Universiteit Leiden

nl en

Alumnus én Tweede Kamerlid Joost Sneller: ‘Onze democratie is kwetsbaar’

Als Tweede Kamerlid houdt Joost Sneller zich onder andere bezig met de democratische rechtstaat. De basis voor zijn loopbaan werd in Leiden en Den Haag gelegd. Wij spraken hem over zijn politieke carrière, ambities, periode in Myanmar en adviezen.

Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66)
Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66)

Waarom koos je voor de bachelor Rechtsgeleerdheid?

‘Na eerdere studies in Utrecht, Berkeley en Bologna werd ik in 2005 aangenomen als beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van D66. De fractie vond dat ik voor die functie eigenlijk Rechtsgeleerdheid moest gaan studeren, dus dat ging ik ernaast doen. Ik werkte toen overdag op het Binnenhof en stak in de avonduren het Plein over naar de Campus Den Haag voor de meeste colleges.’

Wat heeft je studie je concreet meegegeven in je werk?

‘Het was een hele nuttige kruisbestuiving: overdag was ik bezig met hoe we het beleid zouden willen laten werken, en ’s avonds leerde ik hoe het daadwerkelijk zat. Ik had in Utrecht al wel wat vakken rechten gedaan, maar Nederlands recht had ik nog nooit gehad. Die extra verdieping gaf me structuur en een referentiekader, en dat helpt tot de dag van vandaag om het werk te begrijpen. Het gaat in mijn werk alle kanten op en dan is het heel handig om in de breedte een goede juridische basis te hebben.’

Waar komt die interesse in de politiek vandaan?

‘Toen ik op de middelbare school zat, was ik al betrokken bij scholieren- en gemeenteraadachtige dingen, en tijdens mijn eerste bachelor deed ik politicologie en filosofie. Maar ik heb het nooit ervaren als een droom om de politiek in te gaan. Na verschillende stages in Nederland en het buitenland kwam ik erachter dat ik de meeste klik voelde met de praktische politiek van de Tweede Kamer.’

Vanaf 2014 heb je een periode in Myanmar gewoond. Wat ging je daar precies doen?

‘Mijn vriendin werkte in de ontwikkelingssamenwerking en vanuit mijn studie had ik daarin een achtergrond, en in internationale betrekkingen. Wij kwamen in Myanmar terecht omdat daar op het gebied van democratisering en goed bestuur veel gebeurde. Daar heb ik voor verschillende internationale organisaties en NGO’s meegeholpen aan de opbouw van de democratie. Ik gaf trainingen aan kandidaten van politieke partijen en bracht oud-regeringsleiders in contact met lokale actoren. Terugkijkend was het fantastisch en heel leerzaam, vooral omdat het een totaal andere wereld was dan de context waarin ik eerder had gestudeerd en gewerkt.’

Jouw portefeuille bevat het thema democratische rechtsstaat. Wat is de grootste uitdaging binnen dat thema?

‘Onze democratie is kwetsbaar voor pogingen tot ondermijning. We zien in landen als Polen, Hongarije en Amerika dat het heel snel bergafwaarts kan gaan. Ons systeem is heel open en gaat sterk uit van vertrouwen in machthebbers en in onze instituties. Juist daardoor zijn we kwetsbaar en moeten we vooral de weerbaarheid daarvan vergroten.’

Op wat voor manier zouden we dat kunnen doen?

‘De democratie moet beter leveren op de grote zorgen: een betere politieke cultuur, compromissen sluiten en zorgen dat de Rijksoverheid daadwerkelijke veranderingen in mensenlevens teweegbrengt. Daarnaast moeten we onze checks-and-balances serieuzer nemen, bijvoorbeeld door de benoeming van de rechterlijke macht onafhankelijker te maken van het kabinet en de bevoegdheid van de minister van Justitie om bindende opdrachten te geven aan het OM te schrappen.

Ten slotte moet de rechtsstaat toegankelijker worden: de toeslagenaffaire liet zien dat die voor veel mensen ontoegankelijk voelt en soms zelfs tegenwerkt. Daarom moet ook de sociale advocatuur en sociaal-juridische dienstverlening worden versterkt.’

Wat is je mooiste herinnering uit je tijd bij Universiteit Leiden?

‘De veelzijdigheid ervan vond ik mooi. Aan de ene kant gewoon in de collegebanken zitten, aan de andere kant, omdat ik nooit op een gewone Nederlandse universiteit had gestudeerd, voor het eerst een tentamen maken in een eindeloze gymzaal met 800 anderen. Dat had ik voor mijn gevoel niet meer meegemaakt sinds de Cito-toets.’

Tot slot: welk advies zou je huidige studenten mee willen geven?

‘Loop vooral vroeg stage. In mijn herinnering deed bijna niemand dat tijdens de bachelor en werd het pas actief gestimuleerd tijdens mijn masteropleiding. Ik liep stage bij de OESO in Parijs en een denktank in Washington. Daar heb ik veel aan gehad: het hielp me om vroeg in aanraking te komen met verschillende carrièrepaden en te testen wat me aansprak. Als je net uit de collegebanken komt kun je moeilijk in één keer bedenken welke kant je op wil.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.