Van vier hoogleraren naar 250 onderzoekers: LIACS viert 30-jarig bestaan
Informatica
Wat in 1996 begon met een handvol medewerkers en studenten, is uitgegroeid tot een van de grootste instituten binnen de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden. Twee medewerkers, die het instituut al jarenlang van dichtbij meemaken, blikken terug op deze bijzondere ontwikkeling.
Google bestond nog niet, Windows 95 was dé technologische nieuwigheid en internet begon pas net zijn weg naar het dagelijks leven te vinden. Toen hoogleraar Thomas Bäck op 1 september 1996 bij het LIACS begon, zag het instituut er heel anders uit dan nu. ‘We waren klein’, herinnert hij zich. ‘Er waren maar een paar hoogleraren, een beperkt aantal studenten en iedereen kende elkaar.’
Ook hoogleraar Todor Stefanov, die in 2000 als promovendus naar Leiden kwam, herinnert zich die kleinschalige sfeer goed. ‘Alle promovendi pasten samen aan één tafel.’ In die tijd waren er bovendien nog maar weinig internationale promovendi, vertelt Stefanov. Inmiddels trekt het LIACS onderzoekers en studenten uit de hele wereld aan en heeft het instituut een sterke internationale reputatie opgebouwd.
‘Moderne AI was toen nauwelijks voorstelbaar’
In de beginjaren stond informatica als zelfstandig vakgebied aan de Universiteit Leiden nog in de kinderschoenen. Het onderzoek richtte zich onder meer op theoretische informatica, datawetenschap en computersystemen. Kunstmatige intelligentie speelde nog geen grote rol. ‘Niemand kon zich voorstellen wat AI zou worden’, zegt Stefanov.
Sindsdien heeft het LIACS zijn onderzoeksterreinen sterk uitgebreid. Het werk varieert tegenwoordig van theorie, algoritmen, high-performance computing, softwareontwikkeling en beeldverwerking tot kunstmatige intelligentie, machine learning, cybersecurity, quantum computing, data science en de interactie tussen mens en AI.
Bäck, die zelf begon met onderzoek naar evolutionaire algoritmen, maakte de opkomst van datagedreven onderzoek aan het begin van de jaren 2000 van dichtbij mee, gevolgd door de doorbraak van moderne AI. ‘Tegenwoordig werken we met grote taalmodellen, generatieve AI en allerlei andere geavanceerde technologieën die dertig jaar geleden simpelweg ondenkbaar waren.’
LIACS in cijfers
| 1996 | 2026 | |
|---|---|---|
| Studenten | ca. 120 | ca. 1300 |
| Onderzoekers (exclusief promovendi) | 26 | 110+ |
| Ondersteunend personeel | 5 | 43 |
| Promovendi | 15 | 140+ |
| Nationaliteiten | 5 | 20+ |
| Opleidingen (exclusief minoren) | 1 | 5 |
Snelgroeiend instituut voor informatica
De groei van het instituut was ook duidelijk zichtbaar in het onderwijs. Het aantal studenten nam sterk toe en het LIACS introduceerde nieuwe bachelor- en masteropleidingen. Deze opleidingen spelen in op nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied, bijvoorbeeld met de nieuwe masterspecialisaties Computer Science en High Tech Innovation. Studenten krijgen bovendien regelmatig de kans om mee te werken aan het meest vernieuwende onderzoek van het instituut. ‘Sommige studenten zijn mede-auteur van wetenschappelijke artikelen en presenteren hun werk op internationale conferenties. Dat is een geweldige ervaring voor zowel de studenten als hun begeleiders’, zegt Bäck.
Het LIACS heeft zijn open en toegankelijke cultuur behouden, ondanks de groei naar meer dan 250 medewerkers en promovendi. Die groei zorgt voor een steeds terugkerende uitdaging: ruimtegebrek.
LIACS begon in het Snelliusgebouw, maar had door de snelle groei al snel extra ruimte nodig. Na een periode waarin medewerkers over verschillende locaties verspreid waren, verhuisde het instituut naar het nieuwe Gorlaeus Gebouw. Toch gaat de groei onverminderd door en wordt de beschikbare ruimte opnieuw krap.
Misschien nog belangrijker is dat het LIACS zijn internationale reputatie vooral dankt aan de mensen die er werken. ‘De belangrijkste kracht van een universiteit zijn haar mensen’, zegt Stefanov. ‘De zichtbaarheid van een instituut wordt bepaald door onderzoekers en het werk dat zij doen.’ Bäck wijst bijvoorbeeld op onderzoekers die internationale conferenties organiseren in Leiden, grote Europese onderzoekssubsidies binnenhalen en regelmatig in de media verschijnen om ontwikkelingen rond AI toe te lichten.
‘De zichtbaarheid van een instituut wordt bepaald door onderzoekers en het werk dat zij doen.’
‘Het voelt nog steeds als een heel bijzondere plek om te werken’
Hoe zien de informatica en LIACS er over dertig jaar uit? Geen van beide hoogleraren waagt zich aan een voorspelling. ‘De ontwikkelingen gaan simpelweg te snel’, zegt Bäck. Wel zijn ze ervan overtuigd dat het LIACS zich zal blijven ontwikkelen, samen met de wetenschap en de maatschappij.
Volgens Bäck is het succes van het LIACS uiteindelijk eenvoudig te verklaren: ‘Het is een plek waar mensen zich gewaardeerd voelen, waar samenwerken vanzelfsprekend is en waar nieuwe ideeën worden aangemoedigd. Daarom voelt het voor mij, ook na al die jaren, nog steeds als een heel bijzondere plek om te werken.’
Headerafbeelding: Een foto van het LIACS uit de jaren '90. Achterste rij van links naar rechts: Rokesh Jankie, Maarten Lamers, Maurits Out, Michiel van Wezel. Middelste rij van links naar rechts: Jeroen Eggermont, Marcello Bonsangue, Giorgio Busatto en Jeannette de Graaf. Onderste rij van links naar rechts: Marloes van der Nat, Joost Kok, Henk Goeman