Universiteit Leiden

nl en

Altijd op de eerste rij bij oorlogsgeweld

Fotograaf en antropoloog Teun Voeten is al decennialang getuige van grote politieke brandhaarden. Dat bracht hem een avontuurlijk leven en leverde hem een doctorstitel op. Hij promoveerde eind 2018 op Mexicaans drugsgeweld.

Oorlogsfotograaf en antropoloog Teun Voeten (57) was al reislustig tijdens zijn Leidse studiejaren in de jaren tachtig. Hij studeerde een half jaar in New York en fotografeerde daar de getto’s, ging tussen twee tentamens door naar de Eerste Golfoorlog in Tel Aviv en verbleef voor zijn eindscriptie drie maanden in een goudzoekerskolonie in Ecuador. In de jaren negentig leefde de antropoloog maanden met daklozen in New York voor zijn boek Tunnelmensen, en versloeg hij diverse oorlogen, van Bosnië tot Sierra Leone en Afghanistan. Teun werd gegijzeld en beschoten (en één keer geraakt in zijn been), moest wheelen en ­dealen met regeringssoldaten, drugsgangs en politieke rebellen, en redde zich in 2016 nog het vege lijf in de jungle van Calais.

Vuurpeloton

Zo wil hij het, oorlogsfotografie werkt verslavend. Zelfs tijdens het schrijven van zijn dissertatie over Mexicaans drugsgeweld moest hij er na ieder hoofdstuk ‘weer even tussenuit’. Ook nu Voeten klaar is met zijn promotie, wil hij door met fotograferen. ‘Zolang mensen lelijk tegen elkaar doen, heb ik werk. Ik hoop snel naar Venezuela, Jemen en Brazilië te kunnen.’ Wel is hij minder roekeloos. ‘Vroeger was ik, zodra ergens een conflict uitbrak, direct twee weken aan het front, tegenwoordig vind ik anderhalve dag genoeg, wetende dat de echt interessante sociologische verschijnselen zich toch áchter de frontlinie afspelen. Een foto met rondvliegende betonbrokken is fotografisch gezien fascinerend, maar wat zegt het over het conflict?’

Hij krijgt vaak de vraag hoe hij zich voelt in conflictsituaties. Of hij niet bang is. ‘Mijn emoties zijn irrelevant in relatie tot de ellende om je heen.’ Een enkele keer richt de dreiging zich op hem. Zo stond hij een half uur voor een vuurpeloton van opgefokte en gedrogeerde kindsoldaten in ­Sierra Leone. ‘Tja wat doe je dan? Rustig blijven, je ­sociale intelligentie gebruiken, je niet ­opstellen als een onderworpen hond, want dat werkt altijd in je nadeel. Ik had daar het geluk dat enkele van mijn lokale begeleiders toen op de kinderen ­gingen inpraten. Uiteindelijk hebben ze me van al mijn waardevolle dingen beroofd. Maar ik bleef in leven. Wel hield ik er een kleine en tijdelijke posttraumatische stoornis aan over. Maar dat gevoel slijt. In de loop der tijd’, concludeert hij, ‘word je gewoon stoïcijnser.’

Veel geluk gehad

Het grote netwerk van contactpersonen in ­conflictgebieden is cruciaal voor zijn werk. ‘Journalisten helpen elkaar daar ook mee, wisselen namen uit.’ Bij compleet nieuwe conflicten moet hij bij aankomst toch nieuwe begeleiders ­ronselen. ‘Gelukkig schat ik steeds beter in of ik mensen kan vertrouwen. Of ze handig of juist stuntelig zijn, opportunistisch of integer. En dan nog kun je er flink naast zitten. Ergens leg je je lot altijd in handen van de mensen die je naar de plekken des onheils begeleiden. Dat is onvermijdelijk. Ik heb gewoon veel geluk gehad.’

Zijn promotoren en boekrecensenten prijzen ­Voeten om zijn moed en diepe kennis van de regio’s waarover hij schrijft. ‘Als oorlogsfotograaf kom je op plekken waar je als wetenschapper of schrijvend journalist niet per se fysiek hoeft te zijn. Dat werkt in mijn voordeel. En als je veel ziet, kun je zaken goed vergelijken.’

