Universiteit Leiden

nl en

Rechtsfilosofie

‘Rechtsfilosofie is in één woord samengevat de bezinning op de grondslagen van het recht. In de woorden van Hobbes: de rechtsfilosofie vraagt zich niet af wat ‘in rechte’ geldt, maar wat recht is. Wat is recht dan? Een eerste, voor de hand liggende antwoord is: ‘Recht is een geheel van regels, waaraan mensen zich te houden hebben.’

Dit antwoord roept echter vele vragen op.

  • Wat is de oorsprong van de regels? Waarom zijn er regels?
  • Wat is de inhoud van de regels?
  • Vormen de regels een systeem en logisch geheel?
  • Moeten ze een logisch geheel vormen? Hoe erg is het als dat niet het geval is?
  • Welke mensen hebben zich aan de regels te houden?
  • Waarom dienen mensen zich aan de regels van het recht te houden?
  • Hoe verhouden de regels van het recht zich tot de moraal?
  • Hoe verhouden de regels van het recht zich tot de macht, in het bijzonder tot de staatsmacht?
  • Bestaat er slecht en goed recht? Wat zijn dan de criteria?
  • Wat is een rechtsstaat? Bestaat er zoiets als een ‘onrechtsstaat’?

En zo voort.

Rechtsfilosofie houdt zich met dit type vragen bezig. In Leiden doen we dat op een andere manier dan elders in het land. Wij geloven dat het, om intellectueel verder te komen, noodzakelijk is steeds op de schouders van reuzen te gaan staan. Vandaar dat al ons onderwijs (en ons onderzoek) gebaseerd is op de studie van Grote Denkers en Grote Boeken over recht, moraal en staat.

Dan moet men in de eerste plaats denken aan grote filosofen als Plato, Aristoteles, Cicero, Augustinus, Thomas van Aquino, Hobbes, Kant, Hegel, en Heidegger.

Maar ook aan grote religieuze werken als de Bijbel, de Koran en de Baghavad Gita.

En aan grote literaire en historische werken zoals die van Homerus, Aeschylus, Sophocles, Thucydides, Horatius, Tacitus, Dante, Cervantes, Shakespeare, Dostojewski, en Kafka.