Universiteit Leiden

nl en

De inheemse bevolking als belangrijkste onderzoekspartner

Kennis van inheemse volkeren is onontbeerlijk als je de geschiedenis of taal van een regio wil bestuderen. Leidse archeologen en taalkundigen zoeken nu samen naar manieren om de lokale bevolking consequenter te betrekken.

Stel, je doet onderzoek naar de eeuwenoude beeldhandschriften van de Mixteken. Of je bestudeert de taal van de huidige Maya-bevolking op het Mexicaanse schiereiland Yucatan. Dan kun je natuurlijk als Leidse wetenschapper naar Meso-Amerika gaan om daar archeologische vondsten te onderzoeken of de lokale talen te bestuderen. Maar je kunt er ook voor kiezen om dat samen met de lokale bevolking te doen.

Naar dat laatste streven Leidse archeologen en taalkundigen. Sinds kort werken zij samen in het Centre for Indigenous American Studies (CIAS), een virtueel centrum voor onderzoek naar de inheemse bevolkingen van Latijns-Amerika. Doel van het CIAS is onder meer om inheemse onderzoekers een grotere stem te geven in het wetenschappelijk onderzoek naar hun regio van afkomst.

Westers referentiekader

‘Het betrekken van de huidige inheemse bevolking is essentieel als je een goed begrip wil krijgen van de taal en cultuur,’ zegt Maarten Jansen, hoogleraar Erfgoed van Inheemse Volkeren. ‘Neem bijvoorbeeld de bestudering van een Mixteekse codex, een beeldhandschrift dat voor leken nog het meest wegheeft van een stripverhaal. Het is voor een Leidse onderzoeker moeilijk in te schatten welke waarden bepaalde symbolen of gebaren in die afbeeldingen hebben, omdat je er vanuit een Westers referentiekader naar kijkt. Maar betrek je de ongeveer 500.000 Mexicanen die nu nog Mixteeks spreken erbij, dan gaat er een wereld voor je open.’

Een kopie van de Azteekse Codex Borbonicus in het Museo Nacional de Antropología in Mexico-Stad. Het origineel ligt in de Bibliothèque de l'Assemblée Nationale, Parijs.

Jansen merkte het in zijn lange loopbaan: iedere keer als hij zijn onderzoek besprak in kleine Mixteekse dorpjes. De codices [meervoud van codex, red.] zijn een deel van de lokale identiteit, van de eeuwenoude orale tradities. Alleen dankzij de continue input van de afstammelingen van de oude Mixteken kon Jansen uiteindelijk zelf specialist worden op het gebied van de inheemse beeldtalen. Het stelde hem in staat om doorwrochte studies te publiceren over zo’n beetje iedere belangrijke codex.

Duurzame Geesteswetenschappen

De faculteiten Archeologie en Geesteswetenschappen proberen de werkwijze van Jansen nu te verankeren in al hun onderzoek naar inheemse bevolkingsgroepen. Met geld uit het overheidsprogramma Duurzame Wetenschappen zijn inmiddels twee universitair docenten en twee promovendi aangenomen om - naast hun onderzoek - de interdisciplinaire samenwerking te coördineren. Drie daarvan komen zelf uit inheemse gemeenschappen in Mexico en Guyana.

Een ander doel is het ‘dekoloniseren’ van de archeologie en taalwetenschappen in Leiden, mailt Eithne Carlin. Zij doet onderzoek naar de talen van de Guyana’s, met name die van de  Caribische en Arawakse taalfamilies. De participatie van inheemse volkeren is volgens haar niet alleen nuttig voor het vergaren van wetenschappelijke kennis, maar ook een manier om de mondiale ongelijkheid in de wetenschap te verminderen. ‘Momenteel heeft de Westerse wetenschap een bevoorrechte positie, en die is niet altijd terecht. We kunnen dat privilege verminderen door meer inheemse onderzoekers te betrekken in ons onderzoek en hun kennis beter te waarderen.’

Eithne Carlin tijdens veldwerk bij het Wayana-volk. De Wayana wonen in het grensgebied van Suriname, Frans-Guyana en Brazilië.

Draagvlak creëren

‘Te vaak zie ik het gebeuren dat wetenschappers naar een inheemse groep gaan om daar onderzoek te doen, zonder dat er goed is nagedacht over de ethische aspecten die daarbij komen kijken,’ zegt Genner Llanes Ortiz. Hij is zelf een Maya-antropoloog uit Yucatan, en hij is een van de vier wetenschappers die naar Leiden zijn gehaald in het kader van het CIAS. ‘De komende tijd zal ik archeologen en taalkundigen, maar ook antropologen en biologen, adviseren hoe zij hun werk op een respectvolle manier kunnen uitvoeren. Het is daarbij vooral belangrijk dat zij niet zomaar aan de slag gaan, maar eerst draagvlak creëren bij de lokale gemeenschap. Het gaat immers om hun geschiedenis en hun identiteit.’

Volgens Llanes Ortiz zijn kennis, land, spiritualiteit, taal en zelfbeschikking fundamentele componenten van inheems erfgoed. Idealiter zorg je er dus voor dat je de inheemse bevolking betrekt als je onderzoek doet naar één van deze aspecten van de cultuur. ‘Dat kan het best door de inheemse belangen mee te wegen in je dataverzameling en analyse. Ook het delen van onderzoeksuitkomsten met de lokale bevolking kan de instemming met en deelname aan het project vergroten. Dat kan bovendien bijdragen aan de bescherming van inheems erfgoed.’

Aansluiten bij bestaande contacten

Onlangs ging Llanes Ortiz met een delegatie van de Universiteit Leiden naar Mexico om de banden aan te halen met onderzoeksinstellingen (zie kader). Ook Niels Schiller ging mee, wetenschappelijk directeur van het instituut voor Taalwetenschappen (LUCL). Zijn collega’s staan te popelen om de vele talen van Meso-Amerika in kaart te brengen en te beschrijven. De Westerse kennis over taalverwerking is grotendeels gebaseerd op de studie van een tiental vooral Westerse (Indo-Europese) talen. Kennis van taalverwerking bij sprekers van niet-Westerse talen is essentieel om die Westerse assumpties te toetsen.

Maya-antropoloog Genner Llanes Ortiz (tweede van rechts) tijdens een recente reis naar Mexico.

Tegelijkertijd is Schiller zich bewust van de ethische uitdagingen die daarbij komen kijken. Zo hebben zijn collega’s de beschikking over lichtgewicht apparatuur waarmee ze ‘in het veld’ metingen kunnen doen aan oogbewegingen en binnenkort zelfs hersenactiviteit, twee belangrijke indicatoren voor taalverwerking. Schiller: ‘Maar ondertussen willen we de lokale bevolking niet overvallen. Je wilt niet een setting creëren waarin Westerse onderzoekers de inheemsen als proefkonijnen gebruiken. Daarom heb ik in Mexico afspraken gemaakt met CIESAS, een instituut voor sociale wetenschappen. We hebben afgesproken dat Leidse wetenschappers via CIESAS toegang krijgen tot sprekers van inheemse talen. Het is altijd beter om aan te sluiten bij bestaande contacten.’

Uiteindelijk is zowel de wetenschap als de lokale bevolking gebaat bij de samenwerking, denkt Jansen. ‘Enerzijds helpt de inheemse bevolking ons bij het ontrafelen van wetenschappelijke mysteries, anderzijds geeft die gezamenlijke inspanning weer meer zicht op de geschiedenis en identiteit van het betreffende volk. Het is een win-win-situatie.

Samenwerking Mexico uitgebreid

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een recent bezoek aan Mexico door een delegatie van de Universiteit Leiden. Rector magnificus Carel Stolker ondertekende daar verschillende samenwerkingsverdragen met Mexicaanse universiteiten en onderzoeksfinanciers. De Universiteit Leiden heeft onder meer veel kennis in huis over inheemse volkeren.