Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Hoe Chinastudies ontstond in Nederlands-Indië

Leiden heeft de meest gerenommeerde opleiding Chinastudies in Europa. Maar hoe is die kennis uitgerekend in Leiden terechtgekomen? Koos Kuiper dook voor zijn promotieonderzoek in de unieke ontstaansgeschiedenis van deze opleiding.

De Universiteit Leiden heeft van oudsher veel kennis over Azië. Jaarlijks studeren er studenten af die gespecialiseerd zijn in de talen en culturen van China, Japan en Korea.

Sinologen

Maar hoe kwam al die kennis in Leiden terecht? Daarvoor moeten we terug naar Nederlands-Indië, zegt Koos Kuiper. Hij promoveert dinsdag 16 februari op een uitgebreid archief- en literatuuronderzoek naar de vroege Nederlandse sinologen – ofwel Chinadeskundigen.

In Nederlands-Indië woonden al in de koloniale tijd honderdduizenden Chinezen. Zij speelden een belangrijke economische rol, en spekten dus indirect de Nederlandse schatkist. Dat leverde ook enige privileges op. Zo werden de Chinezen tot op zekere hoogte bestuurd door hun eigen hoofden. De Chinese raad was verantwoordelijk voor de registratie van huwelijken en begrafenissen, en behandelde kleine civiele en strafzaken onder Chinezen.

Toezicht houden

Eén probleem: tot halverwege de negentiende eeuw was er in Nederlands-Indië geen enkele Europeaan die het Chinees beheerste. Dat maakte het lastiger voor de kolonisator om goed toezicht te houden op de Chinese gemeenschap.
 
Daar kwam verandering in toen de toenmalig minister van binnenlandse zaken de Duitser Johann Joseph Hoffmann in 1855 benoemde tot titulair hoogleraar Japans en Chinees. Hoffman – in 1830 naar Leiden gekomen als assistent van de beroemde Japandeskundige Philipp Franz von Siebold – kreeg tot taak om voor de Indische dienst een opleiding tolken en vertalers Chinees op te zetten. 

Verkeerde dialect

Vanaf 1854 beginnen de eerste tolken en vertalers aan de opleiding. Na een voorbereidende periode in Leiden vertrekken ze naar China om daar de zuidelijke dialecten te leren die in Nederlands-Indië werden gesproken. Het gaat met vallen en opstaan. Dat blijkt wel als de eerste twee tolken na een intensieve opleiding in 1860 in Nederlands-Indië arriveren: zij hebben het verkeerde Chinese dialect geleerd.

Tussen 1854 en 1900 worden zo 24 tolken opgeleid. Bij aankomst in Nederlands-Indië dompelen zij zich onder in de wereld van de Chinese gemeenschappen. Ze rapporteren onder meer over geheime genootschappen en rituelen waar tot dan toe weinig over bekend was. Ook geven zij advies aan de rechtbanken over Chinese gewoonten, en onderzoeken Chinese kasboeken bij faillissementen en erfenissen. Daarnaast vertalen ze Nederlandse wetgeving naar het Chinees. Het is waardevolle informatie voor de koloniale autoriteiten. 

Missie geslaagd?

Missie geslaagd, zou je zeggen. Toch bleek dat in de praktijk tegen te vallen, zegt Kuiper. Er was minder tolk- en vertaalwerk dan verwacht. En doordat de vertalers de Chinese gemeenschap van binnenuit leerden kennen, gaven ze meer dan eens een ander, positiever beeld van de Chinezen dan destijds gebruikelijk was. À la Max Havelaar kwamen ze soms zelfs voor de Chinezen op. Heel wat koloniale bestuursambtenaren vonden hen te tegendraads, en maakten weinig gebruik van de tolken. In de woorden van Kuiper: ‘De tolken balanceerden tussen oost en west.’

Profiel van een tolk

Jan Francken (Leiden, 1838) was een van de meest veelbelovende jonge sinologen. Nog voordat de zoon van een boekhandelaar het gymnasium had voltooid, begon hij al aan zijn studie Chinees. Op negentienjarige leeftijd trad Francken in koloniale dienst en vertrok in 1857 als kweekeling voor de Chinesche taal naar China om de gesproken taal onder de knie te krijgen. Uiteindelijk werd hij in 1862 benoemd als tolk in Surabaya, Java. Binnen twee jaar werd de jongeman geveld door dysenterie. Op 8 februari 1864 – tijdens Chinees nieuwjaar – werd hij in Surabaya begraven. Hij werd 25 jaar oud. Twee weken later hield een grote groep Chinezen een herdenkingsplechtigheid bij zijn graf. Een van hen hield een indrukwekkende toespraak, waaruit de grote waardering van de Chinese gemeenschap voor de overledene bleek.