Claudia Bouteligier: ‘Wat is het “waartoe” van de juridische opleidingen?’
Interview
Jarenlange ervaring met het Honours-onderwijs heeft docent Claudia Bouteligier een andere kijk op het juridisch onderwijs gegeven. We vroegen haar welke aanpak zij prioriteit zou geven: ‘Studenten moeten de ruimte krijgen om diepgaand en in rust na te denken.’
Op 6 september deelde Claudia haar opvattingen bij de opening van het Academisch jaar bij Ekklesia Leiden in de Hooglandse Kerk. Onder het thema ‘relatie en persoon in juridisch onderwijs’ legde ze de nadruk op het doel van juridisch onderwijs en hoe de student hier zelf vorm aan kan geven. Ze putte hierbij inspiratie uit de dialogische filosofie van Martin Buber, en anekdotes uit de praktijk van Honours-onderwijs.
De kern van je overweging bij Ekklesia is de vraag naar het ‘waartoe’ van het juridisch onderwijs. Wat bedoel je hier precies mee?
Als het gaat om het ontwerpen van onderwijs, dan is mijn ervaring dat daarbij vaak vertrokken wordt vanuit de vraag hoe we studenten kunnen motiveren en activeren. Dat is begrijpelijk, want studenten zijn vaak specifiek gericht op de leerstof die nodig is om het tentamen te halen. In de 15 jaar dat ik aan de universiteit doceer, heb ik van studenten veelvuldig de vraag gekregen of bepaalde stof al dan niet op het tentamen zou komen. Bij een ‘ja’ was er aanmerkelijk meer aandacht en betrokkenheid dan bij een ‘nee’.
Dit is een logische vraag, want studenten zijn vanaf de basisschool al gewend aan een prestatie- en meetcultuur in het onderwijs. De focus is gericht op het eindresultaat. Terwijl juist de weg ernaartoe, het leerproces van studenten, zo belangrijk is.
Er ligt voor mij een andere, fundamentelere vraag ten grondslag van het onderwijs: wat is het ‘waartoe’ van de juridische opleidingen? Dit is nauw verbonden met de vraag wat voor samenleving we willen scheppen. Onze toekomstige juristen, criminologen en onderzoekers geven namelijk straks de samenleving vorm.
Als we een samenleving willen die we ‘gemeenschap’ kunnen noemen, waarin mensen mét elkaar leven en niet naast elkaar, dan dienen we studenten het besef bij te brengen dat wij niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor onszelf, maar ook voor anderen. En dat het recht moet worden ingezet voor rechtvaardigheid, vrijheid en menselijkheid. Studenten moeten de ruimte krijgen om diepgaand en in rust na te denken over deze grote begrippen, die geen vaste definitie hebben. Over wat deze begrippen voor henzelf, als persoon, betekenen.
Ekklesia Leiden
Ekklesia Leiden is een oecumenische geloofsgemeenschap. Het is geboren uit een studentenorganisatie van rooms-katholieke en protestantse studenten in de jaren 60 en 70, maar staat inmiddels open voor verschillende levensbeschouwingen. De Ekklesia Leiden organiseert zondagse oecumenische vieringen in de Hooglandse kerk en andere activiteiten zoals maatschappelijke projecten, meditatie, gezamenlijke maaltijden, en lezingen.
Je haalt zowel de filosoof Martin Buber als de pedagoog Gert Biesta aan in je overweging. Wat denk je dat onderwijsprofessionals van hen kunnen leren?
Buber biedt een buitengewoon belangrijk perspectief over wat een gemeenschap kan zijn en wat dit voor ons als mens betekent. ‘In den beginne is de relatie’, zo stelt hij in Ik en Jij uit 1923. Mens-zijn betekent in relatie staan en de ander ontmoeten. Het pedagogisch concept van Biesta over ‘subjectiverend onderwijs’ legt ook de nadruk op het persoonlijk aanspreken van studenten, en op het belang dat wij als docenten reflecteren op onze taak. Beiden leren ons dat we studenten niet als nummers maar als personen moeten benaderen. Als subject.
Wat betekent deze alternatieve opvatting concreet?
Klassieke toetsing is in de huidige tijd met de aanwezigheid van AI achterhaald. Het kunnen reproduceren van kennis toont ook niet vanzelfsprekend aan dat een student de stof daadwerkelijk begrijpt – laat staan dat een student zich als persoon aangesproken voelt. Binnen de faculteit gebeuren al veel mooie dingen als het gaat om onderwijsinnovatie en er komt steeds meer aandacht voor de praktijk.
Bij Honours College Law hebben wij de afgelopen jaren breed geëxperimenteerd met onderwijs- en toetsvormen. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat studenten leren over het Toeslagenschandaal, maar pas wanneer zij in gesprek zijn met een gedupeerde ouder wordt concreet duidelijk wat onrecht kan zijn.
In het kort: behandel studenten als persoon, en geef studenten een actieve rol in de vormgeving van hun onderwijs, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van werkgroepen. Door hen autonomie en keuzevrijheid te geven, wordt betrokkenheid gestimuleerd omdat zij zich gezien voelen.