rechtbanken en het scheidingsrecht voor vrouwen in Indonesië

Welke rol spelen islamitische rechtbanken in de bescherming van echtscheidingsrechten voor vrouwen? Hoe stellen zij zich op ten aanzien van partneralimentatie, kinderalimentatie en echtelijke bezittingen? Stijn van Huis promoveert op 8 september op dit onderwerp.

In de afgelopen jaren hebben een aantal westerse opiniemakers hun zorg uitgesproken over de positie van vrouwen in de ‘sharia’. Vaak wordt er gesteld dat de ‘sharia’ of  het islamitische recht van nature genderongelijk is. Niettemin ontvangen Indonesische islamitische rechtbanken die islamitisch familierecht toepassen aanzienlijke steun van ‘westerse’ donororganisaties. In de ogen van deze organisaties spelen de islamitische rechtbanken in Indonesië juist een belangrijke rol in het versterken van de rechten van vrouwen.

In zijn proefschrift stelt Stijn van Huis vragen aan de orde die ten doel hebben het begrip over het functioneren van islamitische rechtbanken in Indonesië te vergroten en te verklaren op welke wijze islamitische rechtbanken bestaande normen in de samenleving veranderen. Hoe groot is de rol van de islamitische rechtbanken in de bescherming van de echtscheidingsrechten voor vrouwen? Hoe functioneren zij op het gebied van partneralimentatie, kinderalimentatie en echtelijke bezittingen en hoe kan dat functioneren verklaard worden? Hoe behandelen islamitische rechtbanken de claims van mannen en vrouwen? Hoe heeft het Indonesische familierecht zich ontwikkeld en wat is de rol van de islamitische rechtbank in deze ontwikkeling?

Door middel van onderzoek  naar de institutionele geschiedenis van islamitische rechtbanken, de ontwikkeling van  het materiële familierecht en de sociaal-culturele en economische aspecten van een echtscheiding in Indonesië, heeft Stijn van Huis geprobeerd om op bovenstaande vragen antwoorden te verschaffen. Hij toont aan dat in dit soort onderzoek het essentieel is om de Islamitische rechtbanken te benaderen als een afzonderlijke rechtstraditie, die op essentiële punten verschilt van klassiek islamitisch recht. Uitspraken van de rechter, en niet zo zeer van de ulama, zorgen voor de subtiele veranderingen binnen de doctrine van het islamitisch familierecht. In sommige kwesties duiden deze uitspraken op een vrij gender-neutrale trend terwijl uitspraken in andere kwesties wijzen op een behandeling strikt volgens de klassieke islamitische leer.

Praktische informatie

Promotor
Prof. J.M. Otto

Datum en locatie 
Dhr. Van Huis verdedigt zijn proefschrift op dinsdag 8 september 2015 om 11.15 uur in het Academiegebouw Rapenburg 73, te Leiden