‘Het platteland is meer dan boeren en trekkers’: Judith Pollmann zet Spinozapremie in voor plattelandsgeschiedenis
Spinozapremie
Hoogleraar Judith Pollmann gebruikt haar Spinozapremie voor de oprichting van een onderzoeksgroep die de geschiedenis van het Nederlandse platteland beter in kaart moet brengen. Samen met historicus Arjan Nobel vertelt ze over hun plannen.
Plattelandsgeschiedenis is lang een ondergeschoven kindje geweest in de Nederlandse politieke geschiedschrijving. In een gebied dat zich in de zestiende eeuw al onderscheidde door een sterke verstedelijking, stond de stad vrijwel automatisch centraal in de geschiedschrijving, ook omdat ‘het platteland’ in de praktijk een lappendeken was van sterk verschillende politieke instituties.
‘De regels konden in het ene dorp totaal anders zijn dan die in een ander een paar kilometer verderop’, vertelt Pollmann. ‘Ook instellingen konden per plaats sterk verschillen. Om daar je weg in te vinden, moet je best veel weten, zeker omdat bronnen vaak niet netjes bij elkaar in één archief liggen.’
Daar komt bij dat Pollmanns team geïnteresseerd is in de geschiedenis van het gehele platteland, niet alleen die van de landbouw. ‘Het platteland bestond niet alleen uit boeren en trekkers’, vertelt ze. ‘Er woonden ook walvisvaarders, wevers, dienstmeiden, handelaars... Plattelanders kregen ook te maken met politieke beslissingen en machtsverschuivingen, maar dat maakt hen niet onmiddellijk tot willoze slachtoffers. Integendeel, zij gaven zelf hun leven en regio mee vorm. Ruilverkaveling, mechanisatie en nieuwe technologie hebben samen gezorgd voor de grootste verandering van het landschap in de geschiedenis, met enorme sociale veranderingen en zelfs migratie tot gevolg. Toch is daar geen venster over in de geschiedeniscanon.’
Handleiding
Historicus Arjan Nobel is een van de nieuw aangetrokken leden van de onderzoeksgroep. Hij zal zich gaan bezighouden met een ‘handleiding’ voor historisch plattelandsonderzoek. ‘Tot nu toe is er nooit een poging gedaan om op een laagdrempelige manier uit te leggen hoe je bijvoorbeeld onderzoek doet naar de achttiende eeuw in Drenthe’, vertelt Nobel. ‘Met welke instituties krijg je dan te maken, hoe liepen de lijntjes? Anne Petterson en ik willen daar meer inzicht in bieden. Zij neemt de negentiende en twintigste eeuw voor haar rekening, ik doe de zestiende en zeventiende.’
Die handleiding moet wetenschappers op gang helpen, maar ook handvatten bieden aan mensen die lokaal historisch onderzoek doen. Nobel: ‘Op lokaal gebied is er ontzettend veel kennis aanwezig. Bij veel historische verenigingen zitten echte experts, maar zij zijn vaak erg gefocust op hun eigen dorp of regio. Wij willen ze helpen om in kaart te brengen hoe hun lokale verhaal deel uitmaakt van een groter verband. Zeker met alles wat er tegenwoordig wordt geroepen over het platteland, denk ik regelmatig: een beetje meer kennis zou geen kwaad kunnen.’
‘In die vergelijking zit ook de meerwaarde die wij als wetenschappers kunnen bieden’, voegt Pollmann toe. ‘Als je een aantal van die lokale geschiedenissen naast elkaar legt, zie je bredere thematieken waarover je vragen kunt stellen. Een aantal collega’s in Leiden heeft bijvoorbeeld concrete vragen over opstandigheid op het platteland, de rol die landheren speelden, geletterdheid of de relatie met koloniale praktijken. Het is geen toeval dat de bedenker van koloniën voor paupers in Drenthe ook het cultuurstelsel in Java verzon. We willen beter in kaart te brengen hoe dat soort processen van macht en invloed werkten. Woonden de aanjagers van verandering bijvoorbeeld zelf op het platteland? Of kwamen ze van buiten?
Ervaren groep
De Spinozapremie stelt Pollmann in staat om dergelijke vragen te beantwoorden met een groep waarvan de meeste leden al werkzaam zijn als (hoofd)docent. ‘Begrijp me niet verkeerd, promovendi opleiden is ook fantastisch, maar in een periode waarin onze onderzoekstijd onder druk staat, is het belangrijk om mensen deze kans te kunnen bieden. Bovendien is het heel leuk om te merken hoe snel de gesprekken en het onderzoek gaan als je allemaal ervaring hebt.’