Artistieke kant

Voelt hij zich nu wetenschapper of fotograaf? ­‘Eerder onderzoeker, waarbij ik kan terug­vallen op beide disciplines. Met fotografie spreek ik mijn irrationele linkerhersenhelft aan, de artistieke, associatieve kant. Schrijven gaat over mijn rationele kant. Ik probeer dat gescheiden te houden, mijn onderzoek moet feitelijk en precies zijn.’ Zijn docent Patricio Silva zei ooit over een scriptie waarin Voeten nogal slordig omging met bronnenmateriaal: ‘“U moet wel een beetje exact zijn.” “Maar ik word journalist”, antwoordde ik.
“Dat kan zo zijn”, wierp hij tegen, “maar een ­goede journalist en een goede wetenschapper doen hetzelfde.”’

Dadermotieven

Voeten besteedt in zijn promotieonderzoek veel aandacht aan de dadermotieven. Daarbij zoekt hij oorzaken van geweld niet in wat hij noemt ‘de ­heilig verklaarde metafysische drie-eenheid van slavernij, kolonialisme en racisme’. ‘Je ziet in progressieve milieus ook wel dat sociaal-economische uitsluiting wordt gezien als de belangrijkste of zelfs enige en directe oorzaak van aansluiting bij bijvoorbeeld een jihad-groep. Ik haal academisch onderzoek aan dat iets heel anders laat zien, en ook door gevoerde gesprekken bewijs ik dat emotionele en sociaal-psychologische aspecten een belangrijke rol spelen: de behoefte aan respect, sense of belonging, status, groepsdruk of soms gewoon verveling. Soms kun je die behoefte terugvoeren op die sociaal-economische uitsluiting, dat is waar, iemand met slechte perspectieven kan uit wanhoop naar geweld grijpen. Maar vaker heb ik gezien dat jongeren zichzelf uitsluiten, om ­andere redenen. Je hebt ook in armoede de keuze om het goede te doen. En rijkeluiszoontjes kunnen ook het slechte pad inslaan.’ In zijn proefschrift ­hanteert Voeten dan ook een multidisciplinaire aanpak. Om de situatie in Mexico te beschrijven belicht hij naast antropologische ook politieke, economische en oorlogstechnische facetten. Zelfs psycho-pharmacie krijgt een plek. 

"Na zoveel jaren oorlogsfotografie had ik behoefte aan bezinning. Die vond ik in het proefschrift."

De keuze voor Mexico was makkelijk. ‘Er leven enorm veerkrachtige en ondernemende mensen, er is een grote culturele diversiteit. Tegelijk is het een van de meest gewelddadige samenlevingen. Die gespletenheid is facinerend. Toen ik in 2009 voor het eerst in Ciudad Juárez kwam, zag ik een moderne, schone stad, die tegelijkertijd de hoogste murder rate van de wereld kende. Als fotograaf probeer je dat contrast in beelden te vangen, maar doe je toch vooral aan “scratching the surface”. En na zoveel jaren oorlogsfotografie had ik behoefte aan bezinning. Die vond ik in het proefschrift.’

Cultuuroverstijgend

Hoewel hij zich primair richt op Mexico, kijkt hij ook verder. ‘Ik heb parallellen gezocht tussen strijders van IS, West-Afrikaanse kindsoldaten, leden van crackgangs en Mexicaanse huurmoordenaars, de sicarios. Dat is denk ik redelijk uitzonderlijk in een proefschrift.’ Wat hem daarbij is opgevallen? ‘Dat veel zaken cultuuroverstijgend zijn; ­clusters van dadermotieven in verschillende landen komen overeen. Dat geldt ook voor methoden om mensen tot doden aan te zetten.’

Dat wil niet zeggen dat ieder conflictgebied hetzelfde is. ‘Als fotograaf  krijg je overal met een andere dynamiek te maken. In ­Mexico zijn bijvoorbeeld geen scherpschutters, maar wel gedrogeerde criminelen, die ik in de oorlog in het voormalig ­Joegoslavië niet tegenkwam. In Sierra Leone en Afghanistan kun je in hinderlagen lopen, in Mexico niet. Dus heeft het daar weinig zin om een kogelwerend vest aan te trekken. In IS-gebied zijn religieuze strijders persoonlijk op je hoofd uit, wat ook weer specifieke gevaren met zich meebrengt.’


