Hoogleraar Eiko Fried wil psychische aandoeningen totaal anders diagnosticeren
Oratie beeld: Pexels/Alex Green
Ondanks decennia aan onderzoek neemt de last van psychische stoornissen niet af. Volgens Eiko Fried, hoogleraar Mental Health and Data Science, komt dat door de manier waarop we diagnoses stellen. In zijn oratie pleit hij voor een nieuwe manier van diagnosticeren.
Psychische aandoeningen komen veel voor, zijn ingrijpend en brengen hoge kosten met zich mee. Ondanks decennialange inspanningen van wetenschappers en clinici is er maar weinig vooruitgang geboekt bij het terugdringen van de ziektelast en prevalentie van psychische aandoeningen, zo constateert Fried.
Een eenduidige verklaring voor het uitblijven van vooruitgang heeft hij niet. Maatschappelijke ontwikkelingen spelen volgens hem mee, met zorgen over wereldwijde vrede en stabiliteit, het klimaat en betaalbaarheid. ‘Zoveel studenten hebben naast hun studie een bijbaantje. En veel sterker dan dertig jaar geleden bepalen rijke ouders het verschil tussen de kans op een koopwoning en een leven lang huur betalen.’
In zijn oratie richt hij zich op diagnoses en onderzoek, waarin de persoonlijke omstandigheden van mensen grotendeels buiten beeld is gebleven. Met meer aandacht daarvoor hoopt hij de wereldwijde last van psychische stoornissen te verkleinen.
Eén diagnose, heel verschillende levens
Huidige diagnosesystemen, zoals de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), hebben volgens Fried drie zwakke punten. Ten eerste kijken ze naar symptomen, dus naar gedachten, gevoelens en gedrag, en niet naar iemands omgeving. Twee mensen met depressie kunnen in totaal andere omstandigheden leven: de een met een ondersteunend netwerk en financiële zekerheid, de ander als alleenstaande ouder zonder sociale steun. ‘De diagnose zegt weinig over wat we moeten doen om deze persoon te helpen en waar de problemen vandaan komen.’
Ten tweede zijn de systemen vooral ontwikkeld door clinici en onderzoekers, met weinig inbreng van andere professionals die diagnoses gebruiken — zoals verzekeraars of de rechtspraak — én van mensen met ervaringsdeskundigheid en hun naasten. Toen in een onderzoek waaraan Fried als coauteur meewerkte ruim drieduizend mensen met ervaring van depressie en hun naasten werd gevraagd wat een behandeling moet opleveren, werd vermindering van ‘mentale pijn’ vaak genoemd. ‘Maar dat staat in geen enkel diagnostisch criterium voor depressie’, zo vertelt de hoogleraar.
Ten derde moet één systeem te veel doelen tegelijk bedienen: declaraties, toegang tot zorg, toerekeningsvatbaarheid, behandelkeuze. ‘Het is niet redelijk om aan te nemen dat één indeling van problemen al deze doelen even goed dient.’
Verschillende kaarten voor verschillende gebruikers
Als alternatief vergelijkt Fried een diagnose met een landkaart: die geeft aan waar iemand zich bevindt in het landschap van psychische problemen. Met behulp van statistische technieken groepeert hij mensen die op elkaar lijken bij elkaar. Daarbij gebruikt hij meer dan alleen hun symptomen. Ook lichamelijke aandoeningen, levensloop, sociale omgeving, inkomen en woonomgeving worden meegenomen. ‘Op de kaarten die we maken, kunnen we mensen op dezelfde plek zetten. We kunnen dat een wijk, een stad, een regio of een land noemen.’
Verschillende gebruikers van deze kaarten, zoals clinici, onderzoekers of verzekeraars, hebben mogelijk een ander detailniveau nodig. ‘Een zorgverzekeraar heeft geen vijfhonderd steden nodig’, zegt Fried. ‘Die moet grofweg drie of vier dingen weten.’ Onderzoekers die hersenmechanismen bestuderen, willen daarentegen misschien juist de meest gedetailleerde versie.
Psychische problemen als systeem
Achter de kaarten zit een andere kijk op psychische problemen. Vaak wordt een stoornis gezien als een griep: de aandoening veroorzaakt de klachten, dus je behandelt de aandoening. Fried ziet, net als een groeiend deel van zijn collega’s, mensen als systemen waarin gedachten, gevoelens en gedrag elkaar in de tijd beïnvloeden. ‘Het is veel aannemelijker dat slaapproblemen concentratieproblemen en vermoeidheid veroorzaken, dan dat depressie alle drie veroorzaakt.’ Volgens hem is iemand met een psychisch probleem ‘iemand die vastzit in een toestand van het systeem die niet goed voor diegene is’.
Vanaf nul beginnen
Fried noemt zijn voorstel geen snelle oplossing. Veranderen is moeilijk: cohortstudies lopen soms al dertig tot vijftig jaar met dezelfde criteria, en aanpassingen van die diagnostische criteria maken de data minder goed vergelijkbaar. Toch ziet hij beweging. Veel behandelaars, ook in Nederland, werken al met wat een cliënt zelf inbrengt in plaats van met het label. Er ontstaan steeds meer alternatieven naast de DSM. En de werkgroep die aan de DSM-6 werkt, erkende in haar eerste publicatie dat meer betrokkenen en meer aandacht voor de omgeving nodig zijn.
‘De meeste huidige oplossingen voor deze problemen zijn ad hoc’, zegt Fried. ‘Ik probeer een meer principiële oplossing voor de lange termijn te vinden.’ Daarvoor wil hij verzekeraars, patiënten en beleidsmakers systematisch vragen wat zij van een diagnosesysteem nodig hebben, iets wat volgens hem nog niet op deze manier is gedaan.