Universiteit Leiden

nl en

Digitaal prentenboek stimuleert taalvaardigheid van kleuters

Traditioneel voorlezen is voor de meeste kinderen een effectieve manier om taalvaardigheid te stimuleren, maar niet voor alle kinderen. Het promotieonderzoek van orthopedagoog Rachel Plak toont aan dat een deel van de kleuters pas leert als de boeken filmachtige beelden en muziek bevatten. Voor deze kleuters is de implementatie van digitale prentenboeken in het curriculum van het kleuteronderwijs cruciaal. Promotie 15 december.

Download de samenvatting van het onderzoek "What works for whom? Differential genetic effects of early literacy interventions in kindergarten" (pdf) ››

Niet ieder kind even gevoelig voor interventies

Een opmerkelijke bevinding in recent orthopedagogisch onderzoek is dat niet ieder kind even gevoelig is voor interventies. Dopamine-gerelateerde genen blijken te voorspellen wie er wel van profiteren en wie niet. In de lijn van deze opvallende bevindingen onderzocht orthopedagoog Rachel Plak in het project "Wat Werkt voor Wie" of er sprake is van verschil in gevoeligheid voor interventies op het gebied van beginnend leesonderwijs.

Dopamine is een stof dat in de hersenen wordt aangemaakt en ervoor zorgt dat verschillende zenuwcellen in de hersenen met elkaar kunnen communiceren. Het wordt daarom ook wel omschreven als een 'neurotransmitter'.
Rachel Plak

Bovendien onderzocht Plak of dopamine-gerelateerde genen interventie-gevoelige kinderen van minder gevoelige kunnen onderscheiden. Het staat namelijk vast dat dopamine een belangrijke rol speelt bij het leren. Ongeveer een derde van alle kinderen hebben een minder efficiënte dopaminehuishouding, omdat ze dragers zijn van een specifiek dopamine-gen waardoor ze meer moeite hebben zich te kunnen concentreren. Dit kan een negatief effect hebben op ontluikende geletterdheid.

Het experiment "Wat werkt voor wie?"

Meer dan 180 scholen namen deel aan het experiment. "We testten de hypothese dat kinderen die drager zijn van dat specifieke dopanime-gen meer ontvankelijk zijn voor digitale educatieve programma's waaronder digitale prentenboeken", aldus Plak.

"Tijdens het experiment is eveneens onderzocht welke kinderen drager zijn van dat dopamine-gen om vast te stellen wie meer moeite zou kunnen hebben met concentreren. Het bleek dat kinderen die drager zijn van het dopamine-gerelateerde gen extra baat hadden bij digitale prentenboeken en zij presteerden direct na afloop van de interventie én in groep drie aanzienlijk beter dan hun leeftijdsgenoten die geen drager zijn."

Toestand van hyperfocus

"Over de vraag waarom dragers van dit gen zo sterk profiteren van de digitale prentenboeken kunnen we vooralsnog alleen maar speculeren. We denken dat dit komt, omdat bij deze kinderen de digitale boeken een toestand van hyperfocus oproepen. Misschien wordt opperste concentratie bevorderd door de filmachtige meeslepende beelden en muziek in de digitale boeken. Bekend is dat kinderen met een aanleg voor aandachtsproblemen op dezelfde manier op televisie of computerspelletjes reageren: het kind is zo geconcentreerd, dat alles wat er in zijn of haar omgeving gebeurt, wordt buitengesloten."

Download de samenvatting van het onderzoek "What works for whom? Differential genetic effects of early literacy interventions in kindergarten" (pdf) ››