Universiteit Leiden

nl en

Groepsgedrag: one for the team

Leidse wetenschappers onderzoeken groepsgedrag. Ze ontdekten onder meer dat mensen zich waarschijnlijk instinctmatig opofferen voor een mede-groepslid. Met dit soort inzichten kunnen we sociale processen in een wijk of binnen een bedrijf beter begrijpen en beïnvloeden.

Onze identiteit ontlenen we deels aan de groepen waarmee we ons verbonden voelen: familie, vriendenkring, afdeling, sportteam. Leidse psychologen bestuderen groepsgedrag. Ze willen doorgronden hoe een individu zich tot de groep verhoudt, en wat er gebeurt tussen groepen onderling. Met deze kennis laten sociale processen in bijvoorbeeld een wijk of een bedrijf zich beter begrijpen en beïnvloeden.

Evolutionair voordeel

Samen leven heeft de mens veel voordeel bezorgd. Hechte groepen, waarin men elkaar steunt en aanvult, gunsten uitwisselt en samen complexe taken uitvoert, overleven makkelijker dan solisten. Maar groepsdynamiek kan ook contraproductief zijn. Mensen worden buitengesloten of gepest, binnen een groep wordt niet goed samengewerkt, of groepen maken elkaar onderling het leven zuur.
Leidse psychologen experimenteren met gedrag, meten lichamelijke reacties en kijken binnen in het brein. Zo hopen ze een fundamenteel begrip te krijgen van groepsprocessen zoals we die overal om ons heen zien: op school, in het dorp, in de moskee of op kantoor. Uiteindelijk doel is dit soort processen beter beheersbaar te maken.

Groepsstatus beïnvloedt hartslag

Psycholoog Daan Scheepers doet onderzoek naar statusverschillen tussen groepen en de reactie van groepsleden daarop. Bekend is dat tijdens een krachtmeting bij leden van de ‘onderliggende’ groep hartslag en bloeddruk meer omhoog gaan dan bij leden van de bovenliggende groep. Scheepers ontdekte dat hierbij niet alleen de groepsstatus zelf ertoe doet, maar ook hoe terecht die status is. Worden er tijdens een experiment geruchten verspreid dat de lage status onterecht was – ‘het spel wordt vals gespeeld’, ‘de scheidsrechter deugt niet’ – dan zijn de leden van de onderliggende groep er fysiologisch beter aan toe en presteren zij ook meer in de volgende ronde. Het tegenovergestelde effect is te zien bij de leden van de winnende groep. Wordt hun status ter discussie gesteld, dan voelden zij zich minder zeker, wat zichtbaar is in hun hartslag en bloeddruk.

Altruïsme als instinct

Individuen zijn bereid hun eigen belang opzij te zetten als dit goed is voor een mede-groepslid, heeft onderzoek laten zien. In Leiden wordt onderzocht hoe dit fenomeen verankerd is. Is altruïsme een bewuste, rationele beslissing of een intuïtieve, bijna instinctmatige reactie? Psycholoog Carsten de Dreu vond aanwijzingen voor het laatste. Hij ontdekte dat proefpersonen die een keuze maken ten gunste van een mede-groepslid hiervoor minder tijd nodig hebben dan degenen die voor zichzelf kiezen. Ook maken proefpersonen sneller een altruïstische keuze als ze intussen aan een cognitief veeleisende taak  werken, bijvoorbeeld een rekensom oplossen. Dit wijst erop dat de altruïstische keuze om een groepslid te helpen een onbewuste reactie is. Het eigenbelang voorop zetten vereist meer denkkracht. De Dreu ontdekte ook dat bij altruïstische besluiten het hormoon oxytocine die delen van de hersenen aanstuurt waar onze emoties worden gereguleerd, en niet de delen waar een rationele afweging plaatsvindt. Het lijkt erop dat solidariteit met mede-groepsleden in de loop van de evolutie diep in ons hersenen verankerd is geraakt.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie