Plannen om demonstratierecht te beperken gaan verder dan wetenschappelijke aanbevelingen
Interview beeld: Jack Rycraft via Unsplash
Het Nederlandse kabinet wil het demonstratierecht op een aantal punten aanscherpen. ‘Opvallend,’ vindt Laura Hanrath, promovenda bij de afdeling Staats- en bestuursrecht, want: ‘97 procent van de demonstraties verloopt incidentvrij.’
Ministers Heerma en Van Weel stuurden deze week een brief aan de Tweede Kamer met plannen voor het demonstratierecht. Concreet wil het kabinet burgemeesters de bevoegdheid geven demonstranten gedwongen te verplaatsen en de strafmaat voor strafbare feiten tijdens demonstraties verhogen
De plannen roepen juridische vragen op over de balans tussen openbare orde en demonstratierecht: de grondrechtelijke bescherming van vreedzame meningsuitingen in groepsverband. We vroegen promovenda Laura Hanrath over hoe ver de overheid hierin mag gaan.
De plannen zeggen aan te sluiten bij aanbevelingen uit een recent WODC-onderzoek. Klopt dit?
‘Het WODC-rapport concludeert dat de huidige wetgeving rondom demonstratierecht genoeg handvatten bevat voor burgemeesters om demonstraties te kunnen faciliteren én beschermen. Omdat het demonstratierecht van fundamenteel belang is binnen de democratische rechtsstaat, adviseren de onderzoekers juist om géén ingrijpende juridische wijzigingen door te voeren, maar te focussen op praktische oplossingen voor knelpunten in de uitvoering (zoals meer capaciteit, duidelijke informatievoorziening en betere communicatie).
Opvallend is dat het kabinet, ondanks de aanbevelingen, juist wél voorstelt om het wettelijk kader te wijzigen. Zo wil het kabinet bijvoorbeeld een nieuwe, sneller inzetbare bevoegdheid om demonstranten te verplaatsen, terwijl de WODC-onderzoekers voorstelden om de strenge voorwaarden van de huidige bevoegdheid tot bestuurlijk ophouden slechts wat te versoepelen. Deze nieuwe bevoegdheid willen ze dan ook kunnen inzetten bij voetbalrellen, gewelddadige jaarwisselingen of uit de hand gelopen feesten – maar deze ongeregeldheden vallen niet onder het demonstratierecht en hier bestaan al straf- en bestuursrechtelijke bevoegdheden voor.
Daarnaast kondigde Minister Van Weel in Nieuws van de dag zelfs een pilot aan met ‘smurfenverf’ in waterwerpers. Met deze moeilijk te verwijderen verf zijn ordeverstorende demonstranten nog een lange tijd later gemakkelijk terug te vinden: een ingrijpende, weinig gerichte maatregel met een stigmatiserend effect.
Hoe verhoudt dit voorstel zich tot Europese standaarden rondom het demonstratierecht? Zijn er vergelijkbare ontwikkelingen in andere landen waar Nederland lessen uit kan trekken?
Artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt het recht op vrijheid van vreedzame vergadering, waaronder ook demonstraties. Het demonstratierecht mag volgens dit artikel alleen onder strenge voorwaarden worden beperkt. Zo moeten beperkingen een wettelijke grondslag hebben en een legitiem doel dienen, zoals bijvoorbeeld openbare veiligheid of het beschermen van rechten van anderen. Beperkingen moeten bovendien proportioneel zijn: dat wil zeggen niet zwaarder dan nodig en in verhouding tot het nagestreefde doel.
Om ons heen laten vooral het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zien hoe het niet moet, aldus de WODC-onderzoekers. Vooral het VK, dat een wat moeizame relatie kent met het EVRM, heeft de afgelopen tijd veel maatregelen genomen die op gespannen voet staan met het demonstratierecht. Het gaat bijvoorbeeld om extra beperkingsgronden of strafbaarstellingen, vergaande bevoegdheden van de politie en hogere straffen.
Minister Van Weel noemt snelwegen en spoorlijnen expliciet als ongeschikte demonstratielocaties. Heeft de overheid juridisch gezien het recht om bepaalde vormen van protest op voorhand uit te sluiten?
De overheid kan niet op voorhand bepaalde locaties, zoals snelwegen, categorisch uitsluiten. Iedere demonstratie moet afzonderlijk worden beoordeeld: standaardbeperkingen zijn niet toegestaan. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hecht hierbij veel waarde aan het zogeheten sight-and-sound-criterium een belangrijke rol. Dit houdt in dat demonstranten zo veel mogelijk gezien en gehoord moeten kunnen worden door diegenen waar ze tegen ze demonstreren. De locatiekeuze van demonstraten is dus een essentieel onderdeel van het demonstratierecht.
Dit betekent niet dat demonstraties op bijvoorbeeld snelwegen altijd moeten worden toegestaan. De burgemeester kan, in het belang van het verkeer, de volksgezondheid of het voorkomen van wanordelijkheden, van tevoren beperkingen opleggen of in een uiterst geval de demonstratie verbieden. Hierbij moet wel altijd worden gekeken wat nog wél kan: misschien kan een korter durende demonstratie op een ander stuk wel, of is alleen nodig dat er een doorgang wordt gemaakt voor hulpdiensten. Overigens is het overtreden van een beperking van de burgemeester of het blokkeren van een snelweg strafbaar in Nederland. Gelet op het belang van het demonstratierecht, beoordeelt de strafrechter of en in welke mate een straf noodzakelijk en evenredig is.
Als deze plannen wet worden: wat verandert er dan concreet voor een gewone demonstrant in Nederland?
Dat is nog lastig te zeggen. De plannen zijn nog voornemens en moeten nader worden uitgewerkt. Na de zomer wordt hierover met de Tweede Kamer gedebatteerd. Zo weten we nog niet welke toepassingsvoorwaarden het kabinet wil introduceren voor de eventuele nieuwe verplaatsingsbevoegdheid. Juist de antwoorden op dat soort vragen gaan het verschil maken voor demonstranten.