KNAW-beurs maakt internationaal onderzoek naar psychische aandoeningen bij jongeren mogelijk
beeld: Unsplash - Robina Weermeijer
Psychische aandoeningen zoals angststoornissen, depressie en bipolaire stoornis hebben invloed op de hersenstructuur. Dankzij een KNAW Ter Meulen Beurs kan postdoctoraal onderzoeker Willem Bruin (instituut Pedagogische Wetenschappen) grootschalig onderzoek doen naar hoe dit soort aandoeningen de hersenontwikkeling beïnvloeden.
Meer inzicht in psychische aandoeningen nodig
Alleen al in Nederland krijgen jaarlijks naar schatting 500.000 jongeren tussen de 10 en 25 jaar hiermee te maken met psychische aandoeningen. Ze ontstaan vaak in deze levensfase, terwijl de hersenen zich nog volop ontwikkelen.
De huidige mogelijkheden om psychische aandoeningen te herkennen en te behandelen zijn nog beperkt. Een belangrijke uitdaging is dat klachten zich bij iedere jongere anders ontwikkelen. Om behandelingen beter af te stemmen op het individu, is meer inzicht nodig in die verschillen.
Doel van het onderzoek
Om hier een beter beeld van te krijgen, zal Willem Bruin dankzij de KNAW-beurs zes weken samenwerken met onderzoekers aan de University of Southern California (Los Angeles) en de University of Michigan (Ann Arbor). Samen analyseren zij hersenscans van ongeveer 15.000 jongeren uit meer dan dertig landen.
Het onderzoek kijkt niet naar één aandoening, maar naar meerdere tegelijk. Veel jongeren hebben kenmerken van verschillende aandoeningen. Door deze gezamenlijk te bestuderen, willen de onderzoekers beter begrijpen welke veranderingen in de hersenontwikkeling gedeeld zijn en welke juist specifiek zijn per aandoening.
Dit hopen de onderzoekers te bereiken
In dit onderzoek staan de individuele verschillen centraal. De onderzoekers ontwikkelen als het ware een 'groeicurve voor het brein'.
Net zoals kinderartsen groeicurves gebruiken om de lichamelijke ontwikkeling van een kind te volgen, willen zij bepalen hoe de hersenontwikkeling van een jongere zich verhoudt tot wat op die leeftijd verwacht mag worden.
Zo hopen zij psychische aandoeningen beter te begrijpen en uiteindelijk bij te dragen aan een eerdere herkenning van psychische klachten, beter passende behandelingen en een grotere kans dat jongeren zich gezond kunnen blijven ontwikkelen.