Universiteit Leiden

nl en

Sportfilosofie: voorbij de ratio de verbeelding

Waarom offeren topsporters zoveel op voor hun sport? En doet het gangbare theoretische kader in het kritische sportonderzoek, mede gebaseerd op de inzichten van de Franse filosoof Michel Foucault, wel recht aan hun ervaringen? Promovenda filosofie Nathanja van den Heuvel zocht het uit. De sportfilosofie staat met een Leids symposium en een themanummer van Filosofie-Tijdschrift in de belangstelling.

Sportfilosofie is in Nederland een opkomend veld. Op 16 november vindt in Leiden het Symposium Sportfilosofie plaats onder voorzitterschap van Leids promovenda Nathanja van den Heuvel. Ook wordt dan het Netwerk Sportfilosofie gepresenteerd. Tegelijkertijd is het najaarsnummer van Filosofie-Tijdschrift grotendeels gewijd aan de sportfilosofie. Van den Heuvel was als redacteur verantwoordelijk  voor het themakatern ‘Het vieren van dit nummer is ook aanleiding voor het symposium’, zegt Nathanja; ze draagt graag bij aan de opwaardering van de sportfilosofie.

Nathanja van den Heuvel
Nathanja van den Heuvel wil de sportfilosofie vooruit brengen.

Wezen of bijverschijnsel

Het subgebied sportfilosofie kreeg al in de jaren zeventig voet aan de grond in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië maar op het Europese vasteland zijn de ontwikkelingen langzamer gegaan. Daar moeten sportfilosofen nog strijd leveren opdat hun discipline serieus wordt genomen, ook in Nederland. Maar het aanstormende talent is energiek en heeft er zin in. De jonge generatie is er zeker van dat de sportfilosofie kan helpen te reageren op de crisissfeer waarin een deel van de sport zich bevindt.

Fundamentele vragen

Van den Heuvel: ‘Dopinggebruik, matchfixing, geweld, seksuele intimidatie… De filosofie kan daar allerlei fundamentele vragen bij stellen, onder meer politieke en ethische. Hoe duid je die bijverschijnselen? En zijn het welbeschouwd wel bijverschijnselen?’ Van den Heuvel werpt op dat de problemen waarmee de sport, in het bijzonder het voetbal, kampt, inherent zijn aan wat sport is: competitie, roem, lichamelijke excessiviteit en masculiniteit, een combinatie die sterke identificatie oproept. Daarnaast vindt Van den Heuvel sport ook een mooie casus om de grote filosofische vragen aan op te hangen. ‘Hoe moeten we subjectiviteit duiden, of agency (handelingsvermogen-red.) en verzet, en wat is de rol van het lichaam daarin?’

Michel Foucault
Michel Foucault (1926-1984)

Topvoetballers

Van den Heuvels eigen promotieonderzoek betreft ook sport en wel sport vanuit feministisch oogpunt. Ze deed onderzoek onder topvoetbalsters. Ze interviewde huidige voetbalsters en de pioniers uit begin jaren zeventig, beoefende participerende observatie en deed een uitgebreide literatuurstudie. ‘Op grond van dit alles ben ik tot de conclusie gekomen dat het postmoderne theoretisch-filosofisch framework (het theoretisch-filosofisch model-red.) niet toereikend is om sport te beschrijven’, zegt ze. Een belangrijke representant van dat framework is de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984), gevoed door onder meer Nietzsche. In kort bestek komt het erop neer dat het sportonderzoek dat gebruik maakt van zijn inzichten topsporters filosofisch neerzet als dociele, onkritische personen, die slaafs gehoor geven aan de eisen die aan hun worden gesteld.

Het spelelement in sport

Van den Heuvel zag dat topvoetbalsters, hoewel ze ook gedisciplineerd worden en mannelijke waarden overnemen, niet helemaal volgens het framework te determineren zijn: ‘Ze zijn bepaald niet onkritisch, plegen soms verzet, en komen in het voetbal tot een staat van beleving die de disciplinerende karakteristieken van de sport overstijgt. Die beleving bepaalt mede dat ze zoveel opofferen. Er is meer dan alleen discipline, iets dat moeilijk in taal uit drukken valt. Om te duiden wat ze zag, kwam Van den Heuvel uit bij de filosofie van het spel. ‘Spelen heeft objectief geen doel, het is onnuttig. Wat wel kan gebeuren is dat mensen, vooral kinderen, zich verliezen in fantasie; het spel overstijgt de echte wereld. Ook de voetbalsters verliezen zichzelf voorbij de ratio in hun spel. In die beleving komt de verbeelding, en verbeelding leidt tot nieuwe verbeelding, tot creativiteit.’ Homo ludens, de spelende mens. Van den Heuvel vond aansluiting bij – toch ook weer  - Nietzsche maar ook bij de Leidse historicus Johan Huizinga.

Friedrich Nietzsche
Friedrich Nietzsche (1844-1900)

Framework veranderen

Van den Heuvel ontdekte dat het framework niet alleen voor het duiden van de beleving van vrouwen tekort schiet, maar evenzeer voor mannen. Want ook mannen kunnen zich verliezen in het spel en tot verbeelding komen. Hoe dan ook wil Van den Heuvel het heersende framework veranderen, en uitbreiden met het element van spel. Ze hoopt daarmee nieuwe inzichten te genereren voor het fundamenteel filosofische vraagstuk rondom subjectiviteit. Een ambitieus streven.

Sport en filosofie, een oeroude combinatie

De oude Grieken hielden zich in de zesde eeuw v.Chr. al met sport bezig, met name de elite. De jongemannen werden zo klaargestoomd voor de strijd en tegelijkertijd stond sporten gelijk aan het opbouwen van een morele standaard, toentertijd een filosofisch-ethisch ideaal. Ook toen er later te weinig adellijke jongemannen waren om een leger op te bouwen en uit andere bevolkingsgroepen (onder meer de slaven) moest worden geput, werd vastgehouden aan sport als voorbereiding. En ook in de Romeinse tijd waren sport en geweld al verbonden, vertelt Van den Heuvel. ‘Denk aan de arena’s bij de Romeinen.’ In de loop van eeuwen groeiden lichaam en geest uiteen. Denkers sportten niet en sporters dachten niet. Het is een cliché dat, waar of niet, lang heeft standgehouden, tot in de vorige eeuw.

Belangstelling uit de sportwereld

Van den Heuvel verwacht zo’n vijftig deelnemers op het symposium. Ongeveer dertig daarvan zijn zelf geen filosoof maar afkomstig uit de sportwereld of van overheden. Daar is ze blij mee. En dan is er nog een ontwikkeling: de filosofie dringt niet alleen door in de sport, het omgekeerde gebeurt ook: in Nederland zijn diverse (beroeps)sporters filosofie gaan studeren. Het meest in het oog springend is ongetwijfeld Martine Prange, ex-beroepsvoetbalster en nu hoogleraar filosofie in Tilburg. Sporters kunnen echt wel denken.

Tekst: Corine Hendriks
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie