Universiteit Leiden

nl en

Dubbele passie

Hij wilde liever langskomen dan een belafspraak maken. En dus stapte A.B.M. (Boni) Rietveld, van zijn werk in het Haagse ziekenhuis HCMC Westeinde op weg naar huis, in Leiden uit de trein. En plotseling stond hij daar in het redactielokaal.

Een ruime camel jas omhult zijn tengere, jeugdige gestalte waaraan zijn 65 jaar niet is af te zien. De jas beneemt het uitzicht op het vlinderdasje en op de koninklijke onderscheiding die hij in 2015 kreeg voor zijn inzet voor de orthopedische zorg voor dansers en musici. Op 28 november promoveert Rietveld op de dans- en muziekgeneeskunde. Stelling 7 (zie kader) was aanleiding voor het gesprek.

Twee studies om en om

Rietvelds studietijd verliep op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. Hij onderbrak zijn opleiding geneeskunde in Leiden halverwege om naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag te gaan. Daar studeerde hij in 1976 af op trompet (hoofdvak) en harp (bijvak). Vervolgens keerde hij terug naar Leiden om ook zijn studie geneeskunde te voltooien (1978). Deze dubbele verbondenheid heeft Rietveld zijn hele leven gehouden: nog steeds maakt hij dagelijks muziek.

A.B.M. (Boni) Rietveld
A.B.M. (Boni) Rietveld - foto Michel Groen, medisch fotograaf Haaglanden Medisch Centrum

Oprichting van specialistisch centrum

Al tijdens zijn opleiding was Rietveld geïnteresseerd in de specifieke orthopedische problemen van dansers en musici. Een half jaar wachttijd in zijn specialistenopleiding voerde hem naar New York waar hij meeliep met William Hamilton, orthopedisch chirurg van de New York City Ballet Company. Vanaf 1988 vervulde Rietveld diezelfde functie in Den Haag bij het Nederlands Dans Theater. Dat deed hij tot het Westeinde Ziekenhuis (nu Haaglanden Medisch Centrum) hem in 1993 de ruimte bood om het Medisch Centrum voor Dansers en Musici (MCDM) op te richten, een unicum in Nederland op een nog lang niet ontgonnen medisch subgebied. Rietveld was ook betrokken bij de oprichting, in 2005, van de wetenschappelijke vereniging: de Nederlandse Vereniging voor Dans- en Muziek Geneeskunde (NVDMG).

Beroepskunstenaars én amateurs

Volgend jaar bestaat het MDCM 25 jaar en in die tijd heeft Rietveld duizenden dansers en musici langs zien komen. De orthopedische problemen concentreren zich bij musici grof gezegd boven de gordel en bij dansers onder de gordel. Het gaat niet alleen om beroepsdansers en –musici, het MCDM staat ook open voor amateurs. Dat zijn er 1,3 miljoen in de dans en 1,6 in de muziek. Wie langs wil komen moet wel serieus bezig zijn, daarvoor bestaan criteria: bijvoorbeeld minimaal drie uur per week dansen of zes uur musiceren.

Stelling 7 bij het proefschrift van A.B.M. (Boni) Rietveld: No consultation is complete without a burst of laughter
Rietveld is orthopeed, met uitsluitend dansers en musici als patiënten. ‘Het zijn allemaal zeer gepassioneerde mensen die allemaal bang zijn dat ik ga zeggen: u moet ermee stoppen. Maar dat is zelden de boodschap. De opluchting daarover schept ruimte voor de klaterende lach die wat mij betreft tijdens elk consult zeker één keer moet klinken. En dat gebeurt ook bijna altijd.’ Rietveld begrijpt zijn patiënten heel goed want hij is zelf, naast orthopeed, ook uitvoerend kunstenaar. Promotie op 28 november.

 

Literatuuronderzoek

Om het vakgebied vooruit te helpen heeft Rietveld voor zijn proefschrift  literatuuronderzoek gedaan, met de nadruk op een veel voorkomende kwaal bij dansers: een pijnlijk en beperkt relevé. Dat is een danshouding waarbij de danser op de tenen staat. Niet op spitzen maar echt op de tenen, waarbij die plat op de vloer blijven. Zoals bij een vrouw op naaldhakken, maar met een veel extremer gestrekte enkel. Bij deze houding kan gemene pijn optreden aan de achterkant van de enkel: het Posterior Ankle Impingement Syndrome (PAIS). Dat kan optreden bij beklemming van de weke delen, maar ook bij beklemming van een botje dat daar zit. Althans bij 7% van de mensen, de rest heeft het niet. Andere oorzaken komen minder frequent voor. Vaak gaat PAIS gepaard met een peesontsteking.

Schilderij van Natalia Horecna.
Dit schilderij staat op de omslag van het proefschrift van Rietveld. Danser en schilder Natalia Horecna maakte het voor hem.

Stappenplan

Rietveld benadrukt dat opereren bij alle kwalen nadrukkelijk het laatste redmiddel is. Hij licht zijn stappenplan toe:

  1. Het is om te beginnen belangrijk de goede diagnose te stellen en goed uit te leggen wat er aan de hand is. Soms is een kwaal met eenvoudige middelen te verzachten of te verhelpen, bijvoorbeeld door een iets andere houding aan te nemen, versterkende oefeningen of rekken. Voor de fase met eenvoudige middelen staat zes weken.
  2. Conservatieve behandeling met medicijnen, fysiotherapie of een brace. Bij dansers zijn steunzolen vaak een uitkomst. 
  3. Invasieve behandeling met injectie. In sommige gevallen wordt een ontstekingsremmer ingespoten of een middel dat de kraakbeengroei bevordert. Soms is een verdovende injectie diagnostisch om te controleren of de pijn ook werkelijk zit waar die lijkt te zitten. 
  4. Als dit allemaal niet werkt, kan een operatie worden overwogen. Die geeft in 85% van de gevallen verbetering of genezing. Maar het is de laatste optie.

Nog weinig onderzoek

Rietveld wilde bekijken welke behandeling het beste is: een open operatie of opereren via een inkijkoperatie. Een handicap was dat er op zijn specifieke vakgebied nog niet veel onderzoek is gedaan en dat de data ook niet altijd vergelijkbaar zijn. Zo werd het succes van de operatie, doorgaans uitgedrukt in de tijd die het duurt voordat de danser het dansen weer kan hervatten, niet altijd goed vastgelegd.  De belangrijkste conclusie die Rietveld kan trekken was dan ook dat een ‘gewone’ open operatie er in bijna 90% van de gevallen toe leidt dat de danser na 11 weken de draad weer kan oppakken; over de inkijkoperatie vond hij te weinig literatuur.

cd Muziek met passie
De cd Muziek met passie, met muziekvriend Jaap Stork

CD belangrijker dan promotieonderzoek

Rietveld vindt het heerlijk om te werken met de uitvoerend kunstenaars. ‘Mijn spreekkamer hangt vol met foto’s van dansers en ik heb wel mijn diploma van het conservatorium aan de muur hangen, maar niet mijn artsenbul. Toen eindelijk de gelegenheid kwam om met zijn muziekvriend Jaap Stork (orgel) de cd Muziek met Passie op te nemen, vond hij dat belangrijker dan werken aan zijn promotie-onderzoek. Het is vooral de passie van de uitvoerend kunstenaar die Rietveld bij zijn patiënten herkent, en deelt. Het duurt echter niet heel lang meer of hij begint aan het inwerken van zijn opvolgers. Maar gelukkig wacht na zijn pensionering thuis zijn trompet.

(CH)