Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Hyperlinks naar de oudheid

Tot in de 18e eeuw waren in Europa Latijnse commentaren op bekende klassieke teksten een belangrijke bron van wetenschappelijke kennis. Maar de teksten verloren hun gezag. Classicus Maarten Jansen diepte de commentaren op Vergilius’ Aeneïs weer op. Promotie op 20 september.

Traditionele kennisorganisatie

Eeuwenlang maakten commentaren op klassieke teksten deel uit van de traditionele kennisorganisatie. Een commentaar was in de vroegmoderne tijd (15–17e eeuw) een soort extractie van alle wetenschappelijke kennis die uit een werk te halen was. Het idee was dat klassieke teksten kennisbronnen waren op allerlei terreinen, van de retorica, de geschiedenis en de astronomie tot de geografie en de botanie. In een tijd zonder encyclopedieën en wetenschappelijke tijdschriften was het dé manier om kennis te organiseren, zeker toen na de uitvinding van de boekdrukkunst (ca. 1450) de verspreiding van de commentaren een hoge vlucht nam.

Opkomende natuurwetenschappen

In de loop van de 17e eeuw gaat het wringen tussen de traditie en moderniteit. Het succes van de opkomende natuurwetenschappen zorgt ervoor dat kennis uit boeken minder serieus wordt genomen dan kennis uit experimenten. Klassieke auteurs verliezen hun gezag doordat hun ongelijk steeds vaker wetenschappelijk wordt aangetoond. Een anderhalf millennium oude traditie legt het af; alleen de literaire kwaliteiten van de grote klassieke teksten blijven overeind.

Standaardwerk

Promoverend classicus Maarten Jansen beschrijft deze ontwikkeling aan de hand van Latijnse commentaren uit de vroegmoderne tijd op de Aeneïs, het monumentale werk van Vergilius (70 – 19 v.Chr.) uit de klassieke oudheid. Jansen: ‘Aeneïs was een standaardwerk in de vroegmoderne tijd, een onbetwiste bron van kennis voor scholieren, maar ook voor geleerden.’

Hyperlinks

Een commentaarpagina bestond meestal uit een paar regels uit het oorspronkelijke werk, met daaromheen becommentariërende tekst. Jansen: ‘Woorden die vetgedrukt waren, zoals toga, werden op diezelfde pagina uitgebreid toegelicht. Deze systematiek is te vergelijken met een moderne index, of een internettekst vol met hyperlinks waarop je kunt klikken om meer te weten te komen. Zo ging men ook te werk: wilde je iets over de maan weten, dan pakte je een commentaar op een versregel van Vergilius waarin de maan voorkwam.’

Digitale revolutie

Het was voor Jansen bijzonder om te zien hoe snel een gevestigde manier van denken aan status kan verliezen door maatschappelijke ontwikkelingen. ‘Je kunt het misschien een beetje vergelijken met de afgelopen drie decennia, waarin we door het internet en de digitale revolutie ook heel anders naar dingen zijn gaan kijken. In de vroegmoderne tijd ging het net zo snel. De wetenschap raakte ook sterker verdeeld. Waar men vroeger nog weleens de pretentie had álles te kunnen weten, werd in de vroegmoderne tijd duidelijk dat de geesteswetenschappen en de natuurwetenschappen aparte gebieden waren. Dit onderzoek toont daarmee het belang van innovatie aan en ontsluit tegelijkertijd materiaal dat een blik biedt op het fascinerende intellectuele leven van het vroegmoderne Europa.’

Afbeelding: Editie van Virgil (Vergilius) uit 1501 gedrukt door Aldus Manutius.