Een neus voor taal: de kracht van geur in literatuur
Literatuurwetenschap beeld: Rob Overmeer, iStock, Wikipedia
In een tijd waarin beeld en geluid centraal staan is geur een -ondergewaardeerd verschijnsel. Dat was in de 16e en 17e eeuw anders. Literatuurwetenschapper Jan van Dijkhuizen onderzoekt de rol van geur in laat-middeleeuwse literatuur.
‘Geurtaal in literatuur, dat is mijn onderwerp. Eerder hield ik mij bezig met lichamelijkheid in literaire teksten, bijvoorbeeld hoe auteurs pijn beschrijven, maar geur was eigenlijk een blinde vlek. Dat veranderde toen we midden in de covid-epidemie zaten en veel mensen hun reukvermogen kwijtraakten. Uit onderzoek bleek hoeveel impact dat had. Sommigen vertelden dat het zonder reuk leek alsof er een glazen plaat tussen hen en de wereld stond’, vertelt Van Dijkhuizen. ‘Stel je voor dat je de geur van je partner, je kind, je huis niet meer kunt ruiken! Ik besefte hoe belangrijk geur voor ons is. Er was al veel neurologisch en cultuurhistorisch onderzoek gedaan, maar een literair uitgangspunt was nieuw.’
In 2023 won Van Dijkhuizen een NWO Open Competitie-subsidie voor ‘The Poetics of Olfaction in Early Modernity’ (POEM). Aan het project werken ook postdoc Kerrewin van Blanken en Inger Leemans, hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de VU mee.
Belangrijker dan gedacht
We zien, horen, proeven, voelen en o ja, we ruiken ook nog. Bij de functie van geur lijken we in onze tijd net wat minder stil te staan dan bij de andere vier zintuigen. Zicht is voor ons gekoppeld aan kennis en is daarmee nu misschien wel het allerbelangrijkste zintuig. Van Dijkhuizen: ‘Als het gaat over kennis, gebruiken we heel vaak ‘zichtwoorden’. Als je een tekst snapt, vind je hem ‘helder’, je hebt een ‘perspectief’ of een ‘visie’, en onderzoek laat resultaten ‘zien’. Dat maakt het extra interessant om te onderzoeken hoe de 16e- en 17e-eeuwers geur en reuk gebruikten. Zo ontdekken we hoe we de wereld ook vanuit een ander perspectief kunnen leren kennen.’
De waarneming van geur is een groot deel van de tijd onbewust. Pas als de geuren in onze omgeving veranderen, merken we ze op. ‘Je parfum of aftershave ruik je na verloop van tijd niet meer. Maar als je bijvoorbeeld terugkomt van vakantie, ruik je opeens weer de geur van je huis. Onbewust registreer je die geur altijd, die draagt bij aan je gevoel van thuis zijn. En als je een brandlucht ruikt, weet je dat er gevaar dreigt en dat je jezelf in veiligheid moet brengen. Als je niet meer kunt ruiken is dat dus heel ontwrichtend.’ Geur is vluchtig en ongrijpbaar. Hoewel we heel goed verschillende geuren kunnen onderscheiden, hebben we moeite om die geuren concreet te benoemen. ‘Niet zo verbazingwekkend als je weet dat er in de hersenen maar weinig verbindingen tussen het taalcentrum en het geurcentrum lopen.’
Geurige schrijvers
Misschien niet het eerste waar je aan denkt bij Shakespeare, ‘maar hij is een bijzonder geurige schrijver’, zegt Van Dijkhuizen. Net als Vondel. Beiden waren actief in de 16e/17e eeuw, precies de periode die hij bestudeert. ‘In die tijd zie je dat veel dichters en toneelschrijvers gefascineerd zijn door reuk. Op allerlei manieren beschrijven ze geuren, of gebruiken ze geur als metafoor. Ik wil weten wat die geurtaal voor hen betekende, en wat die voor ons kan betekenen. In ons onderzoek richten we ons met name op vroegmoderne Europese literatuur, en vooral op Engelse en Nederlandse auteurs. In de toekomst zouden we ook over een langere periode naar literaire geurtaal willen kijken.’
Geur-gedreven kolonialisme
Kaneel, peper, nootmuskaat, kruidnagel - in de vroegmoderne tijd begeerlijke en winstgevende specerijen en een van de bestaansredenen van de VOC, opgericht in 1602. Van Dijkhuizen: ‘Auteurs uit die tijd schreven over de geurige verlokkingen van de (aanstaande) koloniën. Vondel heeft het bijvoorbeeld over de vruchtbaarheid van dat verre deel van de wereld die zo overweldigend was dat je haar gewoon kon ruiken. Vondel suggereerde zo in feite dat de handelslieden geen actieve kolonisten waren, maar als het ware door heerlijke geuren naar de koloniën toe werden gelokt. Die geurtaal biedt ons een heel nieuw inzicht in hoe Europeanen in die tijd over het kolonialisme dachten.’
Het ongrijpbare
‘Geuren zijn grensoverschrijdend, ze bestaan uit vluchtige moleculen die zich hebben losgemaakt van een geurbron. Die moleculen overbruggen afstanden of blijven hangen terwijl de geurbron allang verdwenen is.’ Geen wonder dat de 16e- en 17e-eeuwse auteurs geur juist gebruikten om het ongrijpbare en het onbegrijpelijke onder woorden te brengen. Van Dijkhuizen: ‘Religie, herinneringen, sterfelijkheid - dat zijn thema’s die in de literatuur steeds terugkeren. Bijvoorbeeld, hoe het is om in de tijd te bestaan, om een wezen te zijn dat ouder wordt en doodgaat?
George Herbert, een 17e-eeuwse Engelse dichter, beschrijft in zijn gedicht Life hoe hij opeens begrijpt wat dat betekent. Hij ruikt aan het boeketje bloemen dat hij heeft geplukt en merkt hoe hun heerlijke geur vervliegt terwijl de bloemen verleppen. Datzelfde lot zal hij ook ondergaan, beseft hij: Making my mind to smell my fatal day.’ Geur en dood vormen een combinatie die vaak voorkomt in de vroegmoderne literatuur, en die voor ons 21e-eeuwers soms prachtige inzichten oplevert. ‘De doden zijn als een geur, dat vind ik bijvoorbeeld een heel mooie metafoor. Overleden geliefden zijn nog steeds bij ons, als een geur die je soms wel en soms niet ruikt.’
De geur van Jezus
Bij een congres dat Van Dijkhuizen in januari, in het kader van het POEM-onderzoeksproject organiseerde, was ook aandacht voor de geur van het heilige. ‘Er is een gedicht van de 17e-eeuwse Vlaamse dichter Justus de Harduwijn met een lange beschrijving van de geur van Jezus. Die bestaat uit alle heerlijke geuren van deze wereld, zoals mirre, nardusolie, bloemen, wierook. Geurkunstenaar Tasha Marks heeft speciaal voor het congres een nieuwe geur gecreëerd, geïnspireerd op die beschrijving van de geur van Jezus. De aanwezigen kregen een geurblotter en roken daaraan terwijl ik het gedicht voorlas. In een peer review reflecteerden ze vervolgens op wat dat met hun beleving van het gedicht deed. De reacties zijn we nog aan het verwerken, maar het was hoe dan ook een mooie ervaring. Hoe de geur van Jezus rook? Gelaagd en bijzonder!’
Geurtaal in de klas
Geurtaal geeft nieuwe inzichten, ook in het onderwijs. Daarom ontwikkelt Van Dijkhuizen binnen het POEM-project ook een geur-lespakket voor de bovenbouw van het vwo. ‘We zijn nu samen met een groep enorm enthousiaste docenten van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam bezig met de uitwerking van de lessen.’ De leerlingen leren geurtaal te herkennen en te bepalen wat het literaire effect ervan is, schrijven korte teksten over geur of ‘vanuit een geur, alsof ze die geur zijn’. Het doel is om zo hun leesplezier – en leesvaardigheid – een zetje te geven. En doordat ze zelf ook aan de slag gaan met eigen geurige teksten, verbetert bovendien hun schrijfvaardigheid. ‘Natuurlijk komen er ook blotters met speciale geuren in dat lespakket.’
Dit artikel verscheen eerder in alumnimagazine Leidraad. Benieuwd naar meer? Lees bijvoorbeeld ook het artikel over AI in het onderwijs, te vinden op pagina 33.