Alex Geurds' eerste maanden als decaan: ‘Belangrijk om een organisatie te zijn zonder pijn of scrupules’
Decaan Archeologie
Sinds januari 2026 is Alex Geurds de nieuwe decaan van de Faculteit der Archeologie. Zijn start verliep rustiger dan velen verwachtten, maar achter die rust schuilt een periode van verkennen, luisteren en strategisch vooruitkijken.
Rustige start
Geurds merkt dat collega’s soms verbaasd zijn dat hij zijn draai zo snel vond. ‘In het begin was het best rustig. Dat is misschien wonderlijk, want ik hoor veel mensen een beetje grappend vragen of het nog gaat.’
Die rust kwam mede doordat ook het College van Bestuur een nieuwe voorzitter en rector kreeg. ‘De strategische aansturing liet even op zich wachten. Dat gaf mij de ruimte om me te richten op wat er binnen het gebouw speelde, zonder ook al gelijk te moeten schakelen op universitaire belangen.’
De overstap van onderwijsportefeuillehouder naar decaan ervaart hij als een inhoudelijke verschuiving. ‘Onderwijs kent veel tactische en operationele kanten. Als decaan kijk je veel meer naar langere termijn trends en hoe je de belangen van de faculteit daarin verankert. Dit stimuleert mij om over strategie na te denken.’
Cultuurverandering
Een belangrijk thema voor Geurds is het lopende cultuurveranderproces binnen de faculteit. ‘Cultuur vormt zich in het doen. Met Breinkorf zijn we daar al langere tijd mee bezig, en iedereen doet mee: van ondersteunend personeel tot tijdelijke en vaste staf.’
Hij ziet dat het proces aandacht en zorg vraagt. ‘Je moet mensen blijven meenemen, anders raakt het doel uit zicht. Het is ook zeker geen puur HR-dossier; het gaat over luisteren naar elkaar, over onderwijs- en onderzoeksplannen, over peer-to-peer gesprekken in de gangen, het verwezenlijken van ons interne potentieel.’
Met het aflopen van het begeleide onderdeel van het traject later dit jaar begint volgens hem een nieuwe fase. ‘We hebben dan hopelijk wat meer praktische tools om elkaar feedback en feedforward te geven zonder dat het persoonlijk wordt, maar daarvoor moeten we ook structuren neerzetten om die ruimtes te creëren. Het herboren Archaeological Forum is een mooi voorbeeld. We willen de socratische dialoog aan studenten leren en dat is ook van belang onder de staf. Ik denk dus na over hoe we in de komende jaren een andere gemeenschap kunnen zijn, die ook samen van successen geniet.’
Nieuw speelveld
Ook in het overleg met andere decanen zoekt Geurds zijn positie. ‘Je begint een beetje op nul. Je moet begrijpen hoe anderen naar onze faculteit kijken. Zijn we een vertrouwde partner, of voor sommigen toch ook een vreemd wezen? Dat moet je leren kennen.’ Tot nu toe is het een warm bad. ‘Het College en de zeven decanen willen echt een team vormen en zijn heel open naar elkaar; het is een privilege om daaraan deel te nemen’.
Ambities
Geurds noemt twee ambities die voor hem de kern vormen van zijn decanaat: een gezonde, productieve organisatie aan de ene kant en een blijvend sterk gepositioneerde faculteit aan de andere kant.
‘Ik vind het intrinsiek belangrijk dat we een organisatie zijn waarin mensen geen pijn of scrupules hebben. Voor een deel is dat nog zo en ik heb ook niet de illusie dat dat allemaal te repareren is in alle situaties. Maar we moeten er wel echt het uiterste voor doen. Uiteindelijk is het is heel bijzonder dat we dit werk kunnen doen. Het zou een droombaan moeten zijn, en het is zonde als niet iedereen elke dag op een wolk naar het werk gaat.’
Profilering
Daarnaast wil hij de strategische kracht van de faculteit behouden. ‘We moeten scherp zijn in onze onderzoeksprofilering. Wat doen we wel, wat doen we niet, en waar willen we over vijf of tien jaar staan? Het is onontkoombaar dat als we meer of iets nieuws willen, dat we dan ook iets moeten loslaten. Dat is een spannend proces, maar het belooft ook echte vooruitzichten op strategische kracht’.
Die profilering moet ook de verbinding met Leiden en Europa versterken. ‘Erfgoedvraagstukken, regionale partners, veranderingen binnen het nationale universitaire veld op archeologie, en straks ook het nieuwe EU-kaderprogramma: de sleutelbegrippen daarin – identiteit, interregionaliteit, erfgoed, welzijn, migratie – zijn voor ons heel relevant.’ Zijn ideaalbeeld is helder. ‘Als we over een aantal jaar een stevig, strategisch onderzoeksprofiel hebben én dit ons tegelijkertijd heeft geholpen om de cultuur verder te brengen, dan vind ik het aardig geslaagd.’