Ombudspolitiek uitgelegd: de aanpak van Richard de Mos
In de media beeld: Corentin via Unsplash
Hart voor Den Haag stijgt in de laatste peiling van negen naar twaalf zetels. Richard de Mos’ ombudspolitiek wordt door hoogleraar decentrale overheden, Geerten Boogaard, in het Elsevier Weekblad als succesfactor genoemd.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart leidt Hart voor Den Haag onder Richard de Mos de peilingen met 12 van de 45 zetels, een groei ten opzichte van de 9 zetels die de partij in 2022 haalde. De peiling van Ipsos I&O onder bijna 1.500 Hagenaars laat niet alleen een sterke positie zien voor De Mos’ lokale partij, maar ook een flinke terugval voor landelijke partijen zoals de VVD, die volgens het onderzoek fors verliest. Analisten wijzen er wel op dat het nog geen definitieve voorspelling is en dat de verhoudingen tot de verkiezingen kunnen veranderen.
Richard de Mos zelf ziet de stijgende steun mede als gevolg van zijn ombudspolitiek, waarbij de nadruk ligt op direct contact met bewoners en het ‘brengen van de straat naar de raad. Weet je, de gevestigde orde heeft het altijd over participatie en inspraak enzo, maar dat betekent vooral: u mag komen luisteren en wij doen lekker toch wat we willen.’ Voor De Mos betekent dat niet alleen verzet tegen wat hij noemt slecht beleid, maar ook concrete initiatieven zoals projecten tegen eenzaamheid en lokale cultuuracties.
Volgens Boogaard gaat ombudspolitiek veel verder dan een moderne campagnevorm: ‘Het gaat al terug op de Nederlandse Republiek en zelfs het oude Rome, waar bestuurders luisterden naar petities en verzoekschriften uit de burgerij. Telkens krijgt het een nieuw jasje.’ Boogaard ziet dat lokale partijen bewust een rol op zich nemen die landelijke partijen steeds minder vervullen. ‘Lokale partijen zijn in het gat gesprongen en zijn primair aan ombudspolitiek gaan doen.’
Terwijl Mos’ partij stevig in de peilingen staat, blijft de vraag of deze stijgende lijn zich vertaalt naar daadwerkelijke coalitiebepaling na de verkiezingen.