Universiteit Leiden

nl en

Zwijgen in deeltijd: kinderen met selectief mutisme

Livia van 7 zat in groep vier. Ze kon heerlijk kletsen en al goed voorlezen. Thuis tenminste. Op school las ze nooit hardop en had ze zelfs nog nooit een woord gesproken. Wat was hier aan de hand? Oratie van Maretha de Jonge, hoogleraar Orthopedagogiek, op 14 september 2018.

Selectief mutisme en stoornissen in het autismespectrum zijn de twee specialismen van Maretha de Jonge, achterkleindochter van de befaamde Leidse historicus Johan Huizinga. ‘Ze hebben iets met elkaar gemeen’, zegt ze in haar oratie. ‘Beide belemmeren de sociale communicatie van kinderen. Kinderen met een dergelijke belemmering hebben het moeilijk, aangezien in onze huidige samenleving juist deze vaardigheden zo belangrijk zijn.'

Hoe houd je het vol?

De Jonge: ‘Mijn studenten vragen me: hoe houdt een kind dit vol, jarenlang en zonder zich ooit te vergissen? De grove schatting is dat selectief mutisme voorkomt bij ongeveer zeven op de duizend kinderen. Dat zou betekenen dat er in Nederland ongeveer 240.000 kinderen zijn die dit hebben of gehad hebben. Dit  cijfer is echter gebaseerd op internationale studies en moet in Nederland preciezer worden vastgesteld.’

Waarom?

Livia leed aan selectief mutisme. Net als Amine, een Nederlands-Marokkaanse kleuter die twee jaar buitenshuis bleef zwijgen. Amine sprak thuis gewoon met zijn broers, ook Nederlands. Terwijl zijn juf op school zijn stem nog nooit had gehoord. De Jonge: 'Er is nog maar weinig bekend over dit probleem. Wat is het dat kinderen tot dit gedrag drijft? Dat willen we graag onderzoeken.'

Maretha de Jonge
Maretha de Jonge: 'Wat normaal is, is steeds strakker gedefinieerd.'

Gevolgen op de lange termijn

Voordat De Jonge naar Leiden kwam sprak ze met haar collega-onderzoekers in Utrecht, waar ze in deeltijd blijft werken, met jongeren en volwassenen die ooit, als kind, selectief mutisme hadden. Met een deel van hen ging het goed, hoewel wel veel angstklachten werden opgetekend. Maar een kwart sprak nog zo selectief dat zij op school of in het sociale leven niet goed functioneerden. Vooral adolescenten worstelden daarmee.

Bezeten wereld

De Jonge benadrukt het belang van samenwerking met andere disciplines. Bijvoorbeeld met psychologie en geneeskunde. Zorgen uit ze in haar oratie ook. ‘We leven in een bezeten wereld. En wij weten het’, zo citeert ze in haar oratie haar overgrootvader Johan Huizinga. De Jonge: ‘Met zijn sombere woorden over de bezetenheid van de wereld, opgeschreven in 1935, doelde hij niet alleen op de gespannen tijd waarin Europa verkeerde, midden in de crisis tussen twee wereldoorlogen maar ook, toen al, op de hoeveelheid mechanische prikkels die de menselijke geest te verwerken kreeg.’ Die hoeveelheid is sindsdien alleen maar toegenomen.

De beide kanten van efficiency

Efficiency in de zorg is belangrijk’, meent De Jonge. ‘Mensen die er gebruik van maken hebben er baat bij dat zorg goed georganiseerd wordt en kennis efficiënt gedeeld. Maar efficiency maakt ook dat de zorg snel verzakelijkt in een wereld die bezeten is van feiten en cijfers. Er is steeds minder tijd voor multidisciplinair samenwerken en echt luisteren naar het verhaal van opvoeders en kinderen. En omdat men vindt dat het aantal zorgvragen te hoog is, hoor je regelmatig de term normaliseren.' De Jonge vindt dat niet de oplossing.

Strakkere definities

‘We hebben de normen en de marges rond wat normaal zou zijn steeds strakker gedefinieerd waardoor veel kinderen erbuiten vallen. Normaliseren dwingt tot grotere uniformiteit, terwijl er juist meer ruimte zou moeten zijn voor diversiteit. Het vraagstuk waar de orthopedagoog zich mee bezig houdt is: zorgen voor opvoedingssituaties waarin kinderen, jongeren en volwassenen met een brede range aan vaardigheden kunnen meedoen: thuis, op school, in stages en op het werk.'

Livia en Amine

Livia en Amine zijn allebei weer gaan praten. Livia na specialistische behandeling, Amine begon na enige tijd uit zichzelf zachtjes te fluisteren.  De Jonge: ‘Welke omgevingsfactoren en welke kindfactoren maakten het verschil bij deze kinderen? Dat gaan we verder onderzoeken.’

Lees de hele oratie

Tekst: Corine Hendriks
Mail met de redactie

Maretha de Jonge is aangesteld als bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek. De leerstoel is gevestigd door de Stichting PDBO-Randstad voor de postmaster opleiding Orthopedagoog-Generalist. Haar leeropdracht is de bevordering van de Orthopedagogiek in het bijzonder ten behoeve van de postdoctorale beroepsopleiding tot Orthopedagoog-Generalist.

 Naast haar parttime hoogleraarschap aan de Universiteit Leiden, werkt De Jonge op de afdeling psychiatrie van het UMC Utrecht als Orthopedagoog-Generalist/GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie