Universiteit Leiden

nl en

Herstel na partnergeweld: nieuwe studie toont aan wat werkt

Na ernstig partnergeweld vinden ouders en kinderen in de vrouwenopvang een veilige plek, maar échte veiligheid vraagt meer dan dat. Passende behandeling voor hun klachten is essentieel. Het promotieonderzoek van Willemien van den Dorpel laat zien dat er van alles mogelijk is om deze mensen te helpen.

Van intimidatie tot fysieke mishandeling en alles er tussenin. Al deze geweldsvormen kunnen voorkomen in de huiselijke kring. We spreken dan van huiselijk geweld.

Jaarlijks krijgen meer dan een miljoen Nederlands van 16 jaar en ouder hiermee te maken. Vaak wordt dit type geweld gepleegd door de eigen partner of ex-partner. Er is dan sprake van partnergeweld.

Beroep op de vrouwenopvang

Soms neemt het geweld zulke heftige vormen aan dat de eigen woning niet langer een veilige plek is. In zo’n geval kan er worden uitgeweken naar de vrouwenopvang. De naam doet vermoeden dat hier alleen vrouwen worden opgevangen, maar feitelijk kan iedereen er opgevangen worden. Ook mannen en kinderen.

Per jaar moeten zo’n 6.000 mensen een beroep doen op de vrouwenopvang. Onder hen bijna 3.000 vrouwen, bijna net zoveel kinderen en zo’n 140 mannen (cijfers 2023). Dat wil dus zeggen dat er veel kinderen met hun moeders verblijven op dit soort plekken.

Hoeveel vrouwenopvanglocaties zijn er?

Sinds 1985 bestaat er een netwerk van vrouwenopvangen in Nederland. In totaal zijn er zo’n 20 organisaties actief die samen zo’n 1,024 veilige opvangplekken beheren. Dat is gemiddeld één opvangplaats per 17.500 inwoners.

Waarom behandeling belangrijk is in de vrouwenopvang

Voor haar promotieonderzoek volgden Willemien van den Dorpel (instituut Pedagogische Wetenschappen) en collega's 52 vrouwen en hun jonge kinderen in de leeftijd van nul tot en met zes jaar die op de vrouwenopvang verbleven. Zij volgden hen gedurende dertien weken. Op 29 september 2026 promoveert zij.

De insteek van hun onderzoek? ‘We wilden weten wat voor behandeling werkt voor ouders die samen met hun kinderen na partnergeweld in de vrouwenopvang terecht komen. Dit omdat er voor deze specifieke doelgroep eigenlijk nog weinig bewezen effectieve interventies zijn.’

Gevolgen van partnergeweld

En dat terwijl deze ouders en hun kinderen alle hulp kunnen gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat partnergeweld een zeer traumatische ervaring is, voor zowel ouders als kinderen.

Het verhoogt de kans op het ontwikkelen van klachten die passen bij een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) en andere mentale gezondheidsproblemen. Ook kunnen ouders na het meemaken van partnergeweld problemen ervaren in de opvoeding van hun kinderen.

Partnergeweld en oudergedrag

De studie van Van den Dorpel laat zien dat de moeders die meededen inderdaad bovengemiddeld vaak PTSS-klachten hebben. ‘En uit de analyses bleek ook best een hoge mate van insensitief en verstoord opvoedgedrag’, vertelt zij.

‘Sensitiviteit is het concept waarbij een ouder in staat is om de signalen van een kind te herkennen, ze goed te interpreteren en vervolgens gepast te reageren. Bij insensitiviteit lukt dat je dat dus minder goed. En als we het over verstoord opvoedrgedrag hebben, dan gaat het echt over actief gedrag vertonen dat bijvoorbeeld beangstigend of verwarrend is voor een kind. Zoals met een enge pop telkens dicht bij het gezicht van een kindje komen, of ouders die uit het niets heel afstandelijk of negatief reageren op hun kind.’

80 procent had zelf te maken met kindermishandeling

Het is niet dat ouders expres dit soort gedrag vertonen. Het kan heel reflexmatig gedrag zijn, waarvan ouders zich niet bewust zijn.

Bijvoorbeeld omdat zij kampen met psychische problemen. Het kan ook zij in hun eigen jeugd veel angst en verwarring hebben ervaren. ‘Van alle moeders die meededen aan het onderzoek, had 80 procent zelf in haar jeugd te maken gehad met een vorm van kindermishandeling', weet Van den Dorpel.

Nog geen standaard behandelplan

Maar als de klachten zo ernstig zijn, waarom is er dan nog geen beproefde behandeling voor deze klachten? Dat heeft verschillende oorzaken. Zo hebben de ouders vaak al heel veel aan hun hoofd, waardoor behandeling niet altijd van de grond komt.

‘Ze zijn natuurlijk niet zomaar bij een vrouwenopvang terechtgekomen. Er spelen vaak erg complexe problemen. De gewelddadige ex-partner kan zomaar weer opduiken, bijvoorbeeld. Ook hebben deze ouders vaak veel afspraken met andere hulpverleners, bijvoorbeeld omdat zij juridische financiële problemen hebben. Zo kan het zijn dat mensen als gevolg van het partnergeweld niet beschikken over een eigen bankrekening, heel hoge schulden hebben of verwikkeld zijn in rechtszaken met hun ex.’

‘Naast alle mentale problemen brengt dit alles nog meer stress met zich mee en natuurlijk een volle agenda,’ legt Van den Dorpel uit.

Wet als hindernis

Voor hulpverleners is het door dit web van complexiteit vaak ook lastig om in te schatten wat een ouder aankan en nodig heeft. En voor ouders kan het best lastig zijn om behandeling vol te houden, naast alle andere afspraken die ze in deze stressvolle tijd hebben. Het kan dan zomaar gebeuren dat ouders en kinderen geen behandeling ontvangen voor hun mentale klachten, terwijl ze dat juist zo nodig hebben.

Bijkomend obstakel: behandeling van zoiets als PTSS-klachten wordt niet altijd vergoed als een ouder in een vrouwenopvang verblijft. De situatie wordt dan nog als te onveilig of te instabiel gezien door verzekeraars, zo vertelt de promovendus.

En het kan ook zijn dat de andere gezaghebbende ouder, die vaak de reden is dat het gezin in de eerste plaats op de vrouwenopvang verblijft, geen toestemming geeft voor een opvoedinterventie tussen het kind en de ouder op de vrouwenopvang, of voor traumabehandeling van het kind. Geldende wet- en regelgeving kunnen dus ook een hindernis vormen.

Dit is er wel mogelijk

Hoewel het leven van mensen die in een vrouwenopvang verblijven behoorlijk op z’n kop staat en behandeling lastig lijkt, laat de studie van Van den Dorpel zien dat er veel mogelijk is op dit gebied.

‘Tijdens de studie hebben wij onderzocht wat het effect is van NIKA en EMDR-therapie op de klachten van de ouders en hun kinderen. Wij zagen dat beide interventies de klachten verminderden.’

Dit doet NIKA

Ouders die meededen aan de studie kregen eerst NIKA, wat staat voor Nederlandse Interventie Kortdurend op Atypisch opvoedgedrag. Deze interventie is bedoeld om het opvoededrag beter te laten aansluiten bij wat het kind nodig heeft. ‘Tijdens de studie ging het om vijf sessies waarin ouders gefilmd werden terwijl ze speelden met hun kind. Vervolgens bekeken zij samen met de behandelaar de beelden en kregen zij feedback’, legt de promovendus uit.

De aanpak werkte: ‘Voordat de ouders begonnen met NIKA, zagen we dat zij op de schaal van een tot negen gemiddeld een vier scoorden wat betreft sensitiviteit. Dat geldt als onvoldoende sensitief. Daarna scoorden ze gemiddeld een vijf, wat echt al wordt gezien als sensitief. Een heel mooi resultaat.’ Ook zagen de onderzoekers na NIKA een afname in verstoord opvoedgedrag.

Zo helpt EMDR-therapie ouders

Na NIKA kregen de ouders traumabehandeling middels EMDR-therapie. Dat staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing en is een erkende traumabehandelmethode die veel wordt ingezet door bijvoorbeeld psychologen.

Uit de resultaten bleek dat de PTSS-klachten van de moeders na deze interventie echt afnamen.  Van den Dorpel: ‘De deelnemers vulden de PTSS-vragenlijst in en scoorden gemiddeld rond de 50, terwijl 31 de klinische grens is voor PTSS. Na de behandeling was 24 de gemiddelde score.’

Wat is EMDR?

Bij EMDR vraagt de therapeut de cliënt om aan een traumatische ervaring te denken. Tegelijk wordt de cliënt gevraagd om bijvoorbeeld de snel bewegende vingers van de therapeut te volgen, Door die afleidende prikkel wordt de emotionele lading van de ervaring minder zwaar of scherp.

Trauma-behandeling van ouders en opvoedgedrag

Van den Dorpel zag overigens dat het behandelen van de traumaklachten geen invloed leek te hebben op het opvoedgedrag van deelnemers. Een combinatie aanbieden van beide behandelingen in de vrouwenopvang zou dus de ideale situatie zijn, benadrukt zij. Daarnaast is ook traumabehandeling voor kinderen soms nodig.

Om het voor behandelaren makkelijker te maken om de volgorde van behandeling goed af te stemmen op ouder en kind, ontwikkelden Van den Dorpel en collega's een handreiking voor behandelaren.

Keten van geweld doorbreken

Van den Dorpel hoopt dat de handreiking er uiteindelijk voor zorgt dat meer ouders en kinderen na partnergeweld de zorg krijgen die hen op weg kan helpen naar een stabieler en fijner leven.

‘Want hoe jonger het kind, hoe langer het leven is dat voor zich ligt en hoe meer kans dat deze keten van geweld en trauma eindelijk doorbroken wordt.’

Willemien van den Dorpel heeft deze studie uitgevoerd in samenwerking met Blijf Groep, HVO-Querido, iIhub en Sterk Huis.

* De afbeelding boven dit artikel is puur illustratief en heeft geen link met het onderzoek.*

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.