Universiteit Leiden

nl en

Efficiënter leren door slapen

Jonge kinderen, pubers en studenten kunnen door slecht slapen problemen ondervinden bij het leren. Dr. Kristiaan van der Heijden onderzoekt, voor verschillende leeftijdscategorieën, slaapproblemen en oplossingen.

Slaap speelt een centrale rol in een mensenleven; we slapen in totaal gemiddeld 26 jaar. Tijdens die slaap vinden er in ons brein allerlei belangrijke processen plaats, waaronder herstel van beschadigde cellen, het wegspoelen van afvalstoffen en verwerking van informatie in het geheugen. Tien procent van de Nederlandse bevolking kampt met slaapproblemen: de wetenschap onderscheidt meer dan 80 verschillende slaapstoornissen. Kristiaan van der Heijden onderzoekt, bij kinderen volwassenen, storingen in de biologische klok en de gevolgen daarvan. Een van die gevolgen is een verminderd vermogen om te leren. Een paar 'slaap'-bevindingen voor verschillende leeftijden op een rijtje:

Tussen de 6 en 12

Van der Heijden ontdekte, samen met andere onderzoekers, onder meer dat kinderen tussen de 6 en 12 jaar oud met slaaptekort hiervan vooral last hebben bij planning en gedrag en het uitvoeren van meerdere taken tegelijk. 'Interessant: slaaptekort lijkt bij kinderen van deze leeftijd geen effect te hebben op het geheugen en het leervermogen, terwijl dat bij volwassenen wél zo is. Hoe dat komt, is onduidelijk. Misschien hebben kinderen dat lerend vermogen zó hard nodig, dat hun brein ook overdag goed informatie verwerkt.'

Van der Heijden ontdekte dat kinderen tussen de 10 en 12 jaar slechter presteren tijdens de vroege ochtend. 'Om half negen presteerden ze slechter bij het uitvoeren van complexe taken dan anderhalf uur later. Ook om één uur 's middags waren de prestaties beter dan half negen 's ochtends. Overigens hangen die prestaties misschien ook wel af van het temperament van kinderen, blijkt uit een van zijn andere onderzoeken. We keken naar de relatie tussen slaapduur en hoe goed kinderen testjes kunnen doen. Met name voor introverte kinderen blijkt lang slapen niet zo goed te zijn, ze presteren bij lang slapen slechter bij het uitvoeren van taken.'

Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze kinderen een hoog alertheids- en angstigheidsniveau hebben. 'Als je veel slaapt, is je gevoeligheid voor omgevingsprikkels nog veel groter. Kinderen met een hoge alertheid zijn al gevoelig voor omgevingsprikkels, een lange slaap heeft bij hen een 'dubbel' effect. Ze worden nóg alerter, waardoor ze zich moeilijk kunnen concentreren op het uitvoeren van taken.'

Pubers

Veel ouders zullen het probleem van de puber, die moeilijk uit bed komt, herkennen. 'Bij adolescenten verschuift het bioritme een uur later, dat heeft hormonale oorzaak', verklaart Van der Heijden. 'Die verschuiving vormt een probleem op sociaal-maatschappelijk vlak, want ook al worden ze meer een avondtype, ze moeten vroeg opstaan voor school. Die biologische klok is wel aan te sturen door het aanbieden van licht. Als je moeite hebt met opstaan, is het het beste om in de vroege ochtend een fel licht, met een blauw spectrum, aan te bieden.' Een aanvullende tip van Van der Heijden: laat je puberende kind na een doorwaakte nacht met vrienden niet te lang doorslapen. 'Dan verschuift de biologische klok nog meer, en het is heel moeilijk om die klok weer 'terug' te schuiven.'

Pubers kunnen er niks aan doen dat ze ’s ochtends moeilijk wakker worden, het is hormonaal bepaald.

Studenten: prestaties lijden onder slechte slaaphygiëne

Van der Heijden toonde aan dat studenten die slechter slapen, slechtere cijfers halen. Dat komt onder meer omdat studenten niet bekend zijn met (on)gezonde slaapmethodes. ' Een groot misverstand is dat het goed is om te sporten vlak voordat je gaat slapen. Overdag bewegen is uitstekend, maar sporten vlak voor het slapengaan zorgt ervoor dat je systeem in de waakstand terechtkomt en juist alert is. Als je dat vaak doet, verschuift je biologische klok en kun je bijvoorbeeld moeilijker vroeg opstaan.'

Van der Heijden onderzoekt ook slaapproblemen bij baby's en ouderen. De komende tijd richt hij zich onder meer op de verbanden tussen slaapstoornissen en kinderen met psychische stoornissen, zoals ADHD.

 

Instituut Pedagogische Wetenschappen, afdeling Orthopedagogiek

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie