Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Proefschrift

A blessing in disguise?! Discretion in the context of EU decision-making, national transposition and legitimacy regarding EU directives

Op 27 september promoveert Josephine Hartmann op haar proefschrift: A blessing in disguise?! Discretion in the context of EU decision-making, national transposition and legitimacy regarding EU directives.

Auteur Josephine Marna-Rose Hartmann
Datum
Links Het Leids Repositorium

In dit proefschrift wordt de rol van beleidsvrijheid van EU richtlijnen (Artikel 288 EU-Werkingsverdrag) in wetgevings- en nationale omzettingsprocessen geanalyseerd. Met behulp van een ‘single-country’ onderzoeksopzet wordt de omzetting van zes richtlijnen in Nederland onderzocht. Hierbij gaat het om richtlijnen uit drie beleidsterreinen: consumentenbescherming, milieu en ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid respectievelijk migratie. In het theoretische deel van het proefschrift wordt het concept van beleidsvrijheid (‘discretion’) nader onderzocht, waarbij in lijn met de multi- en interdisciplinaire karakter van het onderzoek, benaderingen en perspectieven op beleidsvrijheid uit de rechtswetenschappen en de politieke wetenschappen aan de orde komen. Op basis hiervan wordt een theoretisch toetsingskader ontwikkeld voor het empirische deel van het proefschrift omvattende de analyse van zes richtlijnen alsmede een hoofdstuk waarin de drie vergelijkende analyses worden gepresenteerd. Achtereenvolgend worden besproken: de EU Blue Card Richtlijn (migratie), de Pyrorichtlijn (consumentenbescherming), de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (milieu), de Speelgoedrichtlijn (consumentenbescherming), de Terugkeerrichtlijn (migratie) en de Richtlijn inzake Fase II-benzinedampterugwinning (milieu). Vervolgens worden met elkaar vergeleken: de twee eerstgenoemde richtlijnen, de derde en vierde richtlijn, en tenslotte de vijfde en zesde richtlijn. Het proefschriftonderzoek draagt ertoe bij dat de redenen waarom en de omstandigheden waaronder min of meer beleidsvrijheid aan de lidstaten wordt toegestaan, worden verduidelijkt. Verder wordt aangetoond wat voor impact beleidsvrijheid op het wetgevings- en omzettingsproces van de desbetreffende richtlijn heeft gehad.

De resultaten van het onderzoek bevestigen dat beleidsvrijheid zowel een faciliterende als belemmerende rol kan hebben. Bovendien wordt aangetoond dat de effecten van beleidsvrijheid voortvloeien uit een interactie van deze factor met andere factoren die op EU vlak en in een nationale (Nederlandse) setting relevante invloed kunnen uitoefenen op besluitvormingsprocessen betreffende EU richtlijnen (onder meer de compatibiliteit tussen EU richtlijn en nationale rechtsorde). Daar komt bij dat het proefschrift door toepassing van een inhoudsanalyse (van teksten van richtlijnen) en ontwikkeling van een zogenaamd ‘codebook’ een voorstel bevat om beleidsvrijheid te beoordelen op een manier die meer rekening houdt met het complexe karakter van de teksten van richtlijnen en zodoende een aanpak hanteert die gedetailleerder is dan die van andere studies. Hiermee wordt bovendien gepoogd om de verschillende vormen van beleidsvrijheid, die in een richtlijn kunnen voorkomen, in kaart te brengen. Tenslotte, en afzonderlijk van de empirische analyse, wordt nader ingegaan op de samenhang tussen beleidsvrijheid en legitimiteit die nog nauwelijks is onderzocht in de context van EU richtlijnen. Gebruik makende van een multidimensionaal, politiek-wetenschappelijk concept van legitimiteit wordt de stelling besproken dat beleidsvrijheid de legitimiteit van richtlijnen in de nationale rechtsorde kan verhogen. Voorbeelden uit de empirische analyse dienen ter illustratie. Het boek sluit af met een kritische reflectie op de onderzoeksresultaten en verwijst naar mogelijkheden van toekomstige richtingen in het onderzoek naar beleidsvrijheid in het kader van EU wetgevings- en nationale implementatieprocessen.