Universiteit Leiden

nl en

Archeoloog hengelt W.A. van Es-prijs binnen met onderzoek naar Nederlandse visconsumptie

Archeologie alumnus Chris Muysson won de W.A. van Es-prijs tijdens de Reuvensdagen van 2023. Hij ontving deze prijs voor zijn uitvoerige masterscriptie-onderzoek naar de geschiedenis van de visconsumptie in Nederland.

Chris Muysson neemt de W.A. van Es-prijs in ontvangst. Foto: RCE

Door de mazen van het net

‘Het bleek dat de geschiedenis van visconsumptie in Nederland nog nauwelijks onderzocht was,’ legt Chris uit. ‘Ik ontdekte dit in mijn bachelorperiode, waarin ik onderzoek deed naar een vroegmiddeleeuwse visserijplaats bij Nieuwegein.’ Na een gesprek met dr. Roos van Oosten besloot hij zijn bachelorscriptie te schrijven over de visconsumptiehorizon. ‘Ergens in de middeleeuwen is er een omslag geweest van overwegend zoetwatervisconsumptie naar zeevisconsumptie, maar het is onduidelijk wanneer precies.’ Voor zijn bachelor onderzocht Chris de periode tussen 400 tot 1050. Daar bleek de omslag niet te zitten. Er zat niets anders op dan het onderzoek uit te breiden voor de masterscriptie.

Visresten gevonden in Nieuwegein

Vissen voor data

Nu bleek gelukkig dat er al veel was uitgezocht wat betreft visresten in Nederlandse opgravingen. Bob Beerenhout, de visspecialist van archeologisch Nederland, heeft een groot deel van al het visonderzoek gedaan. ‘Ik heb heel veel contact met hem gehad en veel data van hem overgezet in een database van visresten.’ Zelf heeft Chris geen visrest bekeken. ‘Dit was vooral synthetiserend onderzoek. In de determinatie van de resten zelf heb ik volledig vertrouwd op de specialisten.’

Zakken met visresten gevonden in Den Haag

Waterscheiding

En de resulterende database, in combinatie met verschillende analysemethoden die Chris hierop losliet, liet inderdaad de vis event horizon zien. ‘Je ziet de grens rond 1200 opkomen, vooral in het binnenland. Aan de kust is zeevis natuurlijk al lokaal beschikbaar, maar het binnenland blijft lang zoetwatervis consumeren.’

Vrijdag visdag

De opkomst van zeevis is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van factoren. ‘Er is steeds meer verstedelijking, waardoor de markt zich ontwikkelt. Ook zijn er innovaties in de visserij, zoals de opkomst van haringbuizen, en betere schepen waardoor men zich steeds verder op zee kan begeven.’ Ook klimaatsomstandigheden spelen een rol. ‘Rond 900 heb je de middeleeuwse warme periode, waardoor vissen als haring en kabeljauw zich naar het noorden verplaatsen. Net vóór 1200 zie je dat de kabeljauwconsumptie weer toeneemt.’

Ook cultureel speelt visconsumptie een belangrijke rol. ‘De opkomst van het christendom in de vroege middeleeuwen heeft ook invloed gehad. Zo mochten christenen geen vlees eten op de vastendagen, in die tijd een enorm aantal. Vis mocht wel gegeten worden.’ Naarmate het christendom meer voet aan de grond kreeg nam de visconsumptie toe.

Stad en platteland

Naast een vergelijking door de tijd heen heeft Chris ook gekeken naar het verschil tussen steden en platteland. ‘Het is mooi om te zien dat zeevisconsumptie in de steden de overhand neemt rond 1200, maar op het platteland zo'n 100 jaar later. Je ziet dat dit dus echt vanuit de steden georganiseerd en vermarkt wordt.’

De zee geeft...

Maar waarom maakte men dan de overstap naar zeevis? ‘Het is makkelijker voor handen en kan grootschaliger op de markt worden gebracht. En het is ook gewoon lekkerder. Zoetwatervis zit vaak vol met graten. Ik denk dat de smaak zeker meegespeeld heeft.’

...en de zee neemt

In de periode van 1600 tot 1800 daalt de consumptie van vis. ‘In deze tijd zien we een aantal zeeoorlogen, dat is één van de verklaringen die ik heb gegeven voor de daling. Daarnaast zijn er een aantal grote vloeden die de kustgebieden treffen. Vissersdorpen en -vloten zullen daaronder te lijden hebben gehad.’ Desondanks lijkt het erop dat mensen niet terugvielen op de consumptie van zoetwatervissen.

De Nederlandse haringvloot. Schilderij van Cornelis Beelt (1640-1702)

Dieper duiken

Met de W.A. van Es-prijs op zak is het niet meer dan logisch om na te denken over de toekomst van dit onderzoek. ‘Het is me gevraagd of ik geïnteresseerd ben in een promotie-onderzoek, waarbij ik ook kijk naar de informatie uit België. Mijn masterscriptie omvat een lange periode en ik kon daardoor niet alles beschrijven, dus er is nog genoeg om uit te werken. Misschien ga ik dit doen als hobby naast mijn baan. Ik werk nu als archeoloog voor de gemeente Den Haag.’

Juryrapport

In zijn goed geschreven scriptie geeft Chris een gedetailleerd beeld van de aard en omvang van de visconsumptie in Nederland van de vroege Middeleeuwen tot en met de vroegmoderne tijd. Muysson maakt gebruik van een omvangrijke en door hem geactualiseerde set visdata. Startpunt voor zijn analyse was het in de internationale literatuur bekende fenomeen ‘Fish Event Horizon’, de abrupte toename van zeevis ten opzichte van riviervis. In Muyssons studie wordt duidelijk dat het hier voor Nederland gaat om een ontwikkeling waarin ruimtelijke (kust versus binnenland), sociale en verschillen tussen stad en platteland een belangrijke rol spelen. Met Muyssons scriptie staat ons land qua archeologisch visonderzoek weer op de Europese kaart.

Scriptie

Raadpleeg de winnende scriptie in het universitair repositorium.

Fish bones: small remains, enormous potential
Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.