Universiteit Leiden

nl en
Image credit: Paolo Cereda

DNA-bewijs moet statistisch worden onderbouwd

Hoe gaan forensisch deskundigen om met complex DNA-bewijsmateriaal dat op een plaats delict wordt gevonden? Giulia Cereda ontwikkelde nieuwe statistische modellen om dit bewijs te analyseren. Promotie op 12 januari.

DNA-bewijs

DNA-bewijsmateriaal wordt vaak beschouwd als hard bewijs, dat geen ruimte laat voor onzekerheid. In werkelijkheid is het erg moeilijk om te zeggen in welke mate een bewijsstuk een zaak tegen een verdachte kan onderbouwen. Daarom hebben forensisch deskundigen statistische modellen nodig om gewicht te geven aan DNA-bewijs. Promovenda Giulia Cereda ontwikkelde nieuwe modellen die vooral nuttig zijn om zeldzame DNA-profielen en onevenwichtige DNA-sporen te analyseren.

Zeldzame DNA-profielen

Als een DNA-profiel matcht met dat van een verdachte, is het belangrijk om te weten hoe vaak dit profiel voorkomt in de algemene bevolking. Hoe minder mensen het betreffende DNA-profiel delen, hoe sterker het bewijs. Omdat forensische experts niet beschikken over het DNA-profiel van alle individuen, gebruiken ze een database met een steekproef van de bevolking. Het komt vaak voor dat er DNA-profielen worden gevonden die met geen enkel profiel in de database matchen. Dit worden ‘rare type match cases’ genoemd, oftewel zeldzame DNA-profielen.

Onevenwichtig DNA-bewijs

Een ander veelvoorkomend probleem bij het hanteren van DNA-bewijsmateriaal zijn DNA-mengsels die sporen bevatten van ten minste twee personen. ‘Wanneer het DNA van twee personen is gemengd in één DNA-spoor, is het zeer moeilijk om de DNA-profielen van de twee personen van elkaar te scheiden’, zegt Cereda.

DNA-mengsels zijn nog complexer als ze onevenwichtig zijn. Deze mengsels worden vaak gevonden in gevallen van seksueel geweld, als een vaginaal uitstrijkje wordt gemaakt. In deze gevallen bestaat het DNA-mengsel voor meer dan 90% uit het DNA-materiaal van het slachtoffer, en minder dan 10% uit dat van de verdachte. In deze mengsels wordt het DNA-profiel van de verdachte waarschijnlijk gemaskeerd door dat van het slachtoffer.

DIP-STR

DIP-STR (Deletion Insertion polymorphisms – Short Tandem Repeats) is een nieuwe genetische technologie om onevenwichtig DNA-bewijs te analyseren. DIP-STR onthult een aantal kenmerken van het DNA-profiel dat het minst vertegenwoordigd is in het DNA-mengsel. Cereda maakte voor het eerst een statistisch model om DIP-STR DNA-profielen te evalueren, wat zou kunnen bijdragen aan het nauwkeuriger analyseren van DNA-mengsels. Het gebruik van accurate mathematische modellen is heel belangrijk om gewicht te geven aan het DNA-bewijsmateriaal. ‘Genetici en wiskundigen moeten samenwerken om de forensische wetenschappen te verbeteren,’ concludeert Cereda.