Universiteit Leiden

nl en

Promotie: 'Anarchistische' Vrije Academie leverde veel talentvolle kunstenaars op

De Haagse Vrije Academie kende tot 1989 geen selectie of beoordelingen. Dat leverde een rommelige en chaotische kunstinstelling op. Toch heeft het anarchistische broeinest veel talent voortgebracht, laat Saskia Gras zien. Haar promotie was 31 oktober 2017.

Het leek zo’n goed idee. Ter ere van het 79ste lustrum van de Universiteit Leiden mochten studenten van de Haagse Vrije Academie de Pieterskerk feestelijk versieren. Eén probleem: het was het jaar 1970. Uitgerekend in die tijd kwamen studenten in opstand, van San Francisco tot Parijs. Op de barricaden, in bed en op de universiteiten verbrandden ze de muffe spruitjeslucht van de jaren 50. The times are a-changing, en de oudere generatie moest er maar aan wennen.

Dat heeft de Universiteit Leiden geweten. De anders zo plechtige dies natalis werd ineens ‘opgeleukt’ met allerlei controversiële kunst. Aan meterslange touwen hingen naakte poppen van de vliering, en op de muren stonden spreuken als ‘baas in eigen buik’ en ‘God is dood’. Uiteindelijk greep het kerkbestuur in. De tentoonstelling was ‘in strijd met de waardigheid’ van de Pieterskerk. Anderen formuleerden het nog krachtiger: de Pieterskerk was ‘ontheiligd’ door de lompe creatievelingen. Die laatsten schreeuwden op hun beurt weer moord en brand omdat ze zich gecensureerd voelden.

Verbeelding en solidariteit

‘Het is typerend voor de Haagse Vrije Academie in die jaren,’ zegt Saskia Gras. Zij promoveert op 31 oktober op de geschiedenis van deze kunstinstelling. ‘Al sinds de oprichting in 1947 zette de Vrije Academie zich af tegen haar oudere en chiquere broertje, de nogal traditionele Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Waar je op de Haagse Academie moest leren om ‘naar de natuur’ te tekenen, schilderen of beeldhouwen, ging het op de Vrije Academie om de verbeelding en maatschappelijke solidariteit.’

Daarbij waren er eigenlijk geen grenzen, laat Gras in haar proefschrift zien. Een kunstwerk dat aan de verbeelding is ontsproten, kan immers bijna niet fout zijn. Zo zetten studenten ooit een filmscript in elkaar door de pagina’s uit een boeketreeks te scheuren, en deze vervolgens in willekeurige volgorde terug te plakken. Het leverde een hallucinerende film vol onverwachte plotwendingen op. En dat was prima, vond de directie. Zolang je maar geen ‘onechte’ dingen deed, zoals het werk van de docent imiteren of je teveel laten inspireren door oude meesters. Dat was immers niet authentiek.

Geen selectie en eindexamen

Het anarchistische karakter van de Vrije Academie kwam ook terug in het selectie- en beoordelingsbeleid. In tegenstelling tot de Haagse Academie was er geen selectie aan de poort en geen opkomstplicht bij colleges. Het resulteerde in een broeinest van bohemiens en avant-gardisten die de klassen in- en uitliepen en in de tussenuren veelvuldig aan de drank en drugs zaten. Doordat er ook geen eindexamen was, liep een student van Psychopolis – zoals de Vrije Academie in die jaren bekend stond – na enkele jaren zonder diploma de deur uit.

‘Desondanks, of misschien wel dankzij deze aanpak, heeft de Vrije Academie talloze beroemde kunstenaars opgeleverd,’ zegt Gras. ‘Schrijver en kunstenaar Jan Cremer studeerde er, maar ook illustrator Max Velthuijs, beeldhouwer Marinus Boezem en nog veel meer grote namen. De instelling leverde net als andere, klassiekere academies, ook topkunstenaars af. Het lijkt er dus sterk op dat beoordelingsinstrumenten tijdens en voorafgaand aan de studie geen invloed hebben op het al dan niet aanboren van artistiek talent.’

‘Echte’ opleiding

Toch ontkwam ook de Vrije Academie niet aan de invoering van beoordeling en selectie. Begin jaren tachtig waren de politieke winden anders gaan waaien. Neoliberalisme en New Public Management waren nu de heersende filosofieën, met een sterke focus op een kleine, resultaatgerichte overheid. Ook de rommelige Vrije Academie ging mee in deze tijdgeest en besloot om in 1989 selectie in te voeren. De directie vond het beter: daarmee zou het instituut een echte, kwalitatief hoogwaardige en kleinschaliger opleiding worden.

Toch heeft juist dat de Vrije Academie de das om gedaan, denkt Gras. Er was immers al een kunstacademie met toetsen en diploma’s in Den Haag, en die Haagse Academie van Beeldende Kunsten kon bovendien bogen op een veel langere traditie. Uiteindelijk moest de Vrije Academie in 2015 de deuren sluiten. Niet lang daarvoor begon Gras aan haar proefschrift. ‘Ik heb nog net op tijd foto’s kunnen maken van alle jaarverslagen, notulen en dossiers. Kort daarna is bijna het volledige archief vernietigd.’ Zo leeft de roemruchte geschiedenis van de anarchistische maar niet minder succesvolle kunstinstelling toch een beetje voort.