Hybride oorlog

Voeten zal actief blijven in Mexico. Hij ziet het als een land in oorlog: ‘Als je naar de hoeveelheid slachtoffers kijkt, de betrokkenheid van het leger, de tactieken en type wapens, dan kun je niet anders concluderen. Het is alleen geen klassieke oorlog, uitgevochten in de overzichtelijke arena van het slagveld, of een guerrilla- of bendeoorlog. Het is een hybride oorlog.’ Deze term geeft aan dat allerlei vormen van oorlogsvoering tegelijkertijd plaatsvinden, ‘met nog eens de extra dynamiek en snelheid door social media, en met aspecten van cyberoorlog. In feite zie je dit ook in de hybride oorlog die ISIS aan het Westen heeft verklaard.’

Kenmerkend voor Mexico zijn de rivaliserende kartels. ‘Die bevechten elkaar en de staat, maar ook binnen kartels is er extreem geweld.’ Iedereen kan in deze strijd meerdere rollen hebben: de politieagent is vaak drug trafficker en bestuurslid bij een kartel. En iedereen kan zomaar en van de ene op de andere dag soldaat-combatant worden, zonder opleiding of selectie. ‘Zie daar de ultieme democratisering van oorlog.’ De strijd is dan ook in de hele samenleving zichtbaar: federale en lokale politieonderdelen bestrijden elkaar, burgermilities die ooit ontstonden om wijken te beschermen, groeien uit tot criminele organisaties, geheime militaire commando’s elimineren ­straatschoffies, en in de slipstream van al dat geweld is er ook nog gewone straatcriminaliteit. En toch is het nog steeds een vakantieland, dat is het paradoxale.’

Spanning

Op de veronderstelling dat dit er allemaal wel erg somber uitziet, knikt hij: ‘Ja, je kunt dit alleen maar proberen in te dammen.’ De groeiende ­verwachtingskloof in arme gebieden maakt het er niet beter op: ‘Vroeger wisten mensen in ontwikkelingslanden niet dat ze arm waren, nu zien ze op hun mobieltje een rapper in een limo door New York rijden, en denken ze: “Dat wil ik ook”.’

"En toch is Mexico nog steeds een vakantieland, dat is het paradoxale."

Wat trekt Voeten zo in oorlog? ‘Je bent aan ieder front first witness van de wereldgeschiedenis. Een privilege om op de eerste rij te zitten. Mooi aspect is dat je in conflictgebieden ook mensen ontmoet die ontzettend dankbaar zijn dat je hun ellende aan de kaak stelt. Oorlog vind ik sowieso de meest fascinerende menselijke activiteit – op kunst na. Existentie in ruwe naaktheid. Je ontmoet er de grootste en meest extreme vorm van lafheid en zelfopoffering, van heldhaftigheid en smerigheid, van vices en virtues. Ik wil dat ontrafelen, niet met frivole Franse filosofische formuleringen, maar zoals schrijver James Baldwin dat ooit zei, in een taalgebruik “as clean as a bone”. En – dat moet ik ook toegeven – de spanning trekt me erin aan. Zowel in intellectueel opzicht als op de plaatsen des onheils.’

Het is niet alleen spanning en sensatie in ­Voetens bestaan. Voor rust en natuur trekt hij zich terug op zijn boerderijtje in de Franse Ardennen, waar hij ook saxofoon speelt in de ­dorpsfanfare. In zijn woonplaats Antwerpen onderzoekt ­Voeten momenteel drugsgeweld in opdracht van de overheid. Want ook in het Westen rukt het ­narcogeweld op. Hij spreekt daar met politie­agenten, rechters en hulpverleners, maar ook met straatdealers. ‘Het mooie is dat de doctors­titel me een zekere autoriteit geeft als ­gesprekspartner. Ik merk dat ook al in Mexico waar ik afgelopen november nog uitvoerig met mensen op hoge ­overheidsposities heb gesproken. Dan ben je toch meer dan dat oorlogsfotograafje.’

Tekst: Fred Hermsen
Beeld: Frank Ruiter

Mail de redactie

Meer lezen?

Dit artikel verscheen eerder in Leidraad, het gratis magazine voor alumni van de Universiteit Leiden. Het hele magazine is ook online te lezen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie