Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

Surinaamse behandeling kinderziektes heeft Afrikaanse oorsprong

Surinaamse moeders behandelen cultuurgebonden kinderziektes op ongeveer dezelfde manier als de Afrikaanse slaven in Suriname destijds deden. De behandelingen worden ook in Afrika nog toegepast. Dat concluderen etnobotanici van de Universiteit Leiden en Naturalis in PlosOne.

Eerste auteur en (toen nog) masterstudente Tessa Vossen met een moeder in Suriname.

Plantgebruik in Suriname en herkomstlanden slaven

De onderzoekers bestudeerden medicinale planten die moeders bij hun kinderen gebruiken voor cultuurgebonden aandoeningen en vermeende gezondheidsproblemen. Dat zijn aandoeningen die in de westerse geneeskunde niet bestaan. Ze interviewden bijna tweehonderd moeders in Suriname en in herkomstlanden van slaven als Ghana, Benin en Gabon. In deze landen kochten de Nederlanders de meeste slaven in voor het werk op de Surinaamse plantages.

Behandeling Boze Oog en zuurte

Er waren duidelijke overeenkomsten: zowel in Suriname als in de Afrikaanse herkomstlanden gebruiken vrouwen, als ze denken dat dat nodig is, kruidenbaden om hun kinderen snelerl te leren lopen en smeren ze plantenpasta op de fontanellen van hun baby om die sneller te laten sluiten. Ook beschermen ze hun pasgeborenen tegen het Boze Oog, volgens hen een ziekte die wordt veroorzaakt door jaloerse blikken. De mysterieuze stofwisselingsziekte zuurte, die bij baby’s zure ontlasting en luieruitslag veroorzaakt, staat zowel in Benin als in het binnenland van Suriname bekend als atita.

Zaadjes van de Aframomum melegueta
De slaven uit Afrika namen de zaadjes van de Aframomum melegueta mee naar Suriname. De plant wordt nu zowel in Midden-Amerika als in Afrika medicinaal gebruikt. De zaadjes worden gekauwd en op de fontanellen van een baby gespuugd.

Zelfdokteren kan gevaarlijk zijn

Slaven op de Surinaamse plantages wisselden kennis uit over ziektes en medicinale planten met Indianen en Europeanen. Typisch Afrikaanse aandoeningen als atita bleven daarbij echter buiten beeld. En aangezien ze in de westerse geneeskunde nog steeds als niet bestaand worden beschouwd, benoemen de moeder ze niet als zodanig tegen de westers opgeleide doktoren. Vaak praten ze er zelfs niet of nauwelijks over. Toch zou de dokter een ziekte als atita serieus moeten nemen: pasgeborenen krijgen veelvuldig plantenextracten toegediend om hun stofwisseling te bevorderen, wat gevaarlijk kan zijn. Kruidenbaden en massages kunnen daarentegen de motoriek van kleine kinderen mogelijk juist bevorderen.

Andere planten, zelfde familie

Aangezien de flora’s van Suriname en tropisch Afrika sterk verschillen, lukte het de slaven in Suriname nauwelijks om hun eigen Afrikaanse kruiden te vinden. Slechts 15 van het totaal aan 324 plantensoorten die voor de vier aandoeningen werden gedocumenteerd, worden zowel in Afrika als in Suriname aangetroffen. De slaven vonden in Suriname wel vaak planten en kruiden uit dezelfde plantenfamilie. Door de botanische verwantschap, hebben ze waarschijnlijk ook vergelijkbare medicinale eigenschappen.

Tessa Vossen (1), Alexandra Towns (1,2), Sofie Ruysschaert (3), Diana Quiroz (2,4), Tinde van Andel (2). Consequences of the trans-Atlantic slave trade on medicinal plant selection: plant use for cultural bound syndromes affecting children in Suriname and Western Africa. PLOS ONE: November 05, 2014

1 Universiteit Leiden, 2 Naturalis Biodiversity Center, 3 WWF Guianas, Paramaribo, 4 Wageningen Universiteit