Universiteit Leiden

nl en

Taal als medicijn

Problemen in het brein beperken al snel de communicatie met anderen. Daarom kijken Leidse taalonderzoekers met bijzondere interesse naar dementie, autisme, dyslexie en vergelijkbare stoornissen en aandoeningen.

Praten is de normaalste zaak van de wereld. Toch staan taalonderzoekers er nog altijd van versteld hoe complex het in wezen is. Per seconde breng je zo’n tien tot twaalf klanken voort die samen woorden en zinnen vormen. Iedere klank is het resultaat van een ingenieus proces waarbij een groot deel van de hersenen wordt ingezet. Ook het omzetten van die klanken tot een inhoudelijke boodschap verloopt via heel wat circuits. Het is eigenlijk verbijsterend dat het geen enkele inspanning kost en vrijwel altijd goed lijkt te gaan.

Kwetsbaar systeem

Toch is dat niet altijd het geval. Een gezond persoon maakt gemiddeld een tot twee fouten per duizend woorden. Lang niet iedereen blijft het hele leven gezond. De hersenen vormen een kwetsbaar systeem dat verstoord kan raken, met soms grote gevolgen. ‘Per jaar krijgen ongeveer 48.000 Nederlanders een beroerte, een op de vijf houdt daaraan een taalprobleem ofwel afasie over. Soms gaat het om relatief kleine problemen, maar het kan ook betekenen dat spreken of lezen totaal onmogelijk wordt. De wereld wordt dan heel klein’, vertelt neurolinguïst Niels Schiller. ‘Gelukkig zorgt het taalonderzoek ervoor dat therapieën steeds beter worden.’

Tot enkele decennia geleden was taaltherapie gebaseerd op ervaringen van behandelaars. Van stotteren was bijvoorbeeld in de praktijk ontdekt hoe het kon worden verminderd: door te letten op ritme en ademhaling of door het zingend uitspreken van woorden. Waarom dat hielp, bleef onduidelijk. Sinds een jaar of twintig zijn de mogelijkheden om hersenactiviteit te meten zo sterk toegenomen, dat ook antwoorden op die vraag binnen bereik komen. ‘Zulke antwoorden zijn het resultaat van samenwerking van psychologen, biologen, wis- en natuurkundigen en taalkundigen’, legt neurolinguïst Jurriaan Witteman uit. ‘Hersenonderzoek is zo complex dat het vanzelfsprekend multidisciplinair is.’ Het is mede dankzij die samenwerking dat kennis over taal en de hersenen voor behandelingen kan worden ingezet, vult Schiller aan.         

Maatschappelijk vraagstuk

Daar is ook behoefte aan, want aandoeningen aan de hersenen hebben niet alleen veel impact op het leven van individuen, ze zijn ook een groot maatschappelijk vraagstuk. Zo is dementie doodsoorzaak nummer één in Nederland en staat het in de top drie van duurste aandoeningen. Door de vergrijzing neemt het aantal patiënten toe.

‘Wanneer een arts nu een vorm van dementie vaststelt, is de ziekte al vergevorderd. Op een MRI-scan van het brein is dan te zien hoe het hersenweefsel is afgenomen’, vertelt Witteman. ‘Er is grote behoefte aan methodes om een ziekte als Alzheimer eerder vast te stellen. Wij kijken daarvoor naar taalgebruik en taalmelodie: ritme, klemtoon en intonatie. Het lijkt erop dat dementerenden al in een zeer vroeg stadium meer algemene taal gebruiken. Ze zeggen bijvoorbeeld “meubel” in plaats van “stoel”, of hanteren vagere termen als “dat ding”. Ook versimpelt hun zinsbouw. Door dat systematisch in kaart te brengen, wordt het mogelijk testen te ontwikkelen waarmee dementie in een veel eerder stadium kan worden vastgesteld. Het betekent dat behandelingen eerder kunnen worden gestart, wat de kans op succes verhoogt. Als we Alzheimer kunnen voorspellen met behulp van cognitieve tests, is dat ook een stuk goedkoper, zeker als die tests geautomatiseerd kunnen worden.’

Taal is niet alleen van belang bij het vaststellen van ouderdomsziekten als dementie en de ziekte van Parkinson, stelt Schiller. Ook schizofrenie, autisme en dyslexie manifesteren zich in de hersenen. ‘Door cognitieve taaltests kunnen we in een vroeg stadium vaststellen of er aanleg voor bestaat. Dat biedt mensen keuzes en zorgt ervoor dat we ziektes en stoornissen in de toekomst misschien voor kunnen zijn.’

Hulpmiddelen

De digitalisering van de samenleving wordt vaak gezien als belemmering voor de participatie van mensen met beperkingen. Brievenbussen en loketten verdwijnen, dienstverlening wordt anoniemer. Maar nieuwe technieken bieden in het geval van taal ook oplossingen. Niels Schiller werkte bijvoorbeeld mee aan een videobril voor doven. In de bril is een microfoon verwerkt. Die vangt spraak op en zet die om in tekst die op het glas van de bril gelezen kan worden, met een snelheid van 172 woorden per minuut, bijna drie woorden per seconde. ‘Bij een test bleek dat mensen zonder bril slechts 25 procent van de gesproken taal begrepen, mét deze bril liep dit op tot wel 70 tot 85 procent. Dat heeft een enorme impact’, aldus Schiller.

Het is een hulpmiddel dat nu nog vooral interessant is uit medisch oogpunt. Op termijn kunnen dankzij taalonderzoekers wellicht niet alleen mensen met een beperking eenvoudiger of beter communiceren. Schiller: ‘De bril kan, met wat aanpassingen, ook als vertaalcomputer functioneren. Dat biedt de mogelijkheid om bijvoorbeeld een gesprek met een Spanjaard te voeren waarbij je allebei je eigen taal spreekt en de bril het live vertaalt. Al dit soort toepassingen beginnen met onderzoek naar taal en de hersenen.’

Tekst: Pepijn Reeser (in opdracht van Het Taalmuseum)

Meer lezen?

Dit artikel verscheen eerder in De Zin van Taal, een uitgave van het Taalmuseum waarin verschillende taalonderzoeken worden uitgelicht. Zie voor meer informatie de website van Het Taalmuseum.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie