Universiteit Leiden

nl en

Planten en waterdiertjes tellen voor citizen science

Voor het Leidse citizen scienceproject Oeverplanten onderzoeken buurtbewoners, wetenschappers en studenten de oevers van Leiden. Welke plantensoorten komen op welke plekken voor? En hoe kan de Gemeente Leiden de oevers beter beheren voor een optimale biodiversiteit?

Een ontmoeting op de oever

Langs de Wassenaarseweg, schuin achter het Gorlaeus Gebouw, verzamelen zich vier jongeren op een wild begroeide oever. Hun voeten en onderbenen zijn verscholen achter groene en gele begroeiing. In de verte, tegen een strakblauwe lucht, is het statige Kasteel Endegeest in Oegstgeest te zien – voorheen een plek voor geestelijke gezondheidszorg. Het viertal blijkt te bestaan uit biologen in spe, die met allerlei attributen de oevers komen inspecteren.  

Oeverbeheer helpt biodiversiteit

De derdejaars biologiestudenten lopen stage bij het burgerproject Oeverplanten. Dit project vindt voor het tweede jaar plaats en is geïnitieerd door Naturalis en het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML). Naast de studenten doen ook burgers mee met het onderzoek. Doel van het project is om in kaart te brengen welke plantensoorten op de oevers voorkomen, als indicatie voor de kwaliteit van de oevers. Omdat inrichting en beheer van oevers de soortenrijkdom bepalen, helpt deze informatie de gemeente om haar beheer waar nodig aan te passen en daarmee de biodiversiteit te verbeteren. Een klus waarbij burgers uitstekend kunnen helpen (zie kader), bleek vorig jaar.

Hoe herken je hondsdraf?

Terug naar de Wassenaarseweg. Het tellen van de plantensoorten op de oever is individueel werk, maar de studenten gaan als een team te werk. Ze krijgen eerst een korte briefing: Welke planten ken je al? Hoe herken je de verschillende plantensoorten? ‘Hondsdraf kan je herkennen aan z’n paarse kleur en groeit laag op de grond,’ legt Manuela de Zeeuw uit, één van de vier biologiestudenten. Na de briefing gaan de studenten aan de slag. Sommigen met een stok: handig om planten uit elkaar te houden en contact met eventuele brandnetels te vermijden.

Waterbeestjes

Vermoed wordt dat de juiste oeverbegroeiing zorgt voor meer diversiteit in de aangrenzende sloten. Daarom onderzochten de studenten eerder in 2019 al welke diertjes er in het water te vinden zijn. ‘Dan zie je pas hoeveel leven er eigenlijk in een simpel slootje zit,’ zegt Manuela. Voor haar is het geen straf om veldwerk te doen. ‘Ik houd ervan, het is mooi om wetenschap aan de praktijk te koppelen.’ Medestudent Jeroen Koopmans voegt eraan toe: ‘Het is fijn om in de buitenlucht te zijn.’ Maar de natuur als lab heeft ook z’n nadelen. Manuela: ‘We begonnen al in maart. Daar sta je dan, op een open vlakte met een ijzige wind. Toen moesten we ons echt inpakken met handschoenen, mutsen en sjaals,’ lacht ze.      

Wetenschap door het publiek

Naast dat het onderzoek waardevolle informatie voor de gemeente oplevert, heeft het project nog een andere functie. ‘Een ander doel is om de “gewone burger” meer bewust te maken van zijn directe leefomgeving en het belang van biodiversiteit daarin,’ zegt Manuela. En dat blijkt goed samen te gaan met het onderzoek zelf: uit evaluaties is gebleken dat burgers vrijwel net zo goed de oevers inspecteren als wetenschappers en studenten zelf.

Over de voorlopige resultaten vertelt Manuela: ‘We hebben gezien dat de oevers met lage kwaliteit vooral planten bevatten die voorkomen op voedselrijkere bodems. Met andere woorden, de oevers met een betere kwaliteit hebben minder voedingsstoffen in de bodem en hebben een hogere biodiversiteit.’ Welk oeverbeheer het beste werkt, is pas over minstens drie jaar bekend

Tekst en beeld: Bryce Benda

Burgerwetenschap

Iedereen kan zich aanmelden om oeverexpert te worden. Met behulp van workshops, filmpjes en foto’s leren burgers hoe ze de oevers moeten onderzoeken. In 2018 hebben buurtbewoners en onderzoekers de vegetatiekwaliteit van 246 oevers in kaart gebracht. Dit jaar vindt de oeverinspectie plaats van 15 mei tot 15 september 2019. Omdat het enkele jaren duurt voordat de resultaten van een aangepast beheer zichtbaar worden, zijn de komende vijf tot tien jaar gegevens nodig over plantensoorten van de oevers. Jacqueline Henrot, Marco Roos en Wil Tamis zijn de betrokken onderzoekers bij het project. 

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie