Universiteit Leiden

nl en

Onderzoeksproject

Vooronderzoek naar de koloniale en slavernijgeschiedenis van de stad Leiden en de Universiteit Leiden

Hoe positioneerde onze academische gemeenschap zich ten opzichte van een systeem dat mensen van hun vrijheid beroofde? Welke rol heeft de universiteit als onderwijsinstelling ingenomen ten opzichte van kolonialisme en het slavernijsysteem? Hoe kunnen wij het beste omgaan met onze bijzondere collecties?

Contact
Alicia Schrikker

Om inzicht te verkrijgen in mogelijke raakvlakken tussen de universiteit en het koloniale en slavernijverleden startte in 2023 een vooronderzoek waarin beschikbare bronnen en bestaand onderzoek worden geïnventariseerd.

Parallel vindt er vooronderzoek plaats naar de stad Leiden. Nauwe betrokkenheid van de industrie- en universiteitsstad Leiden bij de koloniale en slavernijgeschiedenis lijkt misschien minder evident dan voor havensteden. Toch komt de verwevenheid van de Leidse lokale geschiedenis met de koloniale en slavernij- geschiedenis op verschillende manieren tot uiting. Wat was de betekenis van de koloniale connecties en de slavernij in de stad en samenleving? Als eerste stap richting een antwoord op deze vraag startte het vooronderzoek naar het koloniale en slavernijverleden van de stad Leiden.

De verkennende onderzoeken, die gefinancierd worden door de Universiteit Leiden en de Gemeente Leiden zullen elk resulteren in een onderzoeksrapport dat een overzicht biedt van de huidige kennis, de archieven en bronnen, en onderzoeksthema’s die kunnen worden gebruikt cq verder worden uitgewerkt en onderzocht in vervolgonderzoek.

Weblog

De onderzoekers, dr. Ligia Giay, Sjoerd Ramackers en Emma Sow, doen regelmatig verslag van hun onderzoek én hun vondsten.

Door Sjoerd Ramackers en Emma Sow, maart 2024

 
‘Koloniale en slavernijgeschiedenis? Daar had Leiden als niet-havenstad toch eigenlijk maar weinig mee te maken?’ Dat blijkt een misvatting te zijn. Ook in de sleutelstad waren er in het verleden talloze verbindingen met kolonialisme en slavernij. Samen onderzoeken wij hoe Leidenaren hierbij betrokken waren. We willen ook weten op welke gebieden meer onderzoek nodig en mogelijk is. In deze eerste post geven we een kijkje achter de schermen met een terugblik op de eerste maanden van dit project.

Fase I: in gesprek met de stad

Zoals menig historisch onderzoek, begonnen wij eerst met het lezen van literatuur om ons te verdiepen in wat onze voorgangers al boven tafel haalden. In 2017 werd de gids Sporen van de slavernij in Leiden van Gert Oostindie en Karwan Fatah-Black gepubliceerd, wat voor ons aanknopingspunten bood voor verder onderzoek. Enerzijds gaf het een beeld van wat er al onderzocht is, anderzijds liet het zien wat er nog ontbreekt. Het viel gelijk op dat het Leidse koloniale verleden verder niet eerder op deze manier centraal stond. Slechts in voetnoten en bijzinnen komt de rol van de stad en haar inwoners naar voren. Hoog tijd om hier verandering in te brengen!

We deden niet alleen literatuuronderzoek maar gingen ook in gesprek met de stad, met Leidenaren van verschillende leeftijden, achtergronden en afkomsten: van historici verbonden aan de universiteit tot aan Leidenaren die zich hard maken voor de herdenking van slavernij; van conservatoren van Museum De Lakenhal tot aan de jongerenraad van Erfgoed Leiden en Omstreken. De gesprekken toonden hoe het onderwerp leeft in de Leidse samenleving en welke vragen Leidenaren hebben over het onderwerp. Deze vragen zijn mooie handvatten voor ons onderzoek. Want wie waren de Indische en Surinaamse studenten die begraven liggen op Begraafplaats Groenesteeg, op welke manier waren arme Leidse wevers en spinners betrokken bij de koloniale wereld en hoe was het voor migranten uit de (voormalige) koloniën om zich in Leiden te vestigen? Dit zijn slechts enkele voorbeelden van zeer relevante vragen die werden gesteld

Een grafsteen met de tekst Henri Charles Levy - geb: te Paramario 11 juni 1851 - overl: te Leiden 1 april 1871.
Historicus Peter de Leeuw vertelde ons dat er twee studenten uit Suriname op de begraafplaats begraven lagen. Het graf van Henri Charles Levy is bewaard gebleven, het andere graf is helaas geruimd.

In alle gesprekken kwam naar voren hoe belangrijk dit onderzoek is. Sommige gesprekspartners gaven vanuit een historisch perspectief aan dat de ontwikkeling van de stad vandaag de dag niet los te koppelen is van het koloniale verleden. Anderen benadrukten juist ook een persoonlijk en maatschappelijk belang. Dit onderzoek is namelijk een kans om te laten zien hoe Leidenaren met verschillende afkomsten al eeuwenlang met elkaar zijn verbonden en onderdeel uitmaken van de Leidse geschiedenis.

