Universiteit Leiden

nl en

Waar gehakt wordt, zie je sporen

Tom Breukel onderzocht zo’n 250 stenen bijlen uit het Caribisch gebied en reconstrueerde de levensloop van deze objecten. Het levert meer kennis op over productie en handel in de periode rond de komst van Columbus. Promotie op 18 april.

Breukel bekeek onder meer hoe de stenen bijlen – in de archeologie een verzamelnaam waar bijvoorbeeld ook dissels en beitels onder vallen – werden geproduceerd, verhandeld en gebruikt tussen 1200 en 1600 op de Dominicaanse Republiek en de Bovenwindse Eilanden. Uit eerder onderzoek bleek al dat er tussen de eilanden in dit gebied een intensieve ruilhandel bestond: sommige bijlen ‘reisden’ wel duizend kilometer naar hun plek van bestemming.

Halffabricaten

Breukel bestudeerde de voorwerpen, en ontdekte onder meer dat veel bijlen nog niet volledig af waren voordat ze op transport gingen. Hij vond opmerkelijke halffabricaten onder de verhandelde producten. ‘Waarschijnlijk wilden de kopers de stenen bijlen zelf afmaken,’ zegt de promovendus. ‘Op die manier konden zij mogelijk een hechte band opbouwen met het object. Nu nog steeds is het bij sommige inheemse volkeren in de Amazone zo dat gebruikers een persoonlijke relatie hebben met een object, en dat lukt minder goed als je een kant-en-klare bijl bestelt.’

Daarnaast viel het Breukel op dat het overgrote deel van de onderzochte voorwerpen ook daadwerkelijk gebruikt is waar het voor is gemaakt. Hij vond slechts één object dat nooit gebruikt is en daarom mogelijk vooral een ceremoniële functie had. ‘Soms kom je mooie stenen van jade tegen die zolang zijn gepolijst tot je je spiegelbeeld erin kunt zien. Het is dan verleidelijk om te denken dat dat voorwerp enkel als talisman of hanger werd gebruikt. Maar als je goed kijkt, vind je bijna altijd gebruikssporen.’

Millimeter voor millimeter

Breukel deed zijn ontdekkingen onder de microscoop. Hij bestudeerde de 250 stenen bijlen door millimeter voor millimeter op zoek te gaan naar informatie over de steensoort, productiemethode en gebruikssporen. Het leverde voor ieder voorwerp een eigen biografie op. ‘Ieder gebruik laat sporen na die archeologen later terug kunnen vinden, zelfs als je met een theelepeltje tegen je kopje roert,’ zegt hij terwijl hij een groenig bijltje door zijn handen laat gaan. ‘Schaven, slijpen, hakken: je leest het allemaal af aan de kerven in de stenen of het residu dat erop is achter gebleven.’

Als onderdeel van zijn onderzoek bootste Breukel ook het gebruik van bijlen experimenteel na. Op Saint Vincent zette hij onder meer samen met collega-archeologen en de lokale gemeenschap een steentijdhuis in elkaar. Daarbij maakte Breukel enkel gebruik van stenen gereedschappen. Zo kon Breukel achteraf de sporen op de experimentele bijl vergelijken met sporen op echte steentijdbijlen. ‘Ik heb twee weken lang met mijn stenen bijltje palen gehakt. In het zonnetje, dat dan wel weer.’

Island Networks

Dit werk maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Island Networks, gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het is uitgevoerd in samenwerking met het ERC-Synergy project NEXUS1492, beiden geleid door prof. dr. Corinne Hofman.

Tekst: Merijn van Nuland
Beeld: Tom Breukel
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie