Universiteit Leiden

nl en

Lawaai op zee: onderzoek naar effect van windmolenparken op vissen

Menselijke activiteit maakt de onderwaterwereld steeds lawaaieriger. Promovendus Fien Demuynck onderzocht het effect van windmolenparken op vissen en hoe negatieve effecten te verminderen. ‘We willen dat dieren zo weinig mogelijk gestrest zijn, in de war of doof raken.’

Er kwam veel veldwerk kijken bij het onderzoek van mariene bioloog Demuynck. Regelmatig voer ze naar windmolenparken voor de Nederlands-Belgische kust om met sensoren na te gaan hoe vissen reageren op de geluiden ervan. De Vlaamse onderzocht bruinvissen (een kleine walvisachtige) en hun prooi: pelagische vissen. Dit zijn vissen zoals haring, sprot en makreel die niet rechtstreeks met de bodem te maken hebben, ze leven in het midden van de waterkolom.

Opvallend effect

De bouw van windmolenparken en de parken zelf veroorzaken lawaai. Tijdens het heien is dit een hoog intensief geluid. Bestaande windmolenparken produceren een constanter en minder hard geluid. De promovendus onderzocht of het mogelijk is om de dieren al voor het heien weg te jagen door niet-schadelijk geluid af te spelen. Demuynck testte verschillende geluiden in een bassin met wilde haringen. Het bleek dat zij zich anders gingen gedragen als er geluid werd afgespeeld. Welk geluid maakte niet zoveel uit. In de Noordzee zwommen de vissen echter niet weg van het akoestische afschrikmiddel.

Opvallend was dat scholen vissen zelfs niet wegzwommen als er werd geheid. Dit is het resultaat uit een nog ongepubliceerd onderzoek dat geen onderdeel uitmaakte van de thesis van Demuynck. ‘Het verwonderde ons’, zegt Demuynck. ‘We weten helaas nog niet hoe dat komt. Heigeluiden zijn tot wel twee à drie kilometer van een windmolenpark zodanig hoog dat tijdelijke doofheid kan optreden. Gehoor is een belangrijk zintuig voor dieren in de troebele Noordzee, dus je zou verwachten dat het voor hen niet interessant is om daar te blijven. Misschien dat ze dat toch doen omdat ze de geluiden gewoon zijn of al doof zijn van eerder heien. Of reageren ze op een andere manier, door bijvoorbeeld wat meer samen te scholen. Hier zou meer onderzoek naar gedaan kunnen worden.’

Meer vissen in de parken die staan

Demuynck verwachtte dat bestaande windmolenparken juist een positief effect zouden kunnen hebben op vissen. Omdat er niet mag worden gevist in de parken is het een veilige omgeving. Ze was dan ook verrast dat ze in de windmolenparken voor de Nederlands-Belgische kust minder pelagische vissen aantrof dan erbuiten. ‘Misschien is er toch iets anders aan de hand waardoor ze daar minder aanwezig zijn. Door het mixen van waterlagen rondom de palen zou er een lagere productie plankton, het voedsel voor deze vissen, kunnen zijn, maar verder onderzoek zou dit moeten uitmaken.’ Voor bruinvissen zou het juist een lopend buffet kunnen zijn. Structuren zoals turbines trekken namelijk leven aan zoals mossels. Ook hier moet volgens Demuynck meer onderzoek naar worden gedaan.

Impact verminderen

Is het erg dat sommige vissen niet wegzwemmen van de schadelijke geluiden rondom constructie van windmolenparken en wegblijven uit bestaande windmolenparken? Demuynck vindt dat we daarvoor naar een bredere context moeten kijken. ‘Dieren in de zee hebben te maken met klimaatopwarming en plasticvervuiling, daar komt lawaai van menselijke activiteiten ook nog eens bij. Windmolenparken helpen de klimaatopwarming af te remmen, wat natuurlijk ook in het belang is van vissen. Ik durf niet te zeggen of de negatieve effecten zwaarder doorwegen dan de positieve voor bruinvissen en pelagische vissen. Maar ik vind wel dat we bij nieuwe ontwikkelingen moeten kijken naar wat de gevolgen zijn voor het leven in zee. En dat wij maatregelen moeten treffen om de impact te verminderen.’

Kan je bezoekers van een aquarium zachter laten praten?

Het laatste jaar van haar promotie onderzocht Demuynck ook nog of bezoekers in de haaientunnel van Diergaarde Blijdorp minder lawaai maakten als er bordjes op werden gehangen waarmee dat werd gevraagd. Ze maakte verschillende bordjes met teksten en de strekking van de boodschap was steeds ‘Zachter praten a.u.b.’.

Het bleek dat het inderdaad wat stiller (gemiddeld net iets meer dan 1 decibel) in de tunnel was als de bordjes er hingen. Verder onderzoek zou kunnen helpen om nog betere methodes te vinden om bezoekers bewust te maken van de impact van hun geluid op de dieren om hen heen, of op hun medebezoekers. Uit de antwoorden van een enquête bleek namelijk dat bezoekers het zelf ook belangrijk vinden dat het in de omgeving niet te luid is.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.