Universiteit Leiden

nl en

Veni voor Dovilė Rimkutė: Reputatie is de belangrijkste factor bij risicoregulering

Dovilė Rimkutė, universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde in Den Haag, ontving de prestigieuze Veni-beurs voor haar onderzoek naar risicoregulering. ‘We gaan ervan uit dat beslissingen omtrent risicoregulering genomen worden op wetenschappelijk onderbouwde basis’, vertelt Rimkutė, ‘maar het komt regelmatig voor dat de mogelijke dreiging van reputatieschade voor regelgevende agentschappen een belangrijkere motivatie is om te handelen.

Dovilė Rimkutė

Wat ben je van plan te onderzoeken?

‘In mijn Veni-onderzoek wil ik mij richten op risicoregulatie binnen de Europese regelgevende staat. Risicoregulatie gaat over het tijdig paraat hebben van geloofwaardige oplossingen voor serieuze sociale dreigingen, zoals gezondheidsrisico’s (bijvoorbeeld fipronil in eieren, glyfosaat), dreigingen als gevolg van klimaatuitdagingen (bijvoorbeeld de stijging van de zeespiegel, vervuiling door gebruik van nitraten en plastic), serieuze grensoverschrijdende veiligheidsrisico’s (bijv. cyberattacks) en financiële risico’s. Nalatigheid in het adequaat aanpakken van deze risico’s zou kunnen leiden tot vele en langdurende verstoringen. Die op hun beurt weer nadelige gevolgen kunnen hebben voor maatschappelijke instellingen, zoals ontneming van hun bevoegdheden, afname in vertrouwen, en afbrokkeling van steun. Het resultaat is dat bureaucratieën het beheersen van risico’s tot een van hun belangrijkste aandachtspunten hebben verheven.’

‘Het is de taak van regelgevende agentschappen om te streven naar een zo puur mogelijke wetenschappelijke benadering. Echter, op onderzoek gebaseerde risicoanalyses zijn vaak inconsequent: agentschappen komen bijvoorbeeld met enige regelmaat tot tegenstrijdige conclusies. Er is nog maar weinig bekend over een mogelijke verklaring voor deze substantiële wetenschappelijke inconsistenties.’

Kun je een voorbeeld geven?

‘Uiteraard, zo zijn er hevige discussies gaande over twee chemicaliën. Een daarvan, Bisfenol A, wordt gebruikt in plastic. Wij worden dagelijks blootgesteld aan bisfenol A omdat het op grote schaal wordt toegepast in plastic flessen, verpakkingen van etenswaren en waterleidingspijpen. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft vastgesteld dat bisfenol A geen veiligheidsrisico vormt voor consumenten van alle leeftijden, maar de Franse autoriteit daarentegen is van mening dat het gevaarlijk is voor kinderen.’

‘Het tweede voorbeeld is Glyfosaat, dat voornamelijk wordt gebruikt als bestrijdingsmiddel. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) heeft onlangs vastgesteld dat dit geclassificeerd dient te worden als kankerverwekkend, terwijl EFSA tot de conclusie is gekomen dat met de huidige blootstellingsniveaus het onwaarschijnlijk is dat glyfosaat kanker verwekt bij mensen.’

‘Als gevolg hiervan zijn sommige chemicaliën verboden in een aantal maar niet in alle Europese landen. Het gevolg daar weer van is dat de interne markt wordt verstoord, er veel rechtszaken worden aangespannen door de industrie en de publieke verontwaardigheid toeneemt omdat mensen niet meer weten welke conclusies ze moeten geloven. Dit resulteert er uiteindelijk in dat het vertrouwen in de legitimiteit van regelgevende agentschappen en op empirisch-onderbouwde beleidsvorming afneemt.’

Voor wie is jouw onderzoek relevant en waarom?

‘De impact en relevantie van de uitkomsten van dit Veni-project zullen zeker verder reiken dan alleen wetenschappelijke doelgroepen aangezien moderne maatschappijen toenemend worden blootgesteld aan een breed aantal risico’s. Echter, de legitimiteit van de door agentschappen getrokken wetenschappelijke conclusies wordt met regelmaat door verschillende doelgroepen in twijfel getrokken zoals politieke instellingen, andere regelgevende agentschappen en de media. Ik streef ernaar om door middel van het geven van empirisch onderbouwde aanbevelingen aan instanties over het toepassen van reputatie-managementstrategieën en aan politici over het gebruik van wetenschappelijke risicoanalyses een bijdrage leveren aan het verbeteren van risicoregulering en het vergroten van het maatschappelijk begrip omtrent empirisch onderbouwde risicoregulatie.’

Wat is je achtergrond?

‘Ik ben als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde. Als onderzoeker ben ik geïnteresseerd in een breed scala aan onderwerpen op het gebied van bestuurlijke regelgeving, maar hou mij voornamelijk bezig met het onderzoeken van op reputatie-gebaseerde verklaringen omtrent het strategisch handelen van agentschappen. Ik heb het diploma van mijn onderzoeksmaster in Bestuurskunde behaald aan het Departement van Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht en ben gepromoveerd in Politieke Wetenschappen aan de Ludwig Maximillian Universiteit in München.’

‘Voor mijn proefschrift heb ik onderzocht hoe regelgevende agentschappen onderling de strijd aangaan tijdens het uitvoeren van hun kerntaken: het geven van wetenschappelijk advies aan Europese instellingen. Daarnaast heb ik me afgevraagd waarom de wetenschappelijke aanpak van de betreffende agentschappen binnen verschillende regelgevende contexten zo ontzettend kan variëren. Het project waarvoor ik de Veni-beurs heb ontvangen vloeit voort uit dit onderzoek.’

De Veni’s worden jaarlijks door NWO toegekend. Samen met de Vidi- en Vici-financieringen maken ze onderdeel uit van de Vernieuwingsimpuls. Veni’s zijn gericht op excellente onderzoekers die onlangs gepromoveerd zijn. NWO selecteert onderzoekers op basis van de kwaliteit van de onderzoeker, het innovatieve karakter van het onderzoek, de verwachte wetenschappelijke impact van het onderzoeksvoorstel en mogelijkheden voor kennisbenutting.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie