Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

‘Er is niks zweverigs aan Eckhart’

... zegt romancier Oek de Jong in een gesprek met letterkundige prof.dr. Jaap Goedegebuure. 6 maart houdt De Jong een lezing op een symposium over de grote middeleeuwse mysticus. ‘De beste ideeën komen [...] uit het niets – op het moment dat je met twee handen water tegen je gezicht plenst’.

Hoe ben je tot het lezen van Meister Eckhart gekomen en wat trof je in deze lectuur?

Eckhart is een van de grote mystieke meesters, wereldberoemd mag je wel zeggen. Ik kocht ooit een pocket met zijn preken, ‘op de groei’. Eerst begreep ik er niks van, maar tegen mijn veertigste begon het plotseling te lukken en was ik meteen gefascineerd. Er zijn twee grote teksten uit de Middeleeuwen waar ik van tijd tot tijd in duik: Dante’s Goddelijke Komedie en Eckharts Preken en Tractaten. Eckhart is geliefd onder schrijvers, want hij is een virtuoos met de taal – using speech to overcome speech. Aantrekkelijk vind ik ook dat hij zowel een scherp denker is als een poëtische geest. Van visioenen en dergelijke verschijnselen was hij afkerig. Er is niks zweverigs aan Eckhart. Je zou kunnen zeggen dat zijn mystiek een vorm van kennis is, een inzicht dat de weg wijst naar het pure ‘er zijn’.

Je hebt je ook beziggehouden met oosterse vormen van mystiek en spiritualiteit. Zie je overeenkomsten met Eckhart, en zo ja, zijn die overeenkomsten misschien een reden voor zijn opbloei?

De oude Schopenhauer stelde al vast ‘dat Sakya Muni [de Boeddha] en Meister Eckhart hetzelfde leren, met dit verschil dat de eerste zijn gedachten onomwonden kon uitspreken, terwijl de laatste genoodzaakt was ze te hullen in het gewaad van de christelijke mythologie’. Dit is nadien door velen onderschreven. Boeddhisten en Taoïsten herkennen in de denkwereld van Eckhart cruciale begrippen als ‘gelatenheid’ en ‘afgescheidenheid’. Het bekende niet-weten van Eckhart, noodzakelijk om in de godheid te kunnen verzinken, tref je ook aan in het Taoïsme en daar dient het dan om op te gaan in de Tao.
Eckhart houdt de geesten bezig sedert er in 1857 een eerste editie van zijn werken verscheen. Etty Hillesum las hem, Vestdijk schreef een roman over hem, Hans Faverey las hem op zijn sterfbed. Eckharts mystiek staat los van het traditionele geloven. Daarom trekt hij momenteel misschien weer zo sterk de aandacht.

Je houdt op 6 maart een lezing over Eckhart. Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten?

Ik ga het hebben over de betoverende zinnen van Eckhart. Ik ben geïnteresseerd in het Eckhartse ‘sunder warumbe’, de waaromloosheid, het proberen te leven zonder te vragen naar het waarom. En ik ga me beslist verdiepen in het verband tussen het mystieke en het creatieve. Een typische Eckhart-zin als ‘Het ledige gemoed kan alles’ wordt herkend door iedereen die met creatieve processen te maken heeft. De beste ideeën komen immers uit het niets – op het moment dat je met twee handen water tegen je gezicht plenst.

Symposium

Het symposium Eckhart nu. De herontdekking van de middeleeuwse mystiek:Datum: 6 maart
Plaats: Spectrumzaal van studentencentrum Plexus,
Adres: Kaiserstraat 25.
Aanmelding en programma

(17 februari 2009/DH)