D&I Symposium 2026: ‘Je kunt iets pas inclusief noemen, als het voor iedereen is’
Hoe worden we een echt inclusieve universiteit? Daarover gingen studenten en medewerkers met elkaar in gesprek tijdens het jaarlijkse Diversity & Inclusion Symposium. ‘Er is een beweging gaande van moeten naar willen.’
Een technische storing is niet iets waar je als organisator van een symposium op hoopt. Maar als het dan toch gebeurt, kan het je verhaal maar beter kracht bij zetten. Want precies terwijl dagvoorzitter Nivja de Jong tijdens haar welkomstwoord vertelt hoe belangrijk taal is als het gaat om inclusiviteit, valt de Engelstalige live-ondertiteling op het grote scherm uit. ‘Zo zie je maar’, zegt De Jong, die zelf overschakelt naar Engels.
Goed onderwijs voor iedereen
Als hoogleraar Tweede Taalverwerving en Didactiek is De Jong werkzaam bij zowel het Centre for Linguistics als het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsonderzoek en Nascholing (ICLON). Dit jaar is het ICLON co-organisator van het symposium, dat in het programma veel aandacht biedt voor werken aan een inclusieve leeromgeving. ‘Het ICLON heeft als belangrijkste taak: goed onderwijs voor iedereen’, vertelt De Jong. ‘Daarvoor moet zijn nagedacht over de rol van taal. Want taal is nooit neutraal. Taal kan verbinden, maar ook uitsluiten.’
Druk op academische vrijheid
Tijdens de paneldiscussie spreekt universitair hoofddocent Ahmed Mahfouz van het LUMC over het belang van diversiteit en inclusie als het gaat om onderzoek. ‘Een inclusieve wetenschap biedt ruimte aan onderzoekers met verschillende opvattingen en achtergronden’, zegt Mahfouz. Hij noemt vaccinaties als voorbeeld. ‘De meeste collega’s vinden vaccinaties goed voor de samenleving, maar er zijn ook onderzoekers die hier anders over denken.’ Het gesprek verschuift naar de groeiende druk op academische vrijheid in de Verenigde Staten, waar het nu nagenoeg onmogelijk is om subsidie te krijgen als een onderzoeksvoorstel ook maar enige vermelding van diversiteit of inclusie bevat. Dat heeft niet alleen gevolgen voor Amerikaanse wetenschappers, benadrukt Mahfouz. ‘Het raakt ons allemaal.’
‘Doe geen aannames’
Panellid Avalon Leiman is student aan het LUC The Hague en voorvechter van rechten voor mensen met een handicap. Ze werkt mee aan een onderzoeksproject gericht op de toegankelijkheid van universiteitsgebouwen. De voorlopige conclusie? Er is nog veel werk te verrichten. Want, zo zegt Leiman: ‘Je kunt iets pas inclusief noemen als het voor iedereen is. Denk dus niet alleen aan mensen in een rolstoel. Je kunt ook slechthorend zijn, bijvoorbeeld, of neurodivergent.’
‘Het probleem is niet dat ik in een rolstoel zit, maar dat de ruimtes om ons heen daar geen rekening mee houden.’
Ondanks dat veel mensen aan de universiteit zich met de beste wil inzetten, zijn er op de campussen nog te veel blokkades, ziet Leiman. ‘Het probleem is niet dat ik in een rolstoel zit, maar dat de ruimtes om ons heen zijn ontworpen zonder dat daar rekening mee wordt gehouden.’ Haar advies: ga met mensen met een handicap in gesprek, in plaats van zelf aannames te doen over wat nodig is. Een handicap zou geen belemmering moeten zijn, maar eerder een reden om je af te vragen hoe we van deze ervaring kunnen leren.’
Van toolkits tot trainingen, er is de laatste jaren al veel werk verricht om de universiteit nog inclusiever te maken, zegt beleidsadviseur Diversiteit & Inclusie Judith Jansen. ‘De volgende stap is nu: hoe kunnen we al deze acties echt verankeren in ons onderwijs en onderzoek, en goede ondersteuning bieden?’
Geen moetje meer
Saniye Çelik is bijzonder hoogleraar Diversiteit, Inclusie en Politie. Tijdens haar keynote deelt ze lessen uit veertig jaar diversiteits- en inclusiebeleid. Duidelijk is dat er een beweging gaande is van moeten naar willen. ‘Veertig jaar geleden was diversiteit en inclusie echt nog een moetje. Gelukkig is de wil om met het onderwerp aan de slag te gaan alleen maar toegenomen.’ Steeds meer organisaties zien nu de urgentie van het onderwerp, vertelt Çelik, en ook het aantal ambassadeurs en professionals is toegenomen. ‘De beweging is echt een vakgebied geworden.’
Tegelijkertijd valt of staat het onderwerp volgens haar met hoe leiders er mee om gaan. Het gaat dan niet per se om mensen in leidinggevende posities, maar ook om docenten, begeleiders en mentoren. Ook is het bij peilingen naar hoe het ervoor staat met sociale veiligheid en inclusie belangrijk om niet alleen naar gemiddelden te kijken. ‘Wat zegt het nou precies als een organisatie een acht scoort op inclusie? We zien bijvoorbeeld dat mensen uit een minderheidsgroep gemiddeld veel lagere scores geven. Hebben we die uitschieters dan wel goed in beeld?’
Çelik sluit af met een oproep. ‘Het onderwerp diversiteit en inclusie is groot, erg groot. Dus kies één onderdeel dat voor jou belangrijk is, en richt je daarop, en zet stappen. Alleen zo komen we samen vooruit.’
Vrouwelijke leidinggevende
Aan het eind van het symposium vertelt CvB-vicevoorzitter Timo Kos over zijn eigen ervaring met gender bias. Toen Kos in het hoger onderwijs ging werken, kreeg hij bij zijn sollicitatie de vraag of hij het een probleem vond dat zijn toekomstige leidinggevende een vrouw was. ‘Ik vond het toen vreemd dat die vraag werd gesteld.’ Maar kort daarop ontdekte hij dat wanneer hij met zijn leidinggevende deelnam aan een overleg, mensen zich meestal automatisch tot hem richtten, in plaats van tot zijn baas. ‘Je voelt je ontzettend ongemakkelijk als dat gebeurt.’
Wanneer dit soort gedrag zich afspeelt in een organisatie, is het belangrijk om het expliciet te maken, roept Kos op. ‘Zeg hardop dat het gebeurt. En maak het ook vooral jouw eigen probleem, in plaats van het alleen als een probleem van je collega’s te beschouwen.’
Wat vonden bezoekers van het symposium?
Miyuki Kerkhof, onderwijscoördinator Pre-University College Den Haag en promovendus bij Archeologie
‘Ik vind het altijd goed dat de universiteit dit symposium organiseert. Dit keer was ik vooral benieuwd naar een experiment bij de Rechtenfaculteit, waarbij ze interventies deden om het startpunt voor eerstegeneratiestudenten te verbeteren. Bij de Honours Academy coördineer ik namelijk een eenjarig extracurriculair programma voor 5 vwo-leerlingen en werf ik actief eerstegeneratieleerlingen. De andere sessie die ik bijwoonde ging over hoe je om kunt gaan met moeilijke situaties in de colleges. We kozen als groep voor de casus over een student die disruptief is en zegt het college niet interessant te vinden. Hoe ga je dan reageren? Als het gedrag bijvoorbeeld uit een neurodivergentie komt, kun je daar op een andere manier mee omgaan dan wanneer iemand om politieke redenen of een bepaalde mening het niet interessant vindt. Wat ik een mooie aanvulling vond is dat je ook je incidenten kunt documenteren, zodat je als docent terug kunt kijken en kunt reflecteren. Daar heb ik wel wat van geleerd.’
Elise Gosselin, student International Studies en lid van de Universiteitsraad
‘Als neurodivergent persoon wil ik echt werken aan meer inclusie voor niet-zichtbare beperkingen. Geestelijke gezondheid wordt zo ontzettend onderschat als het gaat om de invloed op onderwijs. Daarom wilde ik hier vandaag zijn om te zien wat mensen ervan vonden, om mensen te ontmoeten die betrokken zijn bij die processen en om misschien te zien waar we vanuit de Universiteitsraad voor kunnen pleiten. Ik heb het gevoel dat we tijdens de workshops veel konden uitwisselen over heel concrete onderwerpen. Het leukst vond ik de sessie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, over het implementeren van sociale cohesie in hun programma’s. Ik heb ook genoten van de sessie over taalinclusie, en over hoe academische taal in het bijzonder niemands eerste taal is. Na vandaag ga ik zeker al het onderzoek dat vandaag genoemd is nader bestuderen.’
Sarah de Rijcke, rector magnificus
‘Het thema van vandaag kwam eerlijk gezegd in eerste instantie wat ‘gedwongen’ op mijn pad. Toen ik ging promoveren, zei mijn promotor, ook een vrouw, tegen mij: je bent goed in wetenschap, maar weet dat je het lastig gaat krijgen. Destijds vond ik dat wat overdreven, maar later, toen ik het academische systeem beter leerde kennen, snapte ik beter wat ze bedoelde. Nu ik zelf leidinggevende verantwoordelijkheden draag, voel ik ook een verantwoordelijkheid om dit onderwerp actief verder te brengen. Door als vrouw een bepaalde positie te bekleden, geef je al een belangrijk signaal af. Het stemt me hoopvol dat we tijdens de keynote hebben gehoord dat er vooruitgang is. Tegelijkertijd baren de geopolitieke ontwikkelingen me zorgen, zeker waar dit soort vraagstukken minder vanzelfsprekend geadresseerd kunnen worden. Ik hoop dat eventuele terugslagen een tijdelijke dip zijn in een verder stijgende lijn van open en inclusieve wetenschap.’
Hannah de Vreeze & Olya Churilina, bestuursleden Access & Support Platform (ASP)
Hannah: ‘ASP is een studentenorganisatie die zich richt op het verbeteren van de situatie van studenten met een beperking. Voor ons is het daarom heel belangrijk om hier vandaag deel uit te maken van het gesprek en te zien hoe medewerkers denken over dit onderwerp, hoe ze proberen bepaalde tactieken te integreren in hun onderwijs of hoe ze ondersteuning bieden aan studenten die dat nodig hebben. Ik denk dat we vandaag veel medewerkers hebben ontmoet die pleiten voor daadwerkelijke verandering en de Universiteit Leiden inclusiever, toegankelijker en diverser willen maken.’
Olya: ‘We vinden dat studenten momenteel niet de ruimte hebben om zichzelf te vertegenwoordigen en te praten over hun sociale beperkingen en de noodzakelijke veranderingen aan de universiteit. Dus als we de professionals kennen die hier werken, kunnen we hen adviseren zulke ruimtes voor studenten te creëren. Er mag niets over ons worden besloten zonder onze betrokkenheid. Volgend jaar zou het geweldig zijn als dit symposium meer onder studenten gepromoot kon worden, want de meeste mensen hier vandaag zijn medewerkers. En hoewel hun enthousiasme zeker waardevol is, voelt het toch wat vreemd om dit gesprek te voeren zonder de studenten voor wie de diensten ook zijn bedoeld.’
Tekst: Evelien Flink
Foto’s: Camilla Kwende