Niet alleen slavernij, maar ook kolonialisme

Wij kijken naar het hele koloniale verleden van de stad, inclusief de betrokkenheid van Leidenaren bij slavernij. Kolonialisme is een ongelijke machtsverhouding, die vaak gepaard gaat met uitbuiting en racisme en waar slavernij het extreemste voorbeeld van is. Daarbij kijken we zowel naar gebieden waar Nederlanders bestuurlijk aan de bestuurlijke waren, zoals Suriname en Nederlands-Indië, maar ook naar koloniën van andere Europese landen. Verfstoffen voor Leidse schilders en de lakenindustrie kwamen namelijk uit de Spaanse koloniën, het Britse Rijk maakte gebruik van de ideeën van de Leidse geleerde en WIC-bewindhebber Johannes de Laet om hun koloniale belangen te legitimeren en Leidse fabrieken verscheepten hun textiel naar Oost-Afrika. Al deze koloniale verbindingen droegen bij aan de ontwikkeling van Leiden en laten zien hoe complex deze geschiedenis is.

Portret van Diederick van Leyden van Leeuwen als ambassadeur, anoniem, ca. 1665. Collectie Museum De Lakenhal, Leiden.
Portret van Diederick van Leyden van Leeuwen als ambassadeur, anoniem, ca. 1665. Collectie Museum De Lakenhal, Leiden.

Leidse bestuurders in de WIC en VOC

De tijd is aangebroken voor fase twee van de verkenning: archiefonderzoek. We gaan onder meer kijken naar de financiële belangen van de stadsbestuurders, de handel van Leidse stoffen in de koloniale wereld, de koloniale producten die Leidenaren consumeerden, Leidse plantage-eigenaren, de rol van de universiteit, de 3 October Vereeniging, de vele Leidse musea en we gaan onderzoeken hoe de kennis en discussie over slavernij en kolonialisme zich in de stad ontwikkelden. Hieronder volgen daarvan alvast twee voorbeelden.

Een foto uit de jaren 60 in fletse kleuren van een statig grachtenpand. Ervoor staan twee deux chevaux en een Fiat 500 geparkeerd.
Het ‘Huis van Leyden’, Rapenburg 48, waar Diederick van Leyden van Leeuwen in ging wonen en wiens nazaat er later het begin legde voor het Rijksprentenkabinet. Foto: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 411.453.

Het Leidse stadsbestuur stelde in de zeventiende en de achttiende eeuw bewindhebbers aan in de Amsterdamse kamers van de WIC en de VOC. Deze Leidenaren vergaderden mee in het bestuur van de compagnieën en behartigden de belangen van hun stadsgenoten. Onder hen bevonden zich bekende namen, zoals oud-burgemeester en ambassadeur Diederick van Leyden van Leeuwen. Hij was ook de stamvader van de rijke familie Van Leyden, die in het grote ‘Huis van Leyden’ aan het Rapenburg woonde. Tussen 1670 en 1683 was bij namens Leiden bewindhebber bij de WIC.

De Leidse bewindhebbers waren ook belangrijk toen de stad in de achttiende eeuw in armoede verviel. In brieven aan de Leidse bewindhebber bij de VOC vroegen hun stadsgenoten of de compagnie meer Leidse stoffen kon kopen en verhandelen. Op die manier kon de compagnie “zoo veele duijzenden behoeftige Menschen, die om arbeidt schreeuwen” helpen. Leiden slaagde er uiteindelijk in om met de VOC afspraken te maken over de textielhandel. Het is een van de voorbeelden die toont hoe oplossingen voor arme Leidenaren verweven waren met het systeem van kolonialisme, slavernij, geweld en onderdrukking aan de andere kant van de wereld.

Leidse hemden voor het koloniale leger

De armoede nam toe en in het begin van de negentiende eeuw ontstonden verschillende liefdadigheidsorganisaties om de inwoners bij te staan. De Leidsche Maatschappij van Weldadigheid tot voorkoming van verval tot armoede, die in 1817 werd opgericht, is hier één van. Deze maatschappij ondersteunde gezinnen in de vorm van kleding, turf, etenswaar, bijdragen aan huur en werkverschaffing. In 1839 gingen het een samenwerking aan met het Ministerie van Koloniën om voor het Nederlandse koloniale leger in Nederlands-Indië, Suriname, Curaçao en de Afrikaanse Westkust kledingstukken te maken. Deze kleding was erg nodig omdat het Nederlands leger in de negentiende eeuw voortdurend oorlogen voerde in met name Nederlands-Indie. Het Ministerie vervoerde de benodigde materialen vanuit Amsterdam naar Leiden, waar handwerkers thuis op bestelling onder meer hemden, sokken, slaapmutsen, ziekenjassen- en broeken maakten. Op het hoogtepunt verdienden ongeveer 400 Leidenaren hiermee een zakcentje. Dit inkomen was maar een aanvulling en lang niet genoeg om van rond te komen.

Een oude brief met een rood lakzegel ligt op een lap blauwe stof.
In het archief van de Maatschappij zitten verschillende stalen stof. Deze blauwe katoenen stof werd als voering van jassen voor soldaten gebruikt. (Erfgoed Leiden en Omstreken)

Mocht u na het lezen van dit verhaal een vraag hebben, ideeën of aanknopingspunten met ons willen delen, neem dan vooral contact met ons op. Wij gaan graag hierover in gesprek.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.