Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Meten, weten en wat dan?

Er wordt flink gemeten in de geestelijke gezondheidszorg, maar de informatie uit deze metingen wordt onvoldoende gebruikt. Dat stelt Edwin de Beurs in zijn oratie ‘Meten, weten en wat dan?’ op 27 november. De hoogleraar ROM en Benchmarken pleit voor beter gebruik van de meetuitkomsten.

Weinig baat bij behandelingen

Er wordt in toenemende mate beroep gedaan op de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Door onze complexere samenleving, vergrijzing en meer behandelmogelijkheden worden steeds meer mensen in de GGZ behandeld voor psychische of psychiatrische aandoeningen zoals depressie, angst en ADHD. Toch hebben nog steeds velen onvoldoende baat bij deze behandelingen. Volgens Stichting Benchmark GGZ heeft zo’n 60 procent van de patiënten baat bij behandeling, 40 procent dus niet. Betere resultaten vallen te behalen met twee nieuwe ontwikkelingen in de GGZ, stelt De Beurs in zijn oratie.  Routine Outcome Monitoring, oftewel ROM, is daar een van.

Prof.dr. Edwin de Beurs

Tijdens behandeling meten

ROM is het routinematig meten van uitkomsten van de uitkomst van een behandeling. Patiënten of hun behandelaar vullen hierbij geregeld korte vragenlijsten in over hoe het gaat met de klachten. Zo’n 40% van de behandelingen wordt nu ‘geROMd’, en dat percentage stijgt. De Beurs vindt het een gemiste kans dat er vaak alleen voor en na een behandeling wordt gemeten, en niet tijdens een behandeling. ‘Dit zou wel moeten gebeuren, want dit levert je als behandelaar belangrijke informatie.’

 

Goede resultaten afkijken

Een andere verbetering is volgens De Beurs te bereiken met het zogeheten benchmarken op basis van de ROM-gegevens. ‘Benchmarken is een vorm van kwaliteitsmanagement, waarbij je voortdurend informatie over je prestaties en procesinformatie zoals bedrijfsvoering en praktijkvoering verzamelt om te leren hoe je de zorg kunt verbeteren. Zo kun je bij anderen afkijken hoe ze goede resultaten boeken. De opgedane kennis kun je gebruiken om je eigen proces te verbeteren.’

 

Weten is niet genoeg

Meten is weten, maar weten op zich is niet genoeg, stelt De Beurs. Je moet als behandelaar of als manager in de zorg ook actief aan de slag met de informatie. ‘Behandelaars gebruiken de beschikbare ROM-gegevens vaak nog niet bij de behandeling; managers gebruiken het niet voor kwaliteitsbeleid. Bij sommigen bestaan zorgen dat de gegevens over behandeluitkomsten onoordeelkundig gebruikt zullen worden als financieringsinstrument. Het gevaar bestaat dat we de beschikbare informatie ongebruikt laten en daarmee kansen laten liggen om de GGZ te verbeteren.’ De leerstoel is ingesteld om de wetenschappelijke basis van ROM en benchmarken te versterken en te bevorderen dat gegevens op een verantwoorde manier worden geïnterpreteerd en gebruikt.

 

Edwin de Beurs

Edwin de Beurs is hoofd wetenschappelijk onderzoek bij Stichting Benchmark GGZ (SBG). Hij promoveerde in 1993 op een vergelijkende studie naar de behandeling van paniekstoornis met agorafobie oftewel pleinvrees. Hij deed vervolgens aan de Universiteit van North-Carolina at Chapel Hill drie jaar onderzoek naar therapie-effect. In 2001 zette hij ROM op in Leiden bij het LUMC en Rivierduinen en hij houdt zich sinds 2008 bezig met Benchmarken.