Universiteit Leiden

nl en

Michiel Westenberg

Hoogleraar Ontwikkelingspsychologie

Naam
Prof.dr. P.M. Westenberg
Telefoon
+31 71 527 3628
E-mail
westenberg@fsw.leidenuniv.nl

Michiel Westenberg (GZ-psycholoog) is hoogleraar op de afdeling Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie van het Instituut Psychologie aan de Universiteit Leiden.

Meer informatie over Michiel Westenberg

Loopbaan

1.    Amsterdam: MSc Klinische Psychologie, Vrije Universiteit
2.    St. Louis: PhD Developmental Psychology, Washington University
3.    Berkeley: Postdoctoral Fellow (University of California)
4.    Leiden: Universitair docent Kinder en Jeugd Psychiatrie, Curium-LUMC
5.    Leiden: Universitair hoofddocent en Hoogleraar, Instituut Psychologie, FSW

Bestuur

Allerlei bestuurlijke activiteiten, onder meer:
-    Voorzitter Management Team LUBEC (Leids Universitair Behandel en Expertise Centrum)
-    Wetenschappelijk Directeur van het Instituut Psychologie, Universiteit Leiden
-    Voorzitter Dagelijks Bestuur van Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie, Instituut Psychologie (met Prof. Crone en Prof. Güroğlu)
-    Wetenschappelijk Directeur van de landelijke onderzoeksschool ISED (Institute for the Study of Education and Human Development)

Voor meer informatie over loopbaan en bestuurlijke activiteiten, zie mijn CV.

Onderwijsfocus: Schoolpsychologie

De school is een plek waar kinderen en jongeren zich op alle mogelijke domeinen ontwikkelen: cognitief, sociaal-emotioneel en fysiek. De school is ook een plek waar moeilijkheden aan het licht komen of kunnen ontstaan. Het is van groot belang dat onze studenten de wereld van de school goed begrijpen en leren hoe ze op en samen met de school de ontwikkeling van àlle leerlingen kunnen stimuleren.

Daarom bieden wij sinds september 2016 de masterspecialisatie School Psychologie aan, waarbij de praktijk stevig is verankerd in het wetenschappelijk onderzoek van ons onderzoeksteam en in het onderzoek van collega’s van de sectie Ontwikkelings- en Onderwijspsychologie.

Meer information over het master’s programma School psychologie.

Voor meer informatie over mijn onderwijsactiviteiten door de jaren heen, zie mijn CV.

Onderzoek focus: Adolescentie

Mijn specialisatie is de adolescentie - de levensfase vanaf de puberteit tot aan de maatschappelijke volwassenwording (ca. 9 -25 jaar). Mijn visie op de adolescentie heb ik gepresenteerd in de Dies Oratie van 2008 (zie ook De Jeugd van Tegenwoordig, De Psycholoog, 2008). De ontwikkelingen in de adolescentie duren in sommige opzichten langer dan we dachten. Dit inzicht mag echter niet leiden tot een afwachtende houding van ouders en andere opvoeders. De puberteit gaat niet zomaar voorbij, scholieren raken niet vanzelf gemotiveerd, angsten en depressies zijn niet ineens verdwenen. Juist de adolescentie biedt de mogelijkheid om de ontwikkeling te stimuleren, gezondheid te bevorderen, psychische problemen te verhelpen en de motivatie voor school te versterken.

Drie onderzoekslijnen:

1. SOCIALE ANGST. Het SAND project (Social Anxiety and Normal Development). Samen met collega’s, promovendi en studenten bestudeer ik het beloop van sociale angst bij ruim 300 kinderen en jongeren in de leeftijd van 9 tot 21 jaar. De centrale vraagstelling: Wat is het verschil tussen de normale en afwijkende ontwikkeling van sociale angst? Voor het bestuderen van dit verschil hebben we een Laboratorium ontwikkeld, de Leiden Public Speaking Task, een naturalistische en gestandaardiseerde manier om jongeren te observeren terwijl ze een spreekbeurt geven en we ook de fysiologische kenmerken van sociale angst kunnen meten (hartslag, huidgeleiding, stress hormonen, EEG). Dit project heeft nieuwe kennis opgeleverd over de ontwikkeling van sociale angst, zoals ook blijkt uit de uitgebreide aandacht voor ons werk in twee overzichtsartikelen van toonaangevende internationale experts: Spence & Rapee (2016), Leigh & Clark (2018).

