Universiteit Leiden

nl en
Annette Heijn

Wat vertelt een onderbroek over je moestuin?

115 deelnemers in Leiden en Den Haag onderzochten deze zomer samen met Leidse wetenschappers het bodemleven in hun moestuin. Met peultjes, een smaaktest, een begraven onderbroek, met als hoogtepunt een heus oogstfeest, hielpen zij de verbinding tussen bodem, plant en mens beter te begrijpen.

‘Vanaf 27 april kan de onderbroek de grond in.’ Het is een wat merkwaardige tuiniersinstructie. Toch begroeven de deelnemers aan Proef je Tuin! dit voorjaar allemaal een katoenen onderbroek in hun moestuin. Weken later mochten ze hem weer opgraven. Hoe meer van de stof was verdwenen, hoe actiever het bodemleven in hun tuin vermoedelijk was. 

Het onzichtbare bodemleven

Een vergane onderbroek is een eenvoudige, zichtbare manier om iets te laten zien wat normaal gesproken onzichtbaar blijft: het enorme leger aan micro-organismen in de bodem. Bioloog Marieke Elfferich onderzoekt voor haar promotieonderzoek de relatie tussen dit microbioom en de gezondheid van planten. ‘We weten inmiddels redelijk veel over microben die schadelijk kunnen zijn voor planten. Veel minder weten we over de microben die juist een positieve rol spelen. Ik ben benieuwd hoe die samenhangen met de chemische samenstelling van planten, en misschien zelfs met hun smaak.’

Samen met collega Shana Hepping riep ze daarom de hulp in van moestuiniers in Leiden en Den Haag. Iedereen kreeg dezelfde peultjeszaden en instructies, maar plantte die op een ander stukje grond. Elfferich: ‘Zelf hadden we nooit zoveel verschillende locaties kunnen beplanten.’ Bovendien drukt iedere tuinier zijn eigen stempel op de bodem. ‘Zo hebben we hopelijk veel variatie in deze relatief kleine regio.’

De peultjes van zaaien tot oogsten. Op de vierde foto van rechts zie je de wortels met wortelknolletjes. Foto's: Annette Heijn

Anders kijken naar het microbioom

Voor Hepping was de bodem bijzaak. Als promovendus Bestuurskunde onderzocht zij juist wat het project deed met de deelnemers. ‘Ik ben een beetje de sociale spiegel’, zegt ze. Ze keek hoe mensen over het microbioom dachten en of dat tijdens het project veranderde. 

Die beeldvorming is relevant omdat het microbioom volgens Hepping een belangrijke schakel vormt tussen landbouw, voedsel en gezondheid. ‘Goed eten met een rijk microbioom levert waarde op voor de landbouw én helpt ons gezond te blijven.’ 

Shana Epping vertelt over het project

De volkstuin als mini-samenleving

Tijdens hun fietstochten langs de tuintjes leerden de onderzoekers ook de wereld van de volkstuinverenigingen kennen. ‘Het zijn bijna-minisamenlevingen’, aldus Hepping. ‘Elk met hun eigen regels en gebruiken.’ De onderzoekers kregen regelmatig wat lekkers aangeboden, of ze vonden een briefje dat ze wel even mochten uitrusten. 

Die betrokkenheid is precies wat burgerwetenschap voor Hepping interessant maakt. ‘De tuiniers zijn hier de mensen met de meeste kennis: de ervaringsdeskundigen. Ze waren veel meer dan een extra paar handen, we leerden veel van hen.’

Van wortelknolletjes tot oogstfeest

De keuze voor peulplanten was niet toevallig. Ze groeien relatief snel en vormen aan hun wortels kleine knolletjes waarin de plant samenwerkt met specifieke micro-organismen uit de bodem. De deelnemers moesten die wortelknolletjes bekijken en tellen. Vanbinnen zijn ze roze als ze actief zijn.  ‘Dat vormde een bijna tastbaar voorbeeld van de invloed van het microbioom’, vertelt Elfferich. ‘Mensen gingen direct filosoferen over wat ze zagen en wat dat betekende voor hun plantjes.’

De peultjes zelf werden ook onderdeel van het onderzoek. Tijdens het oogstfeest proefden deelnemers de oogst van verschillende tuinen. Elfferich: ‘Er waren er een paar die mensen steeds weer het lekkerst vonden. Nu is de vraag of daar ook een chemische verklaring voor is.’ 

Het oogstfeest was daarnaast vooral een moment om iets terug te geven aan de deelnemers. Er waren lezingen over het microbioom, maar ook een voedselboswandeling, natuurkeuken, een rondleiding door een schooltuin en een microscoop om waterdiertjes bodemleven te bekijken. Onder leiding van bodemecoloog Emilia Hannula konden deelnemers met het blote oog op zoek naar bodemleven.

‘Tuinieren is samenwerken met een compleet ecosysteem’

Voor Hepping is vooral interessant wat al die ervaringen hebben gedaan met het denken van de deelnemers. ‘Vooraf associeerden deelnemers het microbioom vooral met de menselijke darmen. En met ziektes.’ Over het bodemleven hadden mensen een abstracter idee: kleine diertjes, bacteriën, schimmels. Tijdens het project veranderde dat beeld. ‘Mensen gingen de bodem, plant en mens steeds meer als een verbonden systeem zien.’

Tuinieren is daardoor niet langer een kwestie van alleen zaaien, schoffelen en oogsten. ‘Mensen beseffen dat ze aan de slag gaan in een klein ecosysteem, en dat ze moeten samenwerken met het bodemleven om dat ecosysteem gezonder te maken.’

En de onderbroeken? ‘Op het oogstfeest zagen we direct dat er best veel variatie was’, vertelt Elfferich. Sommige waren flink vergaan, andere bijna niet. ‘Mensen waren daar ook verdrietig over. Die dachten: Mijn bodem was toch heel actief?’

Van begraven onderbroek naar Ig Nobelprijs

Wist je dat het onderzoek achter de begraven onderbroek dit jaar een Ig Nobelprijs won? Nederlandse wetenschapper Marcel van der Heijden en collega’s onderzochten zo de bodemgezondheid. Duizenden vrijwilligers begroeven een katoenen onderbroek. De Ig Nobelprijs bekroont onderzoek dat mensen laat lachen én nadenken.

Wat de bodem verder nog zal vertellen

Het onderzoek is nog niet klaar. Het DNA uit de bodemmonsters gaat naar een gespecialiseerd lab, waar met DNA-onderzoek in kaart wordt gebracht welke micro-organismen in elke bodem aanwezig zijn. Elfferich onderzoekt daarnaast de chemische samenstelling van de peulplanten.  

Ze hoopt daarbij een verband te vinden tussen bepaalde micro-organismen in de bodem en eigenschappen van de plant. Bijvoorbeeld stoffen, zoals antioxidanten, die samenhangen met de smaak of weerbaarheid. Of dat lukt, moet nog blijken. Maar één ding is deze zomer al duidelijk geworden: onder je voeten gebeurt veel meer dan je denkt.

Over Soils2Guts

Soils2Guts is een groot onderzoeksproject onder leiding van Universiteit Leiden. Het project onderzoekt hoe bodemgezondheid en landbouwpraktijken samenhangen met de kwaliteit van ons voedsel en de gezondheid van onze darmen. Onderzoekers kijken daarbij naar de rol van micro-organismen in de bodem, planten en het menselijke microbioom. 

Het project loopt van 2023 tot 2029 en wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Aan het onderzoek werken onder meer onderzoekers van de Universiteit Leiden, NIOO-KNAW en medische centra mee.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.