Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Proefschrift

Making educational reforms practical for teachers: using a modular, success-oriented approach to make a context-based educational reform practical for implementatiion in Dutch biology education

Docenten spelen een cruciale rol bij het implementeren van onderwijsvernieuwingen. Uiteindelijk hangt het succes van de implementatie af van de manier waarop docenten de vernieuwing vormgeven in hun dagelijkse lespraktijk.

Auteur Michiel Dam
Datum
Links Fulltext in Leiden University Repository

Achtergrond en onderzoeksvraag

Docenten spelen een cruciale rol bij het implementeren van onderwijsvernieuwingen. Uiteindelijk hangt het succes van de implementatie af van de manier waarop docenten de vernieuwing vormgeven in hun dagelijkse lespraktijk. Hiertoe dienen docenten de vernieuwingsvoorstellen uit te werken voor hun lespraktijk. Dit blijkt in veel gevallen problematisch, omdat onderwijsvernieuwingen meestal geformuleerd zijn op een relatief abstract niveau, bijvoorbeeld als doelen of uitgangspunten, in plaats van op het concrete niveau van de dagelijkse lespraktijk. Deze dagelijkse praktijk met al haar beperkingen en uitdagingen bepaalt echter in belangrijke mate wat docenten willen en kunnen uitvoeren en daarmee ook het succes van de implementatie van een onderwijsvernieuwing. Docenten passen vernieuwingsvoorstellen vaak zodanig aan zodat ze aansluiten bij hun lespraktijk, wat meestal ten koste gaat van de essentie van de vernieuwing.
In dit proefschrift zijn daarom manieren onderzocht waarop een vernieuwing geïmplementeerd kan worden, waarbij zowel de dagelijkse lespraktijk van docenten als de doelen en uitgangspunten van een voorgestelde vernieuwing serieus genomen kunnen worden. In de literatuur wordt benadrukt dat het accent dan moet liggen op de praktische bruikbaarheid van een vernieuwing.
De onderwijsvernieuwing die is onderzocht betreft de huidige onderwijsvernieuwing voor het biologieonderwijs: de introductie van een concept-contextbenadering. Deze onderwijsvernieuwing is voorgesteld door de Commissie Vernieuwing Biologie Onderwijs (CVBO) om antwoord geven op de drie geconstateerde knelpunten in het biologieonderwijs: te geringe relevantie van biologische kennis, te geringe samenhang tussen biologische kennis en een overladen programma voor de leerling. Het uitgangspunt van deze vernieuwing is dat biologische kennis wordt georganiseerd en aangeboden in, voor leerlingen relevante contexten. De CVBO heeft de concept-contextbenadering vooral bedoeld als vakinhoudelijke vernieuwing, waarbij het voor de hand ligt dat er relevante didactische implicaties voor docenten zijn bij de implementatie ervan.

In dit proefschrift staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe kan de concept-contextbenadering praktisch bruikbaar gemaakt worden voor docenten? Om antwoord te geven op deze algemene onderzoeksvraag, is het belangrijk te weten waaraan onderwijsvernieuwingen moeten voldoen om als praktisch bruikbaar te worden gezien door docenten. Ten eerste moeten ze instrumenteel zijn, hetgeen inhoudt dat het duidelijk moet zijn hoe de vernieuwing handen en voeten krijgt in de lespraktijk. Ten tweede moeten ze congruent zijn, wat betekent dat ze moeten aansluiten bij de reguliere lespraktijk van docenten. Ten derde moeten ze voor docenten gunstig zijn wat betreft kosten in termen van tijd, middelen en inspanning, en opbrengsten in termen van ingeschatte voordelen. Op basis van deze criteria van praktische bruikbaarheid worden in dit proefschrift twee samenhangende benaderingen voorgesteld om onderwijsvernieuwingen praktisch bruikbaar te maken: een modulaire benadering en een succesgerichte benadering.

Resultaten

Het gebruik van de modulaire benadering hielp docenten bij het begrijpen van de vernieuwing in relatie tot hun eigen lespraktijk. Daarnaast hielp deze benadering docenten om de eigen lespraktijk als vertrekpunt te nemen voor hun veranderproces. Hiermee sluit de modulaire benadering aan bij twee criteria van praktische bruikbaarheid: instrumentaliteit en congruentie. De succesgerichte benadering bleek docenten te helpen om de vernieuwing te relateren aan datgene wat ze al eens succesvol hebben uitgevoerd in hun lespraktijk, wat aansluit bij het congruentie criterium. Daarnaast gaf het terugdenken aan succesvolle ervaringen ook nieuwe ideeën over de concrete uitwerking van de vernieuwing, wat doorwerkte op de specificiteit van voornemens. Dit correspondeert met het criterium van instrumentaliteit. De beide benaderingen gecombineerd hielpen docenten om met weinig tijd en middelen snel de voordelen van de vernieuwing te ervaren en deze stapsgewijs te bereiken, wat specifiek refereert aan het lage kosten-criterium van praktische bruikbaarheid.

Dit onderzoek heeft ook een aantal aanwijzingen opgeleverd voor het succesvol implementeren van onderwijsvernieuwingen. Ten eerste zouden onderwijsvernieuwingen uitgewerkt moeten worden in kleinere eenheden (lessegmenten) die voor docenten in hun dagelijkse praktijk herkenbaar zijn. Ten tweede zouden van individuele docenten de sterke punten en eerdere succeservaringen met aspecten van de vernieuwing in kaart gebracht moeten worden gebracht met behulp van een ‘Motivating-for-Educational-Change’-interview (MECI). In dit interview kunnen docenten dan voornemens formuleren voor een eerste verandering in hun reguliere lespraktijk. Ten derde zou dit een vervolg kunnen krijgen in een professionaliseringstraject dat gebaseerd is op zowel de modulaire als de succesgerichte benadering. In dit traject kunnen docenten voortbouwen op eerdere successen en stapsgewijs hun reguliere lespraktijk veranderen in de richting van de onderwijsvernieuwing. Op een dergelijke manier kan een onderwijsvernieuwing praktisch bruikbaar gemaakt worden voor de implementatie in de dagelijkse lespraktijk van docenten, zonder dat dit ten koste gaat van de essentie van de vernieuwing.