Het SAND-project heeft de basis gelegd voor nieuw onderzoek naar neurocognitieve kenmerken van sociale angst en mogelijke interventies: hoe kunnen we sociale angst in de adolescentie zo vroeg mogelijk herkennen en hoe kunnen we zo goed mogelijk hulp bieden. Dit bestuderen we in een aantal gerelateerde projecten:

FAMILIE: De LFLSAD studie (Leiden Family Lab Study on Social Anxiety Disorder). Deze studie bestudeert de neurocognitieve basis van sociale angst. Komt sociale angst meer voor in families en welke specifieke neurocognitieve eigenschappen hangen daarmee samen? Zulke eigenschappen worden ook wel ‘endophenotypes’ genoemd: de schakel tussen de genen en het gedrag. LFLSAD heeft belangrijke inzichten opgeleverd over het verband tussen sociale angst en taak-gerelateerde activiteit van specifieke gebieden in de hersenen. Deze kennis wordt ingezet voor enerzijds het uitzoeken van de genetische basis van neurocognitieve eigenschappen en anderzijds voor de ontwikkeling van preventieve interventies. In een nieuw, zojuist gestart onderzoeksproject wordt bekeken of specifieke neurocognitieve eigenschappen beïnvloedbaar zijn - in interactie met persoonlijkheid en sociale context (het Changing minds project).

PEERS: Leeftijdsgenoten spelen een cruciale rol bij sociale angst. Dat blijkt onder meer uit afwijkend oogcontact en de gevoeligheid voor peer feedback. Afwijkend oogcontact bij peer interacties onderzoeken wij met de modernste technologie: een bril met een eye-tracker (het Eye Tracking project). Met een nieuwe interventie – Luca me! - hopen we adolescenten met sociale angst beter te kunnen helpen. Het is een nieuwe ‘blended care’ behandeling: een combinatie van groepsgewijze cognitieve gedragstherapie met een app. Uit ons onderzoek blijkt dat leeftijdsgenoten afwijzend reageren op een adolescent met sociale angst. De afwijzing speelt een rol bij de negatieve cognities van sociaal angstige adolescenten. Bij de behandeling van sociale angst is het daarom cruciaal om leeftijdsgenoten erbij te betrekken en te werken aan sociale vaardigheden (zoals kijkgedrag), naast de nodige aandacht voor de negatieve cognities. De toevoeging van een app is bedoeld om het behandeleffect te versterken en terugval te voorkomen. Dit project wordt uitgevoerd op het LUBEC (Leids Universitair Behandel en Expertise Centrum).

SCHOOL: Het StressLess project. Leerlingen in het voortgezet onderwijs ervaren vaak stress die te maken heeft met activiteiten op school, zoals huiswerk, toetsen, spreekbeurten, samenwerken en sociale interacties. Deze situaties zijn extra stressvol voor sociaal angstige adolescenten, die deze situaties het liefst zouden vermijden en dat leidt in sommige gevallen tot schooluitval. Voor de Nederlandse Wetenschapsagenda onderzoeken wij de meest efficiënte manier om stress op school snel te onderkennen en laagdrempelig te interveniëren. Daarvoor hebben we een serie lessen over stress ontwikkeld voor alle leerlingen (primaire preventie), waarna leerlingen op eigen verzoek kunnen meedoen aan een meer intensieve training (secundaire preventie).

HUISARTS:  Het Close-the-Gap project. Juist omdat sociale angst een normatieve menselijke emotie is blijft de problematische variant te lang onopgemerkt. Dit geldt a forteriori voor de adolescentie met een verhoogde gevoeligheid voor peer feedback. Van alle angststoornissen heeft de sociale angst stoornis dan ook de grootste tijdsduur tussen onset en behandeling. Uit ander onderzoek blijkt dat sociale angst stoornissen bij jeugdigen vaak niet worden herkend door huisartsen. Wij onderzoeken de verwijsbrieven van huisartsen waarmee adolescenten worden verwezen naar de GGZ. We kijken met name naar de symptomen die genoemd worden in de verwijzing naar de GGZ van adolescenten die uiteindelijk een sociale angststoornis blijken te hebben.  Dit bestuderen wij retrospectief in de verwijsbrieven van jeugdigen die in de GGZ zijn behandeld, en ook prospectief in ‘big data’ van duizenden huisartsendossiers bij de huisarts.

