Universiteit Leiden Universiteit Leiden

Nederlands English

De boekentip van...Maurits Ebben

Iedere maand vertelt één van de medewerkers van het Instituut over een boek dat hij onlangs heeft gelezen en hem heeft geïnspireerd: van roman tot biografie. Op het eind van het stuk wordt het stokje doorgegeven aan een nieuwe collega. Dit keer vertelt Maurits Ebben over een boek dat hij onlangs las.

De Informanten van Juan Gabriel Vásquez

In de vorige aflevering van deze rubriek vroeg Herman Paul mij op de man af wat er voor lectuur op mijn nachtkastje lag. Om zijn vraag letterlijk te nemen, daarop lagen: V.S. Naipaul,  Het verlies van Eldorado, Juan Gabriel Vásquez,  De informanten en Hans Joachim Störig,  Geschiedenis van de filosofie, deel 2. Dat laatste boek ligt er meer als vraagbaak dan als leesboek. Het boek van Vásquez lag bovenop het stapeltje, want ik had het pas gekocht in de plaatselijke boekhandel voor een spotprijsje, bijna schandalig voor zo’n mooi uitgegeven boek, maar uiteraard vooral vanwege de inhoud en de knappe vertaling door Brigitte Coopmans, met veel begrip van het Colombiaanse of zelfs Bogotaanse Spaans,  el rolo

Colombia

De informanten had onmiddellijk mijn aandacht, omdat het van de hand is van een auteur uit Colombia, waar ik een tijdlang heb gewoond en waar ik, ondanks de beklemmende sfeer van geweld, dierbare herinneringen aan heb dankzij de levenslustige mensen en de fascinerende natuur. Juan Gabriel Vásquez is afkomstig uit Bogotá, dat sinds het einde van de negentiende eeuw het Athene van Zuid-Amerika wordt genoemd vanwege zijn elitaire culturele activiteiten, een heel andere wereld dan die van de Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez. Deze schrijver schept in zijn literaire werk een wonderlijke, mythische en surrealistische wereld die aansluit bij de narratieve Caraïbische cultuur, terwijl Vásquez veel meer belangstelling heeft voor de contemporaine, stedelijke samenleving en de recente geschiedenis van zijn land. 

Duitse gemeenschap

Een voor ons Europeanen wellicht onverwacht aspect van dat recente Colombiaanse verleden is het onderwerp van de thrillerachtige roman  De informanten. Het gaat over de Duitsers in het Zuid-Amerikaanse land en hoe zij tijdens WO II hebben geleden. Dat komt op voorhand nogal vreemd over want heeft het land geen andere, grotere problemen die de aandacht verdienen. Bovendien, de belangstelling zou toch vooreerst moeten uitgaan naar de slachtoffers van het Nazi-regime en die zoeken we doorgaans niet in eerste instantie onder de Duitsers die toch vooral als daders en medeplichtigen worden beschouwd. Maar al snel wordt in het boek duidelijk dat de Duitse gemeenschap in Colombia een heel eigenaardige is. Hoewel Colombia niet als immigratieland bekend staat zoals Argentinië of Uruguay, gingen tussen 1900 en 1950 honderden Duitsers om uiteenlopende redenen naar het Andesland. Onder hen bevonden zich veel Joden, maar ook antisemieten en uitgesproken Nazi-propagandisten. Maar ze waren Duitsers die kennelijk behoefte hadden elkaar te ontmoeten om hun eigen taal te kunnen spreken en herinneringen aan het vaderland te kunnen ophalen. 

Zwarte lijsten

Tijdens WO II stelde de Colombiaanse regering lijsten op, ook wel ‘Zwarte Lijsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten’ genoemd, omdat de Noord-Amerikaanse regering van Roosevelt erachter zat. De lijsten hadden tot doel de financiële middelen van de Asmogendheden in Latijns-Amerika te blokkeren. Maar dit systeem leidde overal, niet alleen in Colombia, tot misbruik en meer dan eens moesten de goeden onder de kwaden lijden. Op den duur ging de regering in Bogotá ertoe over om alle verdachte Duitsers, Italianen en Japanners te interneren in kampen. De autoriteiten gingen zo onnauwkeurig om met de informatie op basis waarvan ze verdachten vastzetten, dat het kon gebeuren dat joodse Duitsers een kamer moesten delen met Nazi-aanhangers. Informanten konden levens ruïneren, of ze dat wilden of niet, doordat de autoriteiten onzorgvuldig met gegevens omsprongen.  

Vader en zoon 

De ik-figuur in het boek is de jonge journalist Gabriel Santoro. Na drie jaar gebrouilleerd met hem te zijn geweest, brengt de journalist een bezoek aan zijn vader op diens dringend verzoek. De vader zal onderworpen worden aan een zware hartoperatie die hij niet zonder medeweten en hulp van zijn zoon wil ondergaan. De lezer krijgt ook te weten wat de oorzaak van de verwijdering tussen vader en zoon was. Nadat Gabriel een algemeen bejubelde biografie had geschreven over een oude vriendin van zijn vader, Sara Guterman uit Emmerich, die met haar familie in 1938 het Nazi-regime ontvlucht was, had Santoro senior een vernietigende kritiek gepubliceerd. Gabriel is onthutst omdat hij niets begrijpt van de felheid waarmee zijn vader in de recensie op de biografie reageert. Die begint hij pas te begrijpen na de dood van zijn vader wanneer diens kwalijke rol in het lot van een Duitse familie aan het licht komt. 

Archiefonderzoek 

Vásquez boek is een historisch boek omdat het over het lot van Duitsers in Colombia tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat, maar de schrijver heeft aan zijn verhaal een dubbele historische lading gegeven. Dat heeft hij waarschijnlijk gedaan omdat het archiefonderzoek en de interviews van zijn eigen informanten hem tot het inzicht hebben gebracht dat geschiedenis vele lagen kent en complex is doordat mensen haar beleven met hun eigen emoties en inzichten. Zo laat Vásquez de verteller in het boek zeggen dat die op een gegeven moment ontroerd was door het naïeve geloof van zijn vader dat je met een aangepast verhaal het verleden een verandering zou kunnen opdringen. Ongeveer als het personage van Borges, de lafaard die dankzij het geloof in zijn eigen moed maakt dat deze ook bestaat. Of, dat ‘het verleden wijzigen niet het wijzigen van een enkel feit betekent, maar ook de gevolgen ervan teniet doen, dat wil zeggen, twee algemene geschiedenissen scheppen.’ Dat maakt dit boek tot een spannend boek, omdat je meegesleept wordt in de zoektocht naar het verleden van de hoofdpersonen via hun persoonlijke beleving die Vásquez overtuigend heeft weten weer te geven. 

Ik ben benieuwd welke literatuur collega Erika Kuijpers leest voor het slapen gaan waarvan ze denkt dat die ook voor andere historici interessant kan zijn. 

Juan Gabriel Vásquez,  De informanten (Utrecht 2008) Oorspronkelijke titel:  Los informantes (Madrid 2004).