Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English
Fragment uit een Mantsjoe-adelbrief

In de ban van het Mantsjoe

Fresco Sam-Sin doceert de op sterven na dode taal Mantsjoe. Zijn aanstelling van één dag in de week is te klein voor zijn enthousiasme. Maar dat deert hem niet. Hij is ook bezig zijn online vertaalplatform te exporteren naar andere talen en andere landen.

Vijftien studenten

Mantsjoe is een taal uit Siberië, het huidige uiterste noordoosten van China. De taal wordt nog maar zeer mondjesmaat gesproken. Gedacht werd zelfs dat het een dode taal was. ‘Maar toen kwamen er nog een paar tandeloze vrouwtjes achter de bergen vandaan die het nog spraken’, aldus Sam-Sin. Het scheelt dus niet veel maar morsdood is het Mantsjoe nog net niet.  De taal is verwant met het Mongools en het Turks. Het schrift is verticaal en overgenomen van het Mongoolse alfabet. Sam-Sin blies bij de opleiding Chinees  het Mantsjoe nieuw leven in: hij heeft een groep van vijftien studenten die meegaan in zijn gedrevenheid.

Een concreet product is belangrijk

'Zegel van de kahn' (Mantsjoekeizer Shunzhi 1644-1661) 

Met behulp van een platform dat Sam-Sin zelf heeft ontwikkeld, vertalen de studenten samen onder zijn supervisie stukken uit de vier miljoen documenten die er zijn in het Mantsjoe. Buiten de colleges, zodat hij die kan besteden aan andere aspecten. ‘Het werkt geweldig’, zegt hij. Via crowdfunding kreeg Sam-Sin geld bij elkaar om van de vertalingen het eerste nummer van een fraai  en met zorg vormgegeven tijdschrift te maken. ‘Je moet als resultaat van je werk iets concreets in handen hebben, vind ik, een product dat je kunt zien en vasthouden.’ Debtelin heet het tijdschrift, dat is ‘boekje’ in het Mantsjoe. Het is qua vorm ook meer een boek dan een tijdschrift, vandaar. 

Bijzonder stofomslag

Debtelin met de kaart die als stofomslag is bijgevoegd.

Een thematische reeks moet het worden. Het thema van het eerste nummer is ‘Onderweg’ en het bevat in het Nederlands vertaalde passages uit brieven van reizigers en reisdagboeken. Het stofomslag bestaat uit een grote uitvouwbare kaart waarop staat aangegeven welke reis de schrijvers maakten: een keizer, een soldaat en een gedwongen landverhuizer. De oplage is nu maar tweehonderd exemplaren, en het kost 26,50 euro. Daarom wil Sam-Sin overstappen van vertaling in het Nederlands naar vertaling in het Engels; dat kan de oplage aanzienlijk vergroten. De thema’s van de volgende twee nummers zijn al bekend: boogschieten en wilde sjamanen.  Boogschieten (te paard) was een van de belangrijkste pijlers van de Mantsjoe-identiteit, en de vrouwelijke (!) sjamanen waren niet alleen religieus maar ook politiek belangrijke figuren.

Qing-dynastie

Fresco Sam-Sin (r) met een van zijn studenten bij de presentatie van Debtolin, eind april

Dat er minstens vier miljoen documenten zijn in het Mantsjoe is niet zo gek: de Mantsjoes, aanvankelijk een samenraapsel van diverse culturele groepen met nauwelijks een eigen identiteit, veroverden in 1644 Peking en maakten zo een einde aan de Ming-dynastie. De heerschappij van de Qing-dynastie zou duren tot 1911. De meeste officiële documenten werden  zowel in het Mantsjoe als in het Chinees opgesteld. Daarnaast zijn er ook veel teksten die alleen in het Mantsjoe zijn geschreven. Het is juist die laatste categorie die een verrassende en intieme blik werpt op de Mantsjoe-heerschappij, zie de reisverhalen. Het gesproken Mantsjoe ging echter langzaamaan verloren: het werd meer en meer als een soort geheimtaal gebruikt bij het Chinees als hoofdtaal. ‘Chinees kenden de Mantsjoes al want ze hadden veel Chinezen als slaven’, aldus Sam-Sin. Toen de Qing-dynastie ten einde kwam, was er vrijwel niemand meer die nog Mantsjoe beheerste.

Verticaal schrift

De keus voor het Mantsjoe was eigenlijk een vorm van escapisme, bekent Sam-Sin. ‘Mijn man studeerde klassieke talen. Dat was heel relaxed, want hij hoefde niet voortdurend nieuwe taalontwikkelingen bij te houden. Zoiets leek mij ook wel wat.’ En dus specialiseerde hij zich in zijn opleiding Chinees in het Mantsjoe, niet wetend dat hij zó in de ban zou raken. En het is natuurlijk ook wel bijzonder: er zijn maar enkele tientallen mensen op de wereld die het Mantsjoe  kunnen lezen.

Geld om uit te breiden

Sam-Sin stelde zijn platform ook open voor studenten uit het buitenland, bijvoorbeeld uit Londen en Tübingen, waar het Mantsjoe ook wordt gedoceerd. Uit Tübingen is hij nu in afwachting van geld om het platform verder uit te breiden. Ook andere kleine talen zijn geïnteresseerd. Bij de Universiteit Leiden leidt Sam-Sin verder het project DigiTaalkit voor ECOLe, het expertisecentrum Online leren. ‘Ik ga het platform nu ook opzetten voor het spijkerschrift van het Hettitisch.’ Niet alleen Sam-Sins enthousiasme is aanstekelijk, zijn werk is dat ook.

 

(CH)