2. MOTIVATIE OM TE LEREN. Het GUTS-project (Gedifferentieerd Uitdagen van Talent op School). In de onderbouw van het voortgezet onderwijs – de vroege adolescentie – zien we een gestage daling van de motivatie om te leren. Dit is een internationale trend en het vertaalt zich in slechtere prestaties. De onderwijsinspectie sloeg alarm over de ‘zesjescultuur’ in het VO. Wij hebben een programma ontwikkeld om de motivatie en de prestaties te verbeteren. Dit programma kent twee elementen: (a) een hogere bevorderingsnorm (extrinsieke motivator) gekoppeld aan (b) extra uitdagende lessen voor een vak naar eigen keuze (intrinsieke motivator). Uit het onderzoek – uitgevoerd op een middelbare school in Rotterdam – blijkt dat deze ingreep leidt tot een gemiddelde toename van de prestaties en de motivatie. De globale daling in de onderbouw zette wel door. De ingrepen hebben niet geleid tot een hoger stressniveau, met uitzondering van enige onzekerheid over het maken van toetsen. Dit project toont dat adolescenten best bereid zijn om een tandje bij te zetten en daarmee hun prestaties te verbeteren.

3. EGO ONTWIKKELING. De sociaal-emotionele ontwikkeling van adolescenten is de rode draad in mijn onderzoek. Mijn interesse in dit onderwerp werd gewekt door de ego ontwikkelingstheorie van Jane Loevinger (Washington University). Een boeiende en empirisch gefundeerde weergave van de ontwikkeling vanaf de kindertijd tot in de volwassenheid,  met een instrument waarmee de ontwikkeling kan worden gemeten onafhankelijk van de chronologisch leeftijd. Dit stelde ons in staat om het effect van ego ontwikkeling te bestuderen op de ontwikkeling van persoonlijkheid en angststoornissen. De bevinding dat een toename van sociale angst samenhangt met ego ontwikkeling – ongeacht leeftijd – is de oorsprong van het onderzoek naar de sociale angst (stoornis) in de adolescentie.

De ZALC. In de loop van dit onderz0ek hebben we ook gewerkt aan een kinder-en-jeugd versie van Loevinger’s theorie en meetinstrument (haar model en instrument was voornamelijk gebaseerd op onderzoek bij volwassenen). Dit heeft geleid tot de Zinnenaanvullijst Curium (ZALC; Pearson, 2000). Met dit instrument kan op betrouwbare wijze een inschatting worden verkregen van het sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau van kinderen en jongeren tussen 8 en 25 jaar. Een goede typering van het ontwikkelingsniveau is behulpzaam bij de bepaling van de meest passende behandeling. De ZALC wordt gebruikt in GGZ-instellingen en Schoolbegeleidingsdiensten bij de diagnostiek van sociaal-emotionele en gedragsproblemen.

Onderzoeksteam Leiden

Dr. Anne Miers (UD); dr. Esther van den Bos (UD); dr. Melle van der Molen (UD); dr. Anke Blöte (UD emerita); Janna-Marie Bas-Hoogendam, MSc (aio); Sara Jakobsson Mansson, MSc (aio), Semiha Aydin, MSc (aio); Jiemiao Chen, MSc (aio); Simone Vogelaar, MSc (aio); Elise Kortink, MSc (aio)

Voor meer informatie over ons onderzoek en de publicaties zie mijn CV en de Lab website.

Publiekslezingen & lezingen voor professionals

Wij geven regelmatig lezingen op scholen voor docenten en ouders, en voor professionals in de klinische praktijk. Zie CV en Lab website.

Media

Wij verschijnen regelmatig in de media: kranten, tijdschriften, radio, TV. Zie mijn CV en de Lab website.

Hoogleraar Ontwikkelingspsychologie

  • Faculteit der Sociale Wetenschappen
  • Instituut Psychologie
  • Ontwikkelings- & Onderwijspsychologie

Werkadres

Pieter de la Court
Wassenaarseweg 52
2333 AK Leiden
Kamernummer 3B45

Contact

Publicaties

Geen relevante nevenwerkzaamheden

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie