De rem eraf? Nieuw wetsvoorstel geeft geheime diensten meer ruimte
Nieuws beeld: Lianhao Qu via Unsplash
Het kabinet wil de bevoegdheden van de inlichtingendiensten flink verruimen. Hieronder valt minder toetsing vooraf, een uitzonderingspositie voor aangewezen ‘opponenten’, en een omstreden toevoeging van het staatsnoodrecht. Wat betekenen deze verruimingen? En wat zijn de risico’s op lange termijn?
De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) regelt wat de Nederlandse geheime diensten, de AIVD en de MIVD (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst), mogen doen: afluisteren, hacken, gegevens verzamelen, en onder welke voorwaarden. Het huidige wetsvoorstel vormt een grote herziening van de Wiv uit 2017. Die wet geldt inmiddels als gedateerd door nieuwe dreigingen, zoals Russische cyberaanvallen, de inval in Oekraïne, en Chinese cyberspionage en criminele ondermijning die de nationale veiligheid bedreigen.
De diensten vragen meer slagkracht tegen deze hybride dreigingen, toezichthouders worden samengevoegd en de toetsing vooraf wordt minder. Tot slot voorziet het voorstel in meer samenwerking en gegevensdeling tussen de diensten, de politie, de krijgsmacht en andere veiligheidsdiensten.
Welke risico’s heeft het wetsvoorstel?
In een debat over de geheime diensten afgelopen week werd gevraagd welke risico's aan de nieuwe wet kleven. Ook werden er vraagtekens gezet bij de toevoeging van het staatsnoodrecht, waarmee de overheid extra bevoegdheden krijgt in bepaalde noodsituaties. Een belangrijke verandering zit in de manier waarop toestemming wordt geregeld. Onder de huidige Wiv moet voor elke gehackte server of getapte telefoon apart toestemming worden gevraagd, met veel vertraging en administratie tot gevolg. De nieuwe wet werkt met een ‘opponentenregime’: zodra ministers een organisatie éénmaal als opponent hebben aangemerkt en dit is goedgekeurd, zal de toezichthouder niet meer vooraf bij elke losse inzet meekijken, maar kan de directeur van de dienst in veel gevallen zelf toestemming geven.
In de podcast Schaduwoorlog, ging universitair docent Strafrecht Jan-Jaap Oerlemans dieper in op de wijzigingen: ‘Deze wet kent veel nieuwe regelingen, is breder opgezet en is dus echt anders dan de Wiv van 2017. Er zijn een aantal onderdelen waar ik spanning zie ontstaan. Bijvoorbeeld bij het opponentenregime, waarbij het de vraag is of voor de inzet van sommige bevoegdheden niet altijd toetsing door een onafhankelijke partij vereist is.’
'Er zijn een aantal onderdelen waar ik spanning zie ontstaan, bijvoorbeeld bij het opponentenregime.'
Wetswijziging is wel nodig
Oerlemans ziet wel de noodzaak van een wijziging van huidige procedures. ‘De diensten zien noodzaak voor snelle, effectieve inzet van bevoegdheden gezien huidige dreigingen. In het verleden waren er veel problemen bij de inzet van bepaalde bevoegdheden, zoals hacken en ‘bulkinterceptie’, waarvoor deze wet een oplossing probeert te bieden.’
‘Deze wet is ook geschreven met een veel nadrukkelijkere rol voor de MIVD,’ legt Oerlemans uit. ‘Dat is ook niet gek, gezien de Russische dreiging en het speelveld waarin de dienst tegenwoordig opereert. De AIVD krijgt een explicietere taak binnen criminele ondermijning. ‘Ik vind daarbij het grensvlak met het strafrecht bijvoorbeeld interessant’, zegt hij. En er zijn ook belangrijke verbeteringen, rond toezicht en de bescherming van fundamentele rechten: ‘Vooral dat toezichthouders straks binnen het College beter onderling kunnen overleggen en in sommige gevallen bindende beslissingen mogen nemen.’
Hacken in drie fases
Hacken wordt in de nieuwe regeling in drie fases georganiseerd: de eerste twee mogen zonder voorafgaande toetsing van de onafhankelijk toezichthouder plaatsvinden. Pas in de derde fase – het daadwerkelijk onttrekken van informatie – is die toetsing vooraf wel vereist. ‘In de eerste twee fases van het hacken gaat het niet alleen om vooraf verkennen, maar ook om het daadwerkelijk binnendringen. Daar wordt het spannend. Ik denk dat de toezichthouder daar ook wat van gaat vinden. We moeten beter uitwerken hoe dat toezicht wordt gehouden: is er vooraf een goed uitgewerkt plan, en gebeurt dat wel zorgvuldig?’
Inmiddels hebben de toezichthouders in een gezamenlijke reactie laten weten inderdaad zeer kritisch te zijn op de nieuwe regeling. ‘Toch vind ik de reactie van de toezichthouders op welgeteld 173 punten wel erg fors. En ik mis de nodige reflectie op wat in het verleden minder goed ging en waarvoor dit wetsvoorstel juist een oplossing voorstelt’, aldus Oerlemans, die zelf ook werkzaam was bij de CTIVD (Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten).
'Deze wet is ook geschreven met een veel nadrukkelijkere rol voor de MIVD. Dat is ook niet gek, gezien de Russische dreiging en het speelveld waarin de dienst tegenwoordig opereert.'
Vorderen van gegevens
Nieuw is ook dat de AIVD en MIVD ‘vorderingsbevoegdheden’ krijgen voor financiële instellingen, communicatiediensten en onlineplatforms. Zij kunnen verplicht worden gegevens (zoals bankgegevens) af te staan, op straffe van een gevangenisstraf bij weigering. ‘Dit kennen we ook in het strafrecht. Het is niet vreemd om dat ook voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten te regelen, maar ik denk dat er wel beter moet worden nagedacht over een correctiemechanisme, zoals een speciale klachtprocedure voor de betrokken bedrijven of meldingen aan de toezichthouder.’
Meer samenwerking en gezamenlijke operaties
Tot slot wordt er meer samenwerking en gegevensdeling tussen de diensten voorgesteld, de politie, de krijgsmacht en andere veiligheidsdiensten. ‘Wie houdt toezicht? En hoever reikt dat? Vooral als het gaat om gezamenlijke operaties en gegevensverwerkingen. Verliest de toezichthouder het zicht als de staatsgeheime gegevens bij de politie, Defensie of een private partij liggen?’
Een eindoordeel wil hij nog niet vellen: ‘Het is nog te vroeg om te concluderen of de balans onder aan de streep in orde is. Het conceptwetsvoorstel zal nog worden gewijzigd, en ook kleine wijzigingen kunnen grote gevolgen hebben. Pas na behandeling in de Tweede- en Eerste Kamer kun je daar echt antwoord op geven.’