Universiteit Leiden

nl en

Gedifferentieerd onderwijs vergroot juist ongelijke kansen

Leerlingen verschillen van elkaar, daarom zit er veel differentiatie in ons onderwijssysteem. Denk aan vwo- en vmbo-scholen, maar ook niveaugroepjes in de basisschoolklas. Maar volgens bijzonder hoogleraar Eddie Denessen kan differentiatie ook de kansenongelijkheid juist vergroten. Oratie op 26 juni.

Niet alle leerlingen leren even snel of even gemakkelijk. Ook bestaan er verschillen in wat een kind thuis leert, wat hij of zij naast school doet en hoe graag de leerling naar school gaat. Leraren en scholen moeten al deze verschillende leerlingen ondersteunen bij het leren, en zorgen dat het onderwijs betekenisvol is voor hen allemaal. ‘De heersende gedachte is dat een klassikale aanpak dan niet passend is,’ zegt Eddie Denessen, bijzonder hoogleraar Sociaal-culturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs. ‘Zowel voor de leerlingen die moeite hebben met de stof als voor leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, zou klassikaal lesgeven tekort schieten.’

Differentiatieniveaus

Daarom is ons onderwijs gedifferentieerd. Dat kan op verschillende niveaus, legt Denessen uit. ‘Op macroniveau differentiëren we met verschillende schooltypen zoals vwo en vmbo, op mesoniveau gaat het om verschillen tussen klassen, zoals een tweetalige brugklas. En op microniveau is dat het onderverdelen van leerlingen in de klas in niveaugroepen.’ Differentiatie wordt gezien als een oplossing voor het omgaan met verschillen tussen leerlingen. Maar Denessen ziet ook nadelen. ‘Soms kan differentiatie er juist voor zorgen dat de verschillen in het onderwijs worden vergroot.’

Voorsprong vergroot

‘Macro- en mesodifferentiatie leiden tot grotere kansenongelijkheid,’ stelt Denessen in zijn oratie. Er is in Nederland een sterke relatie tussen de opleiding van ouders en de schoolloopbaan van kinderen. Op het vwo zijn kinderen van hoogopgeleiden oververtegenwoordigd, op het vmbo de kinderen van lager opgeleide ouders. In Scandinavische landen, waar de selectie later wordt gemaakt, zijn de verschillen kleiner. Ook volgen veel meer kinderen van hoogopgeleide ouders tweetalig onderwijs. ‘Zo vergroten deze vormen van differentiatie de kansen van kinderen die al met een voorsprong aan het onderwijs beginnen.’

Talent of gelijke kansen?

Bij differentiatie in de klas is uiteraard een belangrijke rol weggelegd voor de leraar. ‘Maar leraren zitten klem tussen twee tegenstrijdige beleidsinitiatieven van de overheid,’ zegt Denessen. In 2014 is het Plan van Aanpak Toptalenten gepresenteerd door het Ministerie van OCW en in 2016 bracht hetzelfde ministerie het Actieplan Gelijke Kansen in het Onderwijs uit. Deze twee plannen zijn strijdig met elkaar, volgens Denessen. Het stimuleren van toptalenten vraagt erom dat alle leerlingen de optimale mogelijkheden krijgen om hun talenten ten volle te ontwikkelen. Voor het bevorderen van gelijke kansen moeten leerlingen met laag opgeleide ouders extra worden ondersteund om hun talenten tot ontwikkeling te laten komen. ‘Dat plaatst de leraar in de praktijk voor een dilemma: geeft hij elke leerling evenveel aandacht, zodat ze alles uit hun talenten kunnen halen, of geeft hij de leerlingen uit lagere sociale milieus meer aandacht dan de leerlingen uit hogere milieus, zodat kinderen met gelijke aanleg dezelfde kansen krijgen?’

Onbewuste verwachtingen

Bij differentiatie door de leraar speelt nog een ander aspect. ‘We weten uit onderzoek dat leraren vaak onbewust, intuïtief ook nog differentiëren. De verwachtingen van leraren werken door in de prestaties van kinderen.’ Zo ontdekte Denessen en zijn collega’s bij de Radboud Universiteit al dat etnische vooroordelen van leraren samenhingen met de prestatiekloof in hun klas tussen kinderen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en kinderen met een Nederlandse achtergrond. Eenzelfde effect zagen ze bij leraren met een negatieve houding ten opzichte van dyslexie. ‘Ook onbewuste differentiatie kan dus bijdragen aan grotere óf kleinere verschillen tussen leerlingen. Al moeten we ons wel realiseren dat er veel variatie tussen leraren is. Er zijn leraren die zich sterker laten beïnvloeden door de sociaal-culturele achtergrond van een leerling, en leraren die dat in het geheel niet doen.’

Onderwijs herzien

Met zijn onderzoek wil Denessen praktische programma’s ontwikkelen voor leraren en scholen, en meer inzicht verkrijgen in de maatschappelijke effecten van differentiatie. Zo hoopt hij scholen en leraren te helpen een visie te ontwikkelen over omgaan met verschillen en kansenongelijkheid in het onderwijs. ‘Er is een kritische herbezinning op ons onderwijs nodig om daadwerkelijk bij te dragen aan gelijke kansen voor alle kinderen.’

Eddie Denessen is benoemd tot bijzonder hoogleraar Sociaal-culturele achtergronden en differentiatie in het onderwijs, bij het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Deze leerstoel is ingesteld door Sardes, een onderzoeks- en adviesbureau dat zich richt op het vergroten van ontwikkelkansen van kinderen en jongeren. Naast zijn bijzonder hoogleraarschap in Leiden werkt Eddie Denessen ook als universitair hoofddocent bij de opleiding Onderwijskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen.