Larissa Schulte Nordholt: ‘In koloniale gebieden vermengden lokale en Europese landbouwkennis zich’
Veni-beurs beeld: Nehir Aksel
Plantagehouders in de voormalige Nederlandse koloniën die van ongedierte af wilden, grepen naar lokale technieken. De kennis die ze op die manier verwierven, vermengden ze later vaak met Europese wetenschap. Onderzoeker Larissa Schulte Nordholt krijgt een Veni-beurs om dat samenspel in kaart te brengen.
Een van de eerste dingen op Schulte Nordholts to do list is een andere term verzinnen voor ongedierte. Die term is compleet vanuit de mens gedacht’, zegt ze. ‘Als wij een dier lastig vinden, is het ineens ongedierte. Had Singapore tijgers in de stad? Ongedierte. Een paar eeuwen later is de overlast voorbij en zijn de tijgers ineens geen ongedierte meer, terwijl het beest hetzelfde is gebleven.’
Open buffet
Slechte term of niet, ongedierte vormt een interessante casestudy naar de kennisverwerving van koloniale wetenschappers. Door plantages aan te planten met één gewas, introduceerden koloniale landbouwers de monocultuur in Suriname en Nederlands-Indië. Schulte Nordholt: ‘Daarmee creëerden ze een open buffet voor allerlei beestjes.’
Die muizen, ratten en insecten moesten vervolgens zo goed mogelijk worden weggehouden van hun vers aangelegde snacks. Plantagehouders keken daarvoor onder andere naar de lokale bevolking. ‘Zij hadden vaak al manieren om die dieren te bestrijden, die ze soms op hun beurt hadden overgenomen van andere bevolkingsgroepen’, vertelt Schulte Nordholt.
Gecreoliseerde kennis
Die technieken trokken ook de aandacht van koloniale wetenschappers, die zich vaak op de landbouw richtten. ‘Hiervoor deed ik onderzoek naar de koloniale geschiedenis van de Universiteit Wageningen’, zegt Schulte Nordholt. ‘Daar viel het me op hoe afhankelijk wetenschappers waren van de arbeid en kennis die al in de koloniën aanwezig waren. Een van hen schreef bijvoorbeeld naar huis hoe Javaanse arbeiders de tabak heel handig opstapelden, organiseerden en verdeelden. Die kennis is vervolgens op allerlei manieren verweven met wat we nu Wageningse kennis of Europese wetenschap noemen.’
Die verweving wil Schulte Nordholt graag preciezer in kaart brengen. ‘In de wetenschapsgeschiedenis gaat het steeds vaker over lokale kennis’, zegt ze. ‘Maar, die term veronderstelt een tegenstelling tussen westerse en niet-westerse kennis. Ik heb daarom het liever over gecreoliseerde landbouwkennis, omdat het een mengvorm is van lokale kennis met invloed van buitenaf. Bovendien worden voor de bestrijding van dieren vaak andere dieren ingezet. Jack Russells zijn bijvoorbeeld heel goede muizen- en rattenvangers. Omdat dieren ook een eigen intelligentie hebben, beïnvloedt dat de manier waarop mensen met ze omgaan en daarmee ook weer die creolisatie. Daar wil ik ook graag mee aan de slag.’
Lange lijnen
Schulte Nordholt focust daarbij op lange lijnen. Ze wil de periode vanaf 1870 tot nu onderzoeken, voor zowel Nederlands-Indië als Suriname. ‘Na de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië trokken Javaanse arbeiders en koloniale wetenschappers naar Suriname. Zeker die laatsten vormen een onderschatte groep. Ik heb al zeker tientallen namen gevonden van mensen die de oversteek waagden. Ik ben heel benieuwd naar hun wederzijdse uitwisseling.’
Die zal in elk geval betrekking hebben op de wisselwerking tussen biologische en kunstmatige bestrijding. Ontstond in de jaren veertig de Groene Revolutie, waarin het gebruik van kunstmatige middelen worden aangemoedigd om wereldwijde honger te bestrijden, in de jaren zestig en zeventig kwam de Integrated Pest Management op, waarin kritiek wordt geuit op die chemische manier van landbouw bedrijven. Schulte Nordholt: ‘Zij grijpen juist weer terug op eerdere biologische methoden met vaak lokale wortels. Ik ben heel benieuwd hoe die lijn eruitziet als je er op inzoomt.’