Universiteit Leiden

nl en

Nieuw vrouwennetwerk 'Sophia'

De Universiteit Leiden heeft een nieuw universitair vrouwennetwerk, Sophia genaamd, voor vrouwelijke wetenschappers. Sophia streeft naar gelijke kansen en een beter werkklimaat voor vrouwelijk wetenschappelijk personeel.

Voorzitter van Sophia is prof.dr. Marlou Schrover hoogleraar Sociale en Economische Geschiedenis bij het Instituut voor Geschiedenis. Ze zegt: ‘Te weinig vrouwen stromen door naar hogere wetenschappelijke functies, in de postdoc-periode verdwijnen er veel.’ De cijfers zijn duidelijk: meer dan 50% vrouwelijke studenten, meer dan 50% vrouwelijke promovendi maar hoger op de wetenschappelijke carrièreladder valt hun aandeel snel terug: slechts krap 25% van de hoogleraren in Leiden is vrouw. En daar zijn we nog trots op ook, want bij andere Nederlandse universiteiten is het percentage nog lager. 

Marlou Schrover
Marlou Schrover: 'Worden vrouwen ontmoedigd en moeten ze zich vaker bewijzen?'

Vicerector móét naar ons luisteren

‘Er gaat nog steeds van alles mis, en vrouwen klagen daar ook over’, zegt Schrover. ‘Maar ze doen dat vooral tegen elkaar en tegen het kopieerapparaat. Dat heeft geen zin. Daarom hebben we met een kerngroep van een aantal vrouwelijke hoogleraren Sophia opgericht. Vicerector Hester Bijl is onze formele gesprekspartner, zij móét naar ons luisteren. En dat wil ze ook, zei ze bij de lancering van Sophia op het diversiteitscongres op 22 november. We spreken tweemaal per jaar met haar en brengen dan verslag uit.’ 

Overigens kunnen suggesties en aanbevelingen ook heel praktische zaken betreffen als een betere kolfruimte voor vrouwen met een baby, die op sommige plaatsen bij de universiteit naargeestig is. ‘Ook dat soort dingen moet beter’, vindt Schrover. ‘En het blijkt ook dat veel vrouwen niet alle regelingen kennen die voor hen gelden, bijvoorbeeld die voor ouderschapsverlof. Daar kan ook wat aan gebeuren.’ 

Contact

Via een contactformulier op de website kunnen vrouwelijke wetenschappers ideeën en signalen doorgeven die van belang zijn om op te pakken. De bedoeling is dat er bij elke faculteit een contactpersoon komt bij wie vrouwelijke wetenschappers  terecht kunnen met suggesties en om ongelijke situaties die zij zien of meemaken te melden. Waar al een faculteit vrouwennetwerk bestaat, zoals RISE bij de Wiskunde en Natuurwetenschappen, kan  dat netwerk ook goed als aanspreekpunt dienen.

Vrouwen 2009-2015
Het aantal vrouwen in wetenschappelijke functies daalt naarmate de functie hoger wordt: 50% vrouwelijke studenten, nog geen kwart vrouwelijke hoogleraren. Toch is er iets opmerkelijks gebeurd: het aantal vrouwelijke universitair docenten steeg tussen 2009 en 2015 met 10%, wat zich doorzette in meer vrouwelijke universitair hoofddocenten en hoogleraren. Het resultaat van jaren beleidsinspanning op diverse fronten. Inspanning loont dus.

Onvoldoende vooruitgang

‘We boeken wel enige vooruitgang in het carrièreperspectief van vrouwelijke wetenschappers maar te weinig’, meent Schrover. ‘En de vraag is hoe dat komt. De Universiteit Leiden is van goede wil, aan het beleid ligt het niet. Heeft het dan te maken met het krijgen van kinderen? Met het feit dat voor een hypotheek een vaste aanstelling nodig is – die je met tijdelijke postdoc-functies niet krijgt? Speelt de eeuwige strijd om de functies -  een ratrace, volgens sommigen - een rol? Is het de ontmoediging van vrouwen en de noodzaak zich langer en vaker te bewijzen? Of is het een combinatie van factoren? We weten het niet zeker.’ Feit is wel dat na de promotie veel vrouwen afhaken en mannen vaker doorgaan, waardoor mannen uiteindelijk toch de top van de wetenschap weer domineren. Daarom is er dus weer een vrouwennetwerk.

Vrouwenbeweging

Schrover kent de geschiedenis van de vrouwenbeweging goed. Ze kenschetst de feministische golf van de jaren zestig en zeventig als teruggetrokken: ‘Vrouwen trokken zich samen terug om onderling over hun positie te praten en hun eigen kracht te zoeken, zonder mannen erbij.’ In de nasleep van die feministische golf kreeg de Universiteit Leiden een vrouwennetwerk dat bestond van 1982 tot 2000. Het was gericht op verbetering van de positie van vrouwen bij de universiteit, op het bevorderen van doorstroming van vrouwen en het wegnemen van barrières die dat in de weg stonden. ‘In 2000 vond men dat het wel klaar was’, aldus Schrover, ‘maar dat is nog zeker niet het geval.’

logo Sophia

Eigen netwerk is belangrijk

Schrover kenschetst zichzelf desgevraagd als een ambitieuze student en promovenda. Maar toen ze tijdens haar promotietraject zwanger raakte, begon haar prof erg moeilijk te kijken. ‘Een wat oudere man, aan de conservatieve kant. Hij was wel heel aardig hoor. Na de geboorte van mijn kind kwam hij langs met een cadeautje.’ Maar toen ze ten tweede male zwanger werd, zei hij: ‘Dat is het eind van je wetenschappelijke carrière.’ Schrover gaf geen antwoord maar dacht prompt: ‘Ik dacht het niet…’ Ze kreeg gelijk. ‘Het is wel belangrijk dat je zelf een goed netwerk hebt. Mijn schoonmoeder was er meteen als een van de kinderen ziek was en niet naar de crèche kon. Je moet een partner hebben die je steunt. En je kunt ook veel organiseren op het schoolplein. Dat je elkaars kinderen opvangt bij een studiedag van de leerkrachten, bijvoorbeeld.’

Sophia Antoniadis
Sophia Antoniadis

Publicaties naar rato van onderzoekstijd

Het is 25 jaar geleden dat een parttime werkende vrouwelijke wetenschapper ervoor moest strijden dat ze niet afgerekend werd op minder publicaties dan fulltime werkende collega's. Schrover heeft ervoor gezorgd dit principe ook bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen bij NWO is doorgevoerd. ‘Je moet kijken hoeveel iemand heeft gepubliceerd in de beschikbare onderzoekstijd. Dan is de beoordeling ineens heel anders.’

Leids universitair vrouwennetwerk Sophia
Sophia Antoniadis was de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Universiteit Leiden Van 1929 tot 1955 was ze hoogleraar middeleeuws en modern Grieks. Antoniadis was zelf Grieks.

(CH)

Bijeenkomst Sophia op 12 oktober 

Op 12 oktober kwamen de hoogleraren van Sophia bijeen met een stuk of zes vrouwen per faculteit (en één man), uitgenodigd door de hoogleraren. De vragen die op tafel lagen waren:

  • Wat moet er gebeuren?
  • Welke belemmeringen kom je tegen?
  • Hoe kunnen we die belemmeringen wegnemen?
  • Wat moet het netwerk doen?

De bijeenkomst resulteerde in een lijst van punten die de aandacht vragen en waarop netwerk zich kan richten. Sophia gaat zich er in januari over buigen welke ze het eerst wil aanpakken. Een kleine greep uit de lijst:

  • Meer openheid en transparantie als het gaat om beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Te vaak ontdekken vrouwen bij toeval dat een mannelijke collega meer verdient in dezelfde functie of voor hetzelfde werk.
  • Meer bewustwording creëren voor gender-bias op alle niveaus. Studenten beoordelen vrouwelijke docenten bijvoorbeeld anders dan mannelijke.
  • Vrouwen zouden elkaar meer moeten steunen en meer met elkaar kunnen uitwisselen. Ook zijn rolmodellen belangrijk.