Universiteit Leiden

nl en

Trauma’s bestrijden met MDMA en virtual reality

Veteranen die door een missie posttraumatische klachten oplopen, hebben vaak veel last van complexe en chronische klachten. Bijzonder hoogleraar Eric Vermetten zoekt naar nieuwe manieren om die hardnekkige klachten te helpen verwerken. Eén van de mogelijke medicijnen: de partydrug MDMA.

Eric Vermetten herinnert het zich nog goed, het verhaal van die ene veteraan die halverwege de jaren negentig zijn praktijk binnenliep. Hij had last van angstklachten en was altijd alert, achterdochtig en erg vermoeid. Keer op keer dacht hij terug aan Srebrenica: aan de vernederingen, de angst, en de kleine kinderen aan de poort die hij op den duur bij naam kende. Hadden zij de val van de enclave en de daarop volgende slachtpartij door de Serviërs overleefd?

Onder de huid

‘Het zijn typische PTSS-klachten,’ zegt Vermetten. Hij is psychiater bij de militaire GGZ en bijzonder hoogleraar Psychotrauma’s aan het LUMC. In die functies werkt hij al geruime tijd met getraumatiseerde militairen. ‘Bij sommige mensen gaat zo’n traumatische gebeurtenis onder de huid zitten. Ze kunnen worden geconfronteerd met schuldgevoelens en nachtmerries die zich alleen met heel veel energie laten wegstoppen, maar dan ineens en onverwacht weer de kop opsteken. En patiënten hebben vaak het gevoel dat de beangstigende situatie weer kan terugkeren, alsof het nooit echt is afgelopen.’

'Patiënten hebben vaak het gevoel dat de beangstigende situatie weer kan terugkeren'

Onlangs ontving Vermetten voor ‘zijn’ leerstoel een grote schenking. Generaal-majoor buiten dienst Rob Nypels (88) stopte een flink bedrag in het door hem opgerichte Nypels-Tans PTSS Fonds – een zogeheten ‘fonds op naam’ bij het Leids Universiteits Fonds – om het interdisciplinair onderzoek naar psychotraumatologie te bevorderen (zie kader). Het belangrijkste doel: de zorg voor veteranen en andere geüniformeerden verbeteren door het effect van nieuwe behandelmethoden te onderzoeken.

Partydrug als medicijn

Vermetten wil onder meer testen of MDMA – de werkzame stof in de partydrug XTC – kan bijdragen aan een betere verwerking van een trauma. ‘In het verleden zijn mensen met oorlogstrauma’s al op deze manier behandeld, bijvoorbeeld overlevenden van de concentratiekampen. Recenter zijn met deze therapie ook goede resultaten behaald bij Amerikaanse veteranen. Combineer je MDMA met psychotherapie, dan kan de patiënt anders kijken naar emoties zoals angst, schaamte en schuld. Doordat een beperkte dosering het empathisch vermogen vergroot, zal de patiënt bij het herbeleven van de traumatische gebeurtenis minder worden gehinderd door deze emoties.’ Inmiddels zijn Vermetten en zijn collega’s bij Arq/Centrum ’45 getraind in de therapie en begonnen met de voorbereidingen.

'De patiënt is met MDMA prima in staat om te communiceren. Dit in tegenstelling tot andere drugs zoals paddo's of truffels'

Een bijkomend voordeel van de therapie is volgens Vermetten de unieke wijze van ‘naar binnen gekeerde verwerking’. MDMA is een zogeheten psycholyticum. Dat wil zeggen dat de stof iemand in staat stelt om dichter bij een innerlijke beleving te komen zonder dat het bewustzijn, de concentratie of het spraakvermogen negatief worden beïnvloed. De patiënt is prima in staat om te communiceren, en kan daardoor aan zijn of haar behandelaar vertellen over de ‘achterkant’ van het trauma. Dit in tegenstelling tot andere drugs zoals paddo’s en truffels, die iemand juist wegtrekken uit zijn of haar omgeving en de communicatie tijdens het behandelproces daardoor wat lastiger maken. ‘Het toverwoord is dus herbeleefde verwerking,’ zegt Vermetten. ‘Verwerking van het trauma is alleen mogelijk als je de patiënt terugbrengt naar de oude situatie, naar de traumatische ervaring die hem of haar op slot heeft gezet.’

Virtual reality

Die herbeleving komt ook terug in verschillende andere therapieën die Vermetten ontwikkelt. Zo doet hij onder meer onderzoek naar het gebruik van virtual reality. Ook dit is een vorm van een ‘immersieve therapie’: met behulp van een VR-bril met eigen foto’s kunnen veteranen teruggebracht worden naar de oude situatie, naar de locatie waar de traumatiserende aanslag of gevechtssituatie zich heeft voorgedaan. Ook wordt in internationaal verband een therapie ontwikkeld waarbij de patiënt letterlijk via een loopband zijn eigen foto binnenloopt. Tot slot onderzoekt Vermetten met verschillende collega’s het nut van zogeheten terugkeerreizen, waarbij de militair echt terugkeert naar de plek waar hij was uitgezonden.

'De soldaat heeft zich verzoend met zijn verleden. Dat was hartverwarmend om te zien.'

Dat laatste deed de soldaat die eind jaren negentig Vermettens praktijk binnen liep. Onlangs keerde hij – samen met Vermetten zelf – terug naar Bosnië-Herzegovina. Via Facebook spoorde hij steeds meer Bosniërs op die hij in Srebrenica had gekend. Ook de kinderen aan de poort, die inmiddels jonge vrouwen zijn en nu vaak zelf kinderen hebben. Vermetten: ‘Hij is daar het gesprek aangegaan met de overlevenden aan de hand van de foto’s die hij tijdens zijn uitzending had gemaakt. Hij heeft zich verzoend met zijn verleden en is met zichzelf in het reine gekomen. Daardoor heeft hij een nieuw evenwicht gevonden. Dat was hartverwarmend om te zien.’

Dit artikel verscheen eerder in Leidraad, het alumnimagazine van de Universiteit Leiden. Het volledige blad is ook online te lezen.

Tekst: Merijn van Nuland
Beeld: Vincent Boon Photography
Mail de redactie

Donateur Rob Nypels: ‘Echte zorg voor de terugkeerders bestond simpelweg niet’

Rob Nypels (89) maakte als jongen de Tweede Wereldoorlog mee in Apeldoorn, en op latere leeftijd werd hij als militair-arts uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Overal waar hij kwam, zag hij de sporen die oorlog op een mens kunnen achterlaten. Of het nu ging om voormalig concentratiekampgevangenen, Indiëgangers of Koreaveteranen: regelmatig keerden militairen en andere getraumatiseerden verward of angstig terug naar Nederland. Ze hadden nachtmerries, driftbuien en zelfs geweldsuitbarstingen. Hun families leden mee.

‘In de samenleving van toen was daar weinig aandacht voor,’ zegt Nypels in zijn appartement in Oegstgeest. Zijn vrouw - naar wie het fonds mede is genoemd - luistert aandachtig mee. ‘In die naoorlogse tijd was er weinig begrip voor hun aandoening. Echte zorg voor deze terugkeerders bestond simpelweg niet.’

Dat beeld veranderde in de tijd dat Nypels Geneeskunde ging studeren en in Leiden bij hoogleraar Psychiatrie Jan Bastiaans in de collegebanken kwam. Die verrichtte vooruitstrevende behandelingen, waarbij de patiënt onder invloed van de drug LSD zijn of haar trauma’s te lijf ging. Veel getraumatiseerden droegen hem op handen, maar bij zijn universitaire collegae was zijn bijzondere methode omstreden.

Enkele decennia later stond Nypels zelf aan het roer: als Directeur Militair Geneeskundige Diensten maakte hij zich in de jaren tachtig hard voor betere zorg voor veteranen. Maar ook hij ondervond onbegrip. ‘Na overleg met professor Bastiaans stelde ik voor om Libanongangers na thuiskomst een bepaalde vragenlijst te laten invullen om eventuele angstklachten te kunnen constateren. De leiding van de Geneeskundige Dienst Landmacht vond dat echter niet nodig. Immers alleen "de meest geharde commando's" gingen naar Libanon.’

Met zijn fonds op naam bevordert Nypels nu het interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de psychotraumatologie en dan in het bijzonder voor militairen en andere geüniformeerden. Opvallend genoeg wordt daarbij weer gebruik gemaakt van de werkzame stoffen in drugs, net zoals zijn oud-docent Bastiaans deed. ‘Veel wetenschappers gaan vanzelf op zoek naar de allernieuwste methode, maar ik heb Erik Vermetten op het hart gedrukt om ook de werkzaamheid van oude behandelingen te onderzoeken. ‘Iemand met de gevolgen van een trauma rondloopt kan niet tien jaar wachten op een oplossing. Die moet je nu helpen.’

Nypels leerde het Leids Universitair Fonds kennen dankzij zijn vrouw. Haar eerste man richtte eerder het Prof. mr. H.G. Schermers Fonds op, waarmee een leerstoel in het Internationaal Institutioneel Recht wordt gefinancierd. ‘Dat contact met het LUF verloopt altijd erg prettig.’ zegt hij. ‘En het geeft mij de gelegenheid om met de warme hand een bijdrage te leveren. Ik geniet daar enorm van’.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie