Universiteit Leiden

nl en

Terrorisme is meer dan fysieke veiligheidsdreiging

Het vergelijken van terreuraanslagen met het vallen van een keukentrapje is onzinnig, schrijft Jeanine de Roy van Zuijdewijn in het NRC Handelsblad van 27 september 2017.

Je ziet ze regelmatig voorbijkomen: vergelijkingen tussen het aantal doden door terrorisme en een ander willekeurig verschijnsel of huishoudelijk apparaat, zoals de keukentrap. Bij de favoriete vergelijkingen horen ook bliksem, grasmaaiers en killer-taugé. Deze worden dan nauwkeurig gefactcheckt, alsof we daar verder mee zouden komen in ons begrip van terrorisme.

Deze vergelijkingen, vaak dienend als dooddoeners in een gesprek over terrorisme, roepen heftige reacties op. De ene groep stelt verontwaardigd dat het een grove bagatellisering is van het gevaar van terrorisme. De andere groep verzucht waarom een statistisch ‘niet-zo-heel-gevaarlijk’ fenomeen dan toch zoveel aandacht krijgt en waarom we het niet helemaal negeren.

Beide zijn te begrijpen. Geen van beide draagt op zichzelf echter bij aan een goed begrip van terrorisme en de vraag hoe we hier als samenleving mee om moeten gaan. Terrorisme gaat immers niet om het aantal doden, maar om de toeschouwers. Terrorisme is theater, zoals terrorismedeskundigen uitleggen, en wij het publiek. Het is een gewelddadige communicatiestrategie waarbij terroristen hopen dat de reactie van de toeschouwers leidt tot het bereiken van politieke doelen.

In Europa is terrorisme dan ook niet in de eerste plaats een fysieke veiligheidsdreiging. We moeten ons vooral zorgen maken om de impact van het fenomeen. In hoeverre lukt het terroristen om onze samenleving te ontwrichten, angst en polarisatie aan te wakkeren en autoriteiten bepaalde reacties te ontlokken?

Een voorbeeld is de recente aanslag in Barcelona. Deze is niet enkel gericht op de toevallige passanten. Het is een aanval uitgevoerd door jihadisten, gericht op iets abstracters waar de slachtoffers in hun ogen symbool voor staan: het Westen en de democratische rechtsstaat.

Hoewel de slachtofferaantallen in Europa statistisch gezien meevallen, zijn dergelijke aanslagen op hele samenlevingen gericht. In de cijfers zie je dat niet terug, waardoor dit de indruk wekt dat terrorisme niemand treft behalve de onfortuinlijke slachtoffers. Dat zou een onjuiste interpretatie zijn van de gewelddadige boodschap die terroristen op ons af willen vuren. Het keukentrapje, daarentegen, heeft geen politiek doel en zit niet te wachten op een publiek dat meekijkt en reageert.

Het risico is echter dat dit besef van de provocatieve aard van terrorisme omslaat in een overreactie, zoals het direct uitroepen van de noodtoestand. Dat is weinig effectief en soms zelfs schadelijk. Bijvoorbeeld als de reactie hierop leidt tot een aantasting van de verworvenheden en ‘de manier van leven’ die men juist zegt te beschermen. Terroristen begrijpen deze dynamiek helaas soms beter dan politici of beleidsmakers.

Het discussiëren over het aantal doden door terrorisme in verhouding met bijvoorbeeld de keukentrap leidt af van de wezenlijke discussies die we zouden moeten voeren. Terroristen veroorzaken relatief weinig doden, maar het gaat om veel meer dan dat. Terrorisme moet niet enkel als veiligheidsdreiging geïnterpreteerd worden, maar als bedreiging voor de democratische rechtsstaat. Hopelijk kunnen we daarmee het keukentrapje eens en voor altijd veilig opbergen.