Onderzoek naar praktijk van overheidsgeheimhouding
De overheid moet in een democratie openbaarheid nastreven, maar soms is geheimhouding noodzakelijk om belangen als veiligheid of privacy te beschermen. De Wet open overheid (WOO) bevat daarom een recht op overheidsinformatie, maar staat ook uitzonderingen daarop toe om in de wet gespecificeerde belangen te beschermen.
Geheimhouding laat zich vanwege haar aard niet gemakkelijk onderzoeken. Hoe gaat de overheid om met deze bevoegdheid en welke informatie blijft voor de samenleving verborgen? Met deze vraag gaat Louis Honée, onderzoeker bij de Afdeling Staats- en bestuursrecht, het komend jaar tesamen met Annemarie Drahmann (UU), Maarten Marx (UvA) en specialisten van Dialogic Innovatie & Interactie op het gebied van kwantitatieve data-analyse en machine-learning om de geheimhoudingspraktijk transparanter te maken, aan de slag. Deze methoden zijn gericht om op grote schaal te ontsluiten welke categorieën van informatie geheim blijven en op basis van welke redeneringen de overheid geheimhouding in individuele gevallen noodzakelijk acht.
Het onderzoek plaatst zich daarmee in een opkomend onderzoeksgebied: Recht en technologie. Het combineert juridische onderzoeksmethoden met kwantitatieve empirische methoden gericht om grootschalige tekst te analyseren. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Maatschappelijke Coalitie Over Informatie Gesproken en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van het Actieplan Open Overheid (OGP) en het internationale Open Government